Westerse oliemaatschappijen profiteren flink van de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran. In het tweede kwartaal van dit jaar zagen bedrijven als ExxonMobil, Chevron en Shell hun winsten ruimschoots verdubbelen.
zijn datajournalist van de Volkskrant. Ze analyseren en schrijven over het nieuws in cijfers.
De financiële meevallers van oliebedrijven zijn een doorn in het oog van de politieke tegenstanders van president Donald Trump. Donderdag deelde een Democratisch lid van het Huis van Afgevaardigden nieuwe overheidscijfers die aantonen dat de rekening van de oorlog grotendeels terechtkomt bij Amerikaanse burgers en kleine bedrijven. Zo betaalt een gezin met twee auto’s dit jaar naar schatting 1.069 dollar meer aan benzine.
Door de gestegen olieprijs maakten de zes grootste oliemaatschappijen in westerse landen vorig kwartaal gezamenlijk 52 miljard dollar winst, blijkt uit een analyse van de laatste kwartaalcijfers. Dat is 110 procent meer dan het kwartaal ervoor. De grootste stijger was het Amerikaanse Chevron, dat zijn winst zag oplopen van 2,8 tot 12 miljard dollar.
Amerikaanse burgers zien de kosten van hun levensonderhoud juist oplopen. Vorig jaar schommelde de inflatie rond 2,6 procent, ondanks de hoge importheffingen die Trump toen al invoerde. Sinds het begin van de oorlog met Iran werd met name brandstof flink duurder, waardoor de inflatie nu al vier maanden boven de 3 procent uitkomt.
Het lijkt er ook op dat steeds meer Amerikanen Trump persoonlijk verantwoordelijk houden voor hun hogere kosten. Uit de laatste opiniepeilingen, samengevat door The New York Times, blijkt dat 59 procent van de Amerikaanse bevolking Trumps functioneren als president afkeurt. Alleen president Richard Nixon was vlak voor zijn aftreden wegens het Watergateschandaal nog minder populair.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant