Home

‘Bill Gates probeerde mij natuurlijk te overtuigen van mijn ongelijk. Fascinerend om mee te maken’

Als je iets wilt bereiken zul je daar keihard voor moeten werken, is de levensles van Neelie Kroes, als Eurocommissaris een van de machtigste vrouwen ter wereld. De 85-jarige is net terug van een familiebezoek in de VS waar ze ook een zakelijk doel aan vastplakte: ‘Je blijft scherp als je mag blijven meedenken en interessante mensen blijft ontmoeten.’

is journalist en programmamaker. Voor Volkskrant Magazine interviewt hij geregeld bekendere Nederlanders.

Als je iets wilt bereiken zul je daar keihard voor moeten werken, is de levensles van Neelie Kroes, als Eurocommissaris een van de machtigste vrouwen ter wereld. De 85-jarige is net terug van een familiebezoek in de VS waar ze ook een zakelijk doel aan vastplakte: ‘Je blijft scherp als je mag blijven meedenken en interessante mensen blijft ontmoeten.’

is journalist en programmamaker. Voor Volkskrant Magazine interviewt hij geregeld bekendere Nederlanders.

Ze is net 85 geworden. Maar Neelie Kroes is niet iemand die dat uitbundig viert. ‘Ouder worden is geen verdienste, dat gebeurt gewoon.’ We zitten op het terras bij haar woning in het Groene Hart. Kroes serveert thee en koekjes. Ze oogt opvallend fit, alsof de tijd maar weinig vat op haar heeft. ‘En zeg maar gewoon jij, hoor.’

Ze is net terug uit San Francisco. Daar heeft ze haar zoon Yvo (57), schoondochter Missy en haar twee kleindochters Finn en Palmer bezocht. Die zijn inmiddels 16 en 18. Zij hebben niet bewust meegemaakt dat hun oma Eurocommissaris was. ‘De jongste was een jaar of 4 toen ze tegen een Amerikaans vriendinnetje zei: ‘Mijn oma is president van Europa. En dat komt door haar rode nagels.’’

Kroes is in de Verenigde Staten ook langs geweest bij softwarebedrijf Salesforce, waar ze commissaris is. ‘En ik ben in de VS actief bij een organisatie tegen digitaal kindermisbruik.’ Al maakt ze niet meer zulke lange werkweken als vroeger. ‘Het houdt je in elk geval lekker van de straat. En je blijft scherp als je mag blijven meedenken en interessante mensen blijft ontmoeten.’

Kijk je inmiddels meer om dan vroeger?

‘Nou, nee, ik heb nooit erg achter me gekeken. Ik kijk liever naar de toekomst.’

Want het verhaal was altijd dat je geregeld foto’s en andere spullen verbrandde.

‘Dat is nog steeds zo. Met één zoon die op tien uur afstand vliegen zit, wil ik het zo georganiseerd mogelijk houden. Ik wil niet te veel nalaten, zodat hij straks met de rommel zit.’

Wanneer is het vuurkorfje voor het laatst aangegaan?

‘Ik ben tegenwoordig meer van de versnipperaar.’

Ook om een latere biograaf te vlug af te zijn?

‘Dat speelt ook mee. Er zijn een paar boeken over mij verschenen, waaraan ik niet heb meegewerkt. Ik zal nooit vergeten dat iemand die mij dierbaar was op een gegeven moment tegen zo’n figuur zei: ‘Hier heb je de sleutel van de kelderbox. Daar vind je de dozen met mijn privécorrespondentie.’’ Ze gruwt. ‘Echt, dat zal mij niet gebeuren.’

Kroes werd in 1941 geboren in Rotterdam. Ze groeide op tussen de puinhopen van het Duitse bombardement uit mei 1940. ‘Ik ging als 7-jarige met de tram naar school. Rijdend door de stad werd ik steeds geconfronteerd met het bombardement. Ik dacht al jong: waarom voeren mensen eigenlijk oorlog met elkaar? Met het ouder worden begon ik te snappen dat mensen met elkaar gaan vechten als de een het beter heeft dan de ander. Dus als je die economie wat meer kunt laten functioneren, zodat iedereen erop vooruitgaat, dan ben je een stuk verder.’

Haar vader begon na de oorlog een transportbedrijf met trucks die de Amerikanen in Nederland achterlieten. ‘Die kocht hij van ze. Dat werd de basis van zijn bedrijf. Klein, maar wel internationaal. Ik mocht weleens met mijn vader mee. Toen besefte ik voor het eerst dat er blijkbaar grenzen bestaan. Want dan stond hij weer eindeloos te wachten voor een slagboom. Maar aan weerskanten van die douane was het gras net zo groen en zagen de koeien er precies hetzelfde uit. Ik vroeg me toen al af: waarom zijn er eigenlijk grenzen? Kan dat niet anders?’

Ze was de oudste van drie kinderen. Kroes had een vijf jaar jongere zus en een negen jaar jongere broer. Haar vader zag haar broer als de logische opvolger in zijn bedrijf. ‘En zo is het gegaan. Hij heeft het bedrijf groot gemaakt.’

Heeft hij het ooit aan jou gevraagd?

‘Aan mij?’ Ze schiet in de lach, alleen al bij het idéé. ‘Nee joh, dat was uitgesloten. Omdat ik een meisje was. Je deed vaak zaken in de kroeg. Daar hoorden vrouwen niet te komen, vond mijn vader. Al weet ik niet of ik het gewild had.’

Haar toekomst lag elders, besefte ze. Ze ging economie studeren in Rotterdam. ‘Mijn vader betaalde die studie. Hij wilde niet dat ik afhankelijk zou zijn van de overheid.’

Vader Kroes was dominant, en zette een groot stempel op het gezin. ‘Mijn vaders wil was wet. Daar schikte mijn moeder zich braaf naar. Zij kwam nooit in verzet. Toen wist ik al: zo wil ik het later nooit. Ik wil nooit ondergeschikt zijn en financieel afhankelijk van een man. Die gezinsstructuur is heel bepalend geweest voor mijn loopbaan en mijn leven. Ik wilde het zelf uitmaken.’

Wat heeft hij nog meegekregen van jouw loopbaan?

‘Hij heeft meegekregen dat ik minister werd. Maar daar zei hij niks over. Hij was niet van het complimenten uitdelen.’

Was hij toch wel een beetje trots?

‘Ik mag het aannemen. Maar dat heeft hij nooit gezegd.’

Vond je dat jammer?

‘Nee, niet echt. Want ik was opgevoed met: van complimenten word je arrogant.’

Was je moeder wel trots?

‘Liet ze ook niet merken. Maar ik herinner me wel dat toen mijn moeder overleed de begrafenisondernemer aan mijn vader vroeg: ‘Mag ik uw trouwboekje?’ Mijn vader vroeg aan mij of ik dat even wilde zoeken. Ik vond dat boekje in een la, naast allerlei knipsels over mij. Daaruit bleek dat ze toch wel trots op mij was geweest.’

Toen je in 1977 staatssecretaris werd, wemelde het nog niet bepaald van de vrouwen in Den Haag.

‘Nee, helemaal niet. Maar dat was toen geen drijfveer van mij. Ik ben niet in de politiek gegaan omdat ik zo bezig was met de samenleving. Ik was vooral bezig met: Europa werkt niet, er zijn grenzen die de economie in de weg zitten.’

‘Ik hoopte aanvankelijk dat ik via de wetenschap mijn ideeën over Europa zou kunnen uitdragen, via artikelen en lezingen. Maar er gebeurde niks, want in het beste geval zeiden mensen: leuk verhaal, en verdween het ergens in een la. Vervolgens zocht ik het in het bedrijfsleven. Ik was het eerste vrouwelijke lid van een Kamer van Koophandel en Fabrieken in Nederland. Ik ondervond direct weerstand, zo van: wat kom jij hier doen? Daar kreeg ik het dus ook niet zo in beweging. Dus toen dacht ik: ik moet de politiek in, want daar worden de besluiten genomen.’

Toen Kroes in 1971 voor de VVD in de Tweede Kamer kwam, bepaalde fractieleider Hans Wiegel de verdeling van de portefeuilles. Kroes was op dat moment de enige econoom binnen de fractie. ‘Ik was de enige die met bedrijfslevenervaring uit de logistieke hoek binnenkwam. Dus voor mij was het absoluut logisch dat ik Verkeer en Waterstaat zou gaan doen. Hans vroeg aan mij: ‘Wat voor commissies zou je willen hebben?’ Toen zei ik: ‘Verkeer en Waterstaat of anders Economische Zaken.’ Hij keek mij aan en zei: ‘Dan heb ik nieuws voor je: het wordt geen van beide. Daar hebben we al mensen voor.’ Hij had iets anders voor me in gedachten: het kleuteronderwijs. Ja, je hoort het goed: het kleuteronderwijs. Ik was verbijsterd en zei: ‘Het enige wat ik op dat vlak als ervaring kan aanbieden, is dat ik een kleuter thuis heb. Maar dat hebben we allemaal.’ Wiegel antwoordde: ‘Dat interesseert me niet. Kleuteronderwijs. En anders helemaal niks. Uiteindelijk kreeg ik toch Verkeer en Waterstaat.’

Haar zoon Yvo was nog jong in die tijd. De opvoeding deed ze voor haar gevoel grotendeels alleen, aangezien haar toenmalige echtgenoot Wouter Jan Smit door zijn werk bij de marine vaak weg was. ‘Daar heb je een hoop geluk bij nodig. Je moet ten eerste een gezond kind hebben. En ten tweede de mogelijkheden om hulp in te huren.’ Yvo werd al jong door de buitenwereld aangesproken op het werk van zijn moeder. Toen het kabinet-Van Agt/Wiegel – waarvan Kroes deel uitmaakte – in 1979 felle debatten voerde over het wel of niet plaatsen van kruisraketten, werd hij daar op het Montessorilyceum in Rotterdam geregeld naar gevraagd. ‘Hij had geen flauw idee wat kruisraketten waren. Dus hij zei: ‘Ja, die staan bij ons in de vensterbank’.’ Dat heeft Kroes er wel van geleerd: ze zou nooit meer de achternaam van haar man gebruiken in een publieke functie. ‘Dat sloeg te veel op Yvo terug. Het is vermoedelijk een reden geweest waarom hij na zijn studie is geëmigreerd naar Amerika.’

Toch lagen die vrouwenrechten je vroeger niet heel erg aan het hart.

‘Nee. Ik heb lang gedacht: als je maar wilt, dan lukt het. Het is mij toch ook gelukt? Totdat ik aan de statistieken zag dat dat helemaal niet waar was.’

Op welk moment drong dat tot je door?

‘Eigenlijk pas na mijn ministerschap. Toen zag ik opeens zo veel voorbeelden van vrouwen die de kans niet kregen. Mark Rutte zei bij een kabinetsformatie letterlijk: ‘Neelie, ik kan ze niet vinden.’ Waarop ik zei: ‘Dan moet je naar de oogarts.’’

Je zei in 2017 over vrouwenemancipatie: ‘Ik heb niet genoeg gedaan. Ik ben te laat wakker geworden.’ Is dat zo?

‘Ja, want ik was niet het bewijs dat het wél kon, ik was eerder de uitzondering. Als ik kijk naar degenen met wie ik economie heb gestudeerd, dan is het duidelijk dat een heleboel getalenteerde meiden niet de kans hebben gekregen. De verantwoordelijkheid ligt deels bij vrouwen zelf. Want we zijn veel te bescheiden. Ik heb meegemaakt dat er een vacature was en ik een zeer getalenteerde vrouw benaderde: kom even een kop koffie drinken. Waarop die vrouw dan antwoordde: ‘Ik ben er nog niet helemaal klaar voor. Beter volgend jaar.’ Ja, maar volgend jaar is die vacature er niet meer. Dus zit er volgend jaar een man. Vrouwen moeten zelf wat meer die quasibescheidenheid overwinnen. Zelfs al ben je er nog niet helemaal klaar voor. Ik heb meer geleerd van de keren dat ik op mijn bek ben gegaan dan van mijn successen.’

Jij kreeg na je ministerschap nergens in het bedrijfsleven een plek in een raad van bestuur aangeboden. Had dat ook hiermee te maken?

‘Ongetwijfeld. Omdat ze altijd weer een vrindje naar voren schuiven.’

Uiteindelijk ging je naar Nijenrode, waar je president werd.

‘Omdat ik dat kon combineren met andere dingen. Maar een raad van bestuur zat er niet bij. Terwijl ik wel aanbiedingen vanuit het buitenland kreeg. Daar waren ze al veel verder. Achteraf heb ik er spijt van gehad dat ik dat niet heb gedaan. Maar mijn echtgenoot wilde niet dat ik daarheen zou gaan. Hij zei: ‘Of je weigert, of we gaan uit elkaar.’’

En daar schikte je je dus naar?

‘Daar koos ik voor, ja. Het was natuurlijk niet alleen mijn toenmalige echtgenoot, maar ook mijn kind. Want ik was eigenlijk nog steeds een beetje alleenstaande moeder.’

Dacht je ook: mijn moment komt nog wel?

‘Ja, ik denk dat dat er ook bij zat. We zien wel. Ik was heel bewust uit de politiek gegaan. Niet alleen omdat ik ten aanzien van de positie van vrouwen tot inkeer kwam, maar ook ten aanzien van het milieu. Wij waren als VVD zo enorm die autopartij geworden. Daar had ik zelf voluit aan meegedaan, hoor. Inmiddels had ik ook op milieugebied het heilige licht gezien, maar ook nu weer wat laat. Toen heb ik dus in de partij gezegd: ik blijf lid, maar ik ga niet in een volgend kabinet.’

Begrepen ze dat?

In de lach schietend: ‘Nou, sommigen waren blij dat ik wegging.’

Vonden ze je lastig?

‘Het clubje VVD’ers dat toen in de Tweede Kamer zat, wilde zelf aan bod komen. Mensen als Joris Voorhoeve, Annemarie Jorritsma, Robin Linschoten en Frank de Grave wilden niet dat Frits Korthals Altes, Ed Nijpels en ik weer op de lijst kwamen. Zij waren juist heel blij.’

Iets heel anders. Terugkijkend op die 85 jaar: heb je een grote liefde gekend?

Ze moet opnieuw lachen, nu een beetje spottend. ‘Jawel, maar je krijgt geen naam van mij te horen.’

Was Bram Peper zo’n grote liefde?

‘Bram en ik hebben een heel speciale relatie gehad.’

Jullie waren als VVD’er en PvdA’er heel verschillende bloedgroepen. Wat bond jullie?

‘Bram was een ongelofelijke intellectueel. Daar kon je je dag en nacht aan laven. Je verveelde je bij hem geen seconde.’

Hij zei zelf: ‘Neelie heeft me gered van de ondergang’.

‘Dat had met drinken te maken. Maar ik heb ook veel aan hem te danken. Hij was heel onorthodox in zijn denken, met een enorme hang naar kennis en wetenschap. Daarvan heb ik veel geleerd. Het heeft me gevormd. We trouwden op mijn 54ste verjaardag. De mensen die die avond op bezoek kwamen wisten van niks. Ze kwamen voor mijn verjaardag, toen ze opeens een groot spandoek in de bomen zagen hangen: just married. Echt ontzettend leuk. Het is verdrietig hoe het afgelopen is tussen ons. Daar speelde zijn drankprobleem een grote rol bij.’

Bram Peper raakte in 1999 in ernstige problemen door de zogenoemde bonnetjesaffaire. Hij werd beschuldigd van onterecht declareren als burgemeester van Rotterdam, en trad vanwege die kwestie in 2000 af als minister van Binnenlandse Zaken van het kabinet-Kok II. Kroes is er nog altijd bitter over. ‘Zo’n beetje iedereen heeft hem toen keihard laten vallen. Opeens pas je niet meer in het plaatje, ben je afgeschreven.’

Was jij toen nog zijn enige baken?

‘Ook Felix Rottenberg, Frits Korthals Altes en Arnold Heertje waren een grote steun voor hem. Toen hij voor het besluit stond om af te treden als minister heb ik gezegd dat hij moest doorvechten. En ik vond dat Kok hem moest steunen. Maar dat deed Kok niet. Ook hij liet Bram keihard vallen. Bram was aangeschoten wild. Te risicovol om daar je handen aan te branden.’

Menig relatie gaat daardoor stuk.

‘Uiteindelijk gebeurde dat bij ons ook. Als iemand zo uitgemergeld wordt, zo moet vechten... dat geeft enorm veel druk. En dan greep hij weer naar de drank.’

Bram is in 2022 overleden. Heb je hem aan het eind nog gezien?

‘Nee. Hij heeft nooit geaccepteerd dat ik was opgestapt. Hij bleef zeggen dat hij het niet begreep. Maar op het moment dat de zuurstof uit de kamer is, dreig je zelf ook te stikken. Dat wilde en kon ik niet.’

Hij heeft weleens over jou gezegd dat je regelmatig paragnosten en astrologen consulteerde.

‘Nou, dat is nogal overdreven. Ik ben er weleens naar toe geweest, louter uit nieuwsgierigheid. Ik nam het niet erg serieus.’

Jouw vriendin Sylvia Tóth zei in een biografie over jou: ‘Neelie wordt erg afgerekend op foute contacten, maar dat komt omdat ze mensen gewoon snel vertrouwt’.

‘Ja, dat is waar.’

Gold dat ook voor je vriendschap met vastgoedhandelaar Jan Dirk Paarlberg?

‘Dat heb ik inderdaad verkeerd ingeschat. Toen ik kantoor bij hem hield wist ik absoluut niet wat voor vlees ik in de kuip had.’ (Paarlberg werd in 2014 – overigens ruim na het vertrek van Kroes – veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens het witwassen van geld dat door Willem Holleeder was afgeperst van Willem Endstra, red.).

Maar je bent toch een heel intelligente vrouw die mensen goed kan lezen?

‘Maar ik ben ook impulsief. Ik kan erg enthousiast worden over iemand en dan gaandeweg tot de conclusie komen dat ik me vergist heb. Omdat je dan opeens andere dingen over iemand te weten komt. Ik wist niks van zijn dubbelleven.’

Begin deze eeuw diende zich een onverwachte wending aan in de carrière van Kroes. VVD-kopstukken Jozias van Aartsen en Gerrit Zalm kwamen bij haar langs met een bijzonder voorstel: ze wilden Kroes als kandidaat voor de Europese Commissie voordragen bij José Manuel Barroso, de toenmalige voorzitter van die Commissie. ‘Aanvankelijk zei ik: jullie zijn tien jaar te laat. Ik zit nu in een heel ander leven.’

Maar dit was toch een aanbod waarvan je even een rondedansje in de kamer maakt?

‘Jawel, maar ik zat inmiddels in een totaal andere levensfase met allerlei interessante activiteiten. Ik zat volop in de internationale business en de commissariaten, ik reisde over heel de wereld. Een erg boeiend leven. Ook financieel was het dik in orde. Ik zat er niet op te wachten, omdat het mijn hele wereld op zijn kop zou zetten.’

Ze vroeg bedenktijd. Ook omdat ze op het punt stond naar de VS te vliegen voor het huwelijk van haar zoon. ‘Ik besprak het met Yvo, en met vrienden. Vervolgens bleek dat we de belangrijkste portefeuille zouden kunnen krijgen: Mededinging. Belangrijk voor Nederland. Toen kon ik moeilijk meer zeggen: ik doe het niet.’

Die commissariaten en contacten zaten je wel in de weg. Want bij jouw aanstelling werd gezegd: die vrouw heeft veel te veel binding met het bedrijfsleven.

‘Terwijl ik vond dat het moest kunnen en dat het goed zou zijn met mijn kennis van zaken. Anders had ik geen ja gezegd.’

Dan duikt ook al snel het woord belangenverstrengeling op.

‘Zeker. Terwijl het tegendeel het geval is. Het gevolg van die contacten kan alleen maar zijn dat je die contacten eerder benadeelt, dan bevoordeelt. En ik moest al mijn financiële belangen opzijschuiven. Dus het heeft mij juist heel veel geld gekost.’

Wat was je belangrijkste taak als EU-commissaris?

‘Mededinging is eigenlijk de scheidsrechter zijn van het economische spel, op het hoogste niveau. En ik had grote zelfstandigheid; bij elk andere portefeuille ging het om gemeenschappelijke besluitvorming. Dat gold niet voor Mededinging. Dus het was de mooiste portefeuille die je maar kon wensen.’

Daarmee werd je in één keer een van de machtigste vrouwen van Europa. Je stond zelfs meerdere keren op de Forbes-lijst van machtigste vrouwen ter wereld. Dat is toch een gek besef?

‘Dus des te meer van belang hoe zorgvuldig je met die besluitvorming moest zijn. Want je stond in de limelight; iedereen, vriend en vijand, hield je in de gaten.’

Je hebt bijvoorbeeld een recordboete van 500 miljoen euro aan Microsoft opgelegd vanwege de koppelverkoop van Windows Media Player met Windows.

‘Dat deed ik in samenspraak met mijn heel getalenteerde team. Allemaal mensen die datzelfde gevoel deelden: we moeten een Europa zonder grenzen creëren.’

Maar je pakte wel een van de giganten aan.

‘Dat zal ik niet ontkennen.’

Had je dan een een-op-een gesprek met Bill Gates?

‘Meermalen. Hij probeerde mij natuurlijk te overtuigen van mijn ongelijk. Fascinerend om mee te maken. Overigens was mijn tweede termijn als commissaris nog belangrijker, qua portefeuille. Toen ging het om digitalisering.’

Al ging die tweede termijn bijna aan haar neus voorbij, zegt Kroes. ‘Mijn partij zat niet meer in de regering. Dus normaal gesproken zou het niet de VVD zijn die een kandidaat leverde. Maar Barroso wist wat hij aan me had. Hij wilde mij in zijn tweede kabinet hebben. Ik mocht zelfs kiezen welke portefeuille ik wilde. Ik zei dat hij dat dan in Den Haag moest uitvechten. Want premier Jan Peter Balkenende had kandidaten van zijn eigen partij op het oog. Maar daar was Barroso niet voor in. Dus elke week dat het langer duurde, zei hij: ‘Schiet nou op, want straks heb ik geen interessante portefeuilles meer voor je’. Toen Balkenende uiteindelijk door de pomp ging, waren er nog vier of vijf portefeuilles over. Allemaal niet zo interessant.

Barroso zei: ‘Ik heb trouwens ook nog een nieuwe portefeuille: Digitale agenda. Al weet ik nog niet zo goed wat die gaat voorstellen’. Dus ik koos voor iets dat nog niet erg vastomlijnd was. Achteraf is dat getreuzel van Balkenende een godsgeschenk gebleken. Want als iets ons leven is gaan bepalen is het digitalisering.’

Waar ben je echt trots op wat je in Europa hebt kunnen doen?

‘Heel simpel: roaming. (Door nieuwe regels werd het telecombedrijven verboden om extra kosten te berekenen voor bellen of internetten in het buitenland, red.) Ik denk dat dat ongeveer het enige echte besluit is waarvan mensen zeggen: o ja, dat ken ik. Want ik kreeg brieven van mensen die op de camping in Spanje hadden gestaan. Hun kinderen waren bezig geweest met filmpjes op hun telefoon. Bij thuiskomst bleek dat min of meer hun faillissement te betekenen. Soms moesten ze vele honderden euro’s aan roamingkosten betalen. Door die regeling werd dat onmogelijk. Daar ben ik echt tevreden over.’

Ze kreeg er wel het stempel van bikkelharde vrouw door. Nikkelen Neelie werd ze genoemd en in Engeland Steely Neelie. Schrijver Gerrit Komrij muntte voor haar het begrip ‘de genaaldhakte pantserkruiser’. Daar moest ze wel om lachen. ‘Al zouden ze zoiets over een man nooit zeggen.’

Ze tilde er in elk geval niet zwaar aan. ‘Ik vind aardig gevonden worden alleen in kleine kring belangrijk. Daarbuiten moet ik gewoon mijn werk doen.’

Toen jij eind 2014 wegging bij de Europese Commissie, mocht je je anderhalf jaar niet met het bedrijfsleven bemoeien. Toch lobbyde je in die periode voor Uber. Hoe kan dat?

‘De regels voor voormalige Eurocommissarissen zijn er om iedere schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Daar ben ik het volledig mee eens. Mijn overtuiging was destijds dat ik aandacht vroeg voor technologische innovatie, niet dat ik optrad als vertegenwoordiger van Uber.’

Maar je mocht je in die periode niet aan een bedrijf liëren.

‘Dat héb ik ook niet gedaan. Ik dacht alleen: dit is de toekomst. Ik liep vooruit op wat de techniek zou kunnen gaan brengen.’

Was dat achteraf een verkeerde beslissing?

‘Nee. Want ik héb niet gelobbyd voor Uber. Ik heb geprobeerd de nieuwe ontwikkelingen die aan de orde waren voor digitale technologie over het voetlicht te brengen.’

Je benaderde verschillende bewindslieden. Ik las ook een mailtje dat je aan Mark Rutte stuurde. ‘Ben je volgende week weer in het Torentje? Zo ja, zou je volgende week een half uur tijd voor me hebben? Ik heb een fascinerende ontmoeting gehad met de founder van Uber.’ Dat is toch fors lobbyen?

‘Mijn eigen beleving was anders. Ik zag mezelf niet als belangenbehartiger van één bedrijf, maar als iemand die Nederland wilde wijzen op een technologische ontwikkeling waarvan ik dacht dat die grote gevolgen zou hebben. Ik miste gewoon iets bij Mark. Die digitale wereld, daar had hij niks mee. Hij was nog nooit in Silicon Valley geweest, hij had geen ontmoetingen met die mensen gehad. Ik wilde hem stimuleren. Zo van: Mark, je moet echt weten wat er speelt. Je moet weten wat bedrijven als Uber doen.’

Had je niet veel beter eerst die anderhalf jaar kunnen uitzitten?

‘Ik was Start-up-kwartiermaker, op verzoek van de premier en de minister van Economische Zaken.’

Maar Uber was allang geen start-up meer. Dat was inmiddels een groot bedrijf.

‘Ja, maar ik zie het niet als lobbyen. Met de kennis van nu zou ik waarschijnlijk terughoudender zijn geweest. Niet omdat mijn intenties onzuiver waren, maar omdat ik inzie dat ook de schijn van belangenverstrengeling schadelijk kan zijn. Dat heb ik destijds onderschat.’

Wat is lobbyen dan? Als je een berichtje stuurt aan de premier, dan ben je toch volop aan het lobbyen?

‘Als ik Mark ga uitleggen wat er aan de orde is, dan is dat toch iets anders? Ik had geen band met Uber, ik was niet hun adviseur.’

Je kreeg daar in mei 2016 wel een aanstelling.

‘Ik ben adviseur geworden in de commissie die zij hebben opgericht. Maar dat was dus echt veel later.’

Was het niet verstandiger en netter geweest om het helemaal niet te doen?

‘Achteraf begrijp ik dat mensen vinden dat ik meer afstand had moeten houden. Maar mijn motivatie was innovatie, niet het dienen van een commercieel belang. Ik wilde laten zien wat er in die wereld aan de orde was. Dat je zo je eten kon bestellen, je taxi of je kerstboom.’

Vond je het ook gewoon spannend om op de rand te opereren? Want je zei in 2012 bij WNL: ‘Wij zijn in Nederland te risicomijdend. Als je niet faalt, ga je niet ver genoeg’.

‘Niet om de rand op te zoeken, maar om niet benauwd te zijn. Als je altijd maar bang bent om onderuit te gaan, dan kom je natuurlijk nergens. Er is een sfeer omheen ontstaan...’

... van belangenverstrengeling.

‘En dat klopt dus niet. Ik wilde alleen die nieuwe technieken onder de aandacht brengen.’

Vind je dat toch een smet op je blazoen?

‘Nee, want ik heb gedaan wat ik vond dat ik doen moest.’

Je bent nu 85. Hoe is het om oud te worden?

‘Fascinerend. Er hoeft hoe langer hoe minder. En je kunt ook veel eigenwijzer zijn dan vroeger.’

Wat heeft het leven je vooral geleerd?

‘Dat niks vanzelf gebeurt. Als je iets wilt bereiken zul je daar zelf keihard voor moeten werken. Daar heb ik natuurlijk ook wel een prijs voor betaald, in de vorm van twee scheidingen. En ik had op het gebied van kunst en cultuur actiever kunnen zijn. Zoals mijn vriendin Sylvia Tóth dat wél heeft gedaan. Ik heb me wel veel ingezet voor goede doelen. Maar het was toch vooral almaar werken, werken, werken. Toch heb ik nergens spijt van. Als ik het over zou moeten doen, dan hetzelfde recept alsjeblieft.’

19 juli 1941 Geboren in Rotterdam.
1958 Studeert economie aan de Economische Hogeschool.
1971 Wordt Kamerlid voor de VVD.
1977 Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat.
1982 Minister van Verkeer en Waterstaat.
1991-2000 President Nijenrode.
2010 Ontvangt Aletta Jacobsprijs.
2016 Eredoctoraat Universiteit Twente.
2004-2010Eurocommissaris Mededinging.
2010-2014Eurocommissaris Digitale Agenda.
2016-2018 Voorzitter van de beleidsadviesraad van het internationale taxibedrijf Uber.

Bekleedt daarna nog verschillende commissariaten, onder meer bij Salesforce.

Kroes was getrouwd met Wouter Jan Smit en met Bram Peper. Ze heeft een zoon, Yvo.

Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next