Home

De hoogste prioriteit tijdens de droogte: de dijken nat houden. ‘Als die droog is, tik je ’m zo weg’

De droogte heeft vele gevolgen voor natuur en economie, maar het voorkomen dat dijken uitdrogen heeft absolute voorrang. Vooral veendijken zijn kwetsbaar. Daarvan heeft waterschap Rijnland honderden kilometers. ‘Een veendijk is als een spons.’

is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.

De kade-inspecteur van het hoogheemraadschap van Rijnland steekt een twee meter lange, holle staaf in een dijk, zet zijn volle gewicht op de handvatten aan de bovenkant en draait het ding de grond in. ‘Mijn appelboor’, noemt Johan Kolk (61) het instrument waarmee hij de kwaliteit vaststelt van deze veendijk aan het Papemeer bij afrit Zoeterwoude-Dorp van de A4.

In plaats van een klokhuis blijft er grond achter in het uiteinde van de meterslange stalen guts. Het is niet veel, maar genoeg voor Kolk om een oordeel te vellen: ‘Op 60 centimeter diepte is het nog vochtig’, zegt hij terwijl hij een balletje kneedt van het zojuist opgehaalde onderzoeksmateriaal. ‘Dat is nu goed, maar die droogte moet niet te lang meer duren.’

Spons

Van de 17 duizend kilometer aan dijken in Nederland geldt circa 3.500 kilometer als veendijk. Die bestaat soms geheel en vaak deels uit veen, een grondsoort die op z’n zachtst gezegd een moeizame relatie onderhoudt met droogte. ‘Een veendijk is als een spons op de rand van je bad’, zegt Kolk. ‘Als die droog is, tik je hem zo weg. Een natte spons is stevig en blijft liggen.’

De huidige droogte heeft vele gevolgen voor natuur en economie, maar die twee zijn, als het erop aankomt, ondergeschikt aan veiligheid. De 21 waterschappen regelen de waterhuishouding in hun gebied en daarbij heeft dijkbescherming prioriteit. ‘Droge voeten houden is onze primaire taak’, verklaart Henk Hazenoot, loco-dijkgraaf van het waterschap Rijnland. ‘Daarvoor moeten we eerst en vooral de dijkveiligheid op peil houden.’

Veendijkveiligheid in dit geval. De veendijken liggen vooral in het westen en noorden van Nederland. Rijnland, dat het gebied beheert tussen Velsen en Gouda, dat voor 90 procent onder NAP ligt, heeft er ruim 1.200 kilometer van. Het is het oudste waterschap – de oprichtingsakte uit 1255 ligt in Leiden in de kluis – met de meeste inwoners, 1,3 miljoen.

Wilnis 2003

Iedere medewerker van elk waterschap weet wat ‘Wilnis 2003’ betekent. In dat jaar, eind augustus, schoof in het Utrechtse dorp een stuk veendijk van 60 meter ’s nachts zomaar de polder in. De woonwijk achter de dijk kwam een halve meter blank te staan. Gas-, water- en elektriciteitsleidingen braken af.

Hoe vervelend ook voor Wilnis, de dijkbreuk met overzichtelijke gevolgen bleek een kennissprong voor waterschappen met veel veendijken. Onderzoek wees uit dat droogte na een twee weken durende hittegolf een sleutelrol had gespeeld. De veendijk had door uitdroging veel gewicht verloren, waarna die van de ondergrond af kon scheuren en als een kurk wegdreef. ‘Deze belastingssituatie was nog nooit eerder geïdentificeerd’, stelden onderzoekers.

Rijnland inspecteert deze weken de waterkeringen die het meest gevoelig zijn voor droogte. Niet echt wetenschap, die inspectie van 270 kilometer dijk, legt Kolk uit, eerder fingerspitzengefühl op basis van heel veel ervaring. Kwestie van ‘feeling voor je kering’.

Feeling voor je kering

De inspecteur werkt 25 jaar voor het waterschap en ziet aan kleine dingen of een dijk – ‘wij spreken meestal van kade’ – problemen kan opleveren. Gelige vegetatie, in plaats van sappig groen, kan wijzen op een droge dijk. Een deuk in het oppervlak kan betekenen dat er in de kade iets is gaan schuiven.

‘Wat? Dat weten we niet precies. In de Tweede Wereldoorlog verstevigden boeren hun dijken met puin uit Rotterdam’, vertelt Kolk. ‘Misschien is dat gaan schuiven. We kunnen niet echt ín de dijk kijken.’ Hij houdt zijn ‘appelboor’ omhoog. ‘Met deze hooguit een halve meter.’

Scheuren zijn de duidelijkste aanwijzing dat er iets mis is. ‘In het ergste geval’, zegt Kolk, ‘duiden scheuren in de lengterichting erop dat een stuk kade kan afbreken.’ Maai de dijk en de scheuren openbaren zich. ‘Doen we niet, want de wortels van de begroeiing geven ook stevigheid aan de kade.’

Bijna 150 scheurmeldingen kreeg Rijnland tot dusver deze droogteperiode binnen. In sommige scheuren pasten wel vier volledige Hansjes Brinker. Onmiddellijke reparatie van zo’n scheur van zes meter lang kan niet meteen, want er is veel water nodig om de dijk weer vochtig te krijgen. Dat verlaagt het waterpeil waardoor overal de veendijken kunnen verdrogen.

Tegelijk mag vanuit zee geen zout water in het vernuftige, eeuwenoude systeem komen. Verliest zoet van zout, dan zijn de gevolgen voor natuur en landbouw desastreus. ‘Bovendien: zout water zakt naar de bodem en krijg je niet snel weer weg’, legt inspecteur Kolk uit.

Doemscenario

Naarmate het langer droog blijft, komt het doemscenario echter steeds dichterbij. Daarin is zout water nodig om met een minimaal waterpeil de veendijken vochtig te houden. Want dijkveiligheid is nu eenmaal prioriteit nummer één. ‘We doen er alles aan om dat scenario te voorkomen’, zegt Hazenoot, ‘maar als het moet, gebruik ik mijn bevoegdheid om beslissingen te nemen die nadelig kunnen uitpakken voor natuur en economie.’

De loco-dijkgraaf staat op de dijk en kijkt naar de verkleuring op het beton van het viaduct over het Papemeer. ‘Minstens twintig centimeter lager dan normaal’, schat hij de waterstand, ‘en de droogte houdt aan.’

Niet alleen de komende weken. Het KNMI stelt dat rond het jaar 2100 elke zomer even droog zal zijn als de huidige. ‘Ons denken als waterschap moet helemaal anders’, zegt Hazenoot. ‘Van het voorkomen van wateroverlast, naar het opslaan van water. Van denken in te veel water naar te weinig.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next