Noord-Limburg In Venray en omgeving ligt ruim acht decennia na de bevrijding nog volop munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Gepensioneerd politieman Anne Beuving (84) geldt al zestig jaar als dé regionale expert op dat gebied. Dus toen door de brand explosieven ontploften in het bos, wist de politie wie ze moest inschakelen.
Medewerkers van Defensie en de brandweer in natuurgebied Boschhuizerbergen ten oosten van Venray.
Anne Beuving, 84 jaar en al bijna een kwart eeuw gepensioneerd politieman, had dinsdagavond plots twee agenten aan de deur. „‘Niet schrikken’, zeiden ze. ‘We komen u ophalen’”, vertelt hij.
Vervolgens werd Beuving meegenomen naar het Hotel Astaria in Venray, dat afgelopen week diende als centraal logistiek punt voor de hulpdiensten die de strijd aanbonden met de grote brand in natuurgebied Boschhuizerbergen. De oplopende hitte in het bos had verscheidene explosieven tot ontploffing gebracht. Of Beuving kon vertellen wat daar zoal aan bommen en granaten onder de grond lag.
„Vooral kleinere munitie”, zei ik. „Al ben ik donderdagmorgen nog even langs de brandweerkazerne gereden, omdat ik me opeens nog de vondst herinnerde van fosforgranaten langs het spoor, op zo’n kilometer of anderhalf van waar het bos nu brandde.”
Dat de agenten dinsdagavond de hulp van Anne Beuving inschakelden, was niet verwonderlijk. Tijdens (en na) een loopbaan bij de politie in Venray, groeide hij uit tot de explosievenexpert. En ook dat is niet zo gek: in het Noord-Limburgse dorp en de naaste omgeving wemelt het ruim acht decennia na de bevrijding nog steeds van de ontplofbare oorlogsresten. In het najaar van 1944 en in de eerste maanden van 1945 boden de Duitsers alhier hardnekkig weerstand tegen de geallieerden. En werd hard gevochten en een grote hoeveelheid explosieven afgevuurd.
Beuvings ervaring met bommen begon ruim zestig jaar geleden. „Mijn uniform paste me nog maar nét, toen ik bij mijn eerste ongeluk werd geroepen”, vertelt Beuving. „Het was begin december 1964. Een maand eerder was ik begonnen als wachtmeester bij de rijkspolitie in Venray. Een loonwerker lag onder z’n tractor. Hij was over een explosief gereden en op slag dood. Vanaf dat moment kwam er vrijwel wekelijks iets met explosieven op mijn pad.”
Collega’s vonden het wel best, als Beuving op meldingen afging. „Die vonden het maar smerig en gevaarlijk werk”, vertelt hij. „De ervaring maar vooral ook de contacten met de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) waren leerzaam. Op een gegeven moment mocht ik met toestemming van de hoofdofficier van justitie en de burgemeester een eigen verzameling onschadelijk gemaakte explosieven aanleggen. Dan konden we als politie leren om de soorten te onderscheiden. Toentertijd had de EOD een reeks van zes boeken, nu hebben ze een app om explosieven te herkennen.”
Agrarische activiteit veroorzaakte de meeste ongelukken. „Intensiever boeren leverde ook meer risico op. Vroeger ploegden ze met een paard. Met een tractor gaan ze een stuk dieper. En als een weiland verandert in een aspergeveld, kunnen ook explosieven boven komen.”
Een boer in het dorp Castenray vroeg Beuving ooit te komen helpen met een raket. „Die had hij naar eigen zeggen gevonden op land vlak bij z’n boerderij. Ik wist dat die raket van een Duitse Nebelwerfer [een raketwerpersysteem uit de Tweede Wereldoorlog] kwam. Dat betekende dat hij die raket nooit bij Castenray kon hebben gevonden. Na lang aandringen vertelde de boer dat hij het projectiel op land bij Veulen had gevonden [hemelsbreed ongeveer 5,5 kilometer verderop]. Hij had de raket provisorisch op de ploeg achter z’n tractor gebonden en was naar huis gereden. Dat had met zeventig kilo aan springstof heel anders kunnen aflopen. Daar schrok de boer toch wel van.”
Granaten uit de Tweede Wereldoorlog in 2026, in Frankrijk.
In Le Porge, in Zuid-Frankrijk wordt gewaarschuwd voor levensgevaarlijke resten van bommen uit de Tweede Wereldoorlog.
Maar ook niet-boeren werden verlate oorlogsslachtoffers. Beuving vertelt over een detectorhobbyist, die aanvankelijk elke vondst trouw kwam melden op het bureau. „Dan reden we in een politiewagen naar de vindplaats om te bekijken of de EOD moest worden ingeseind. Later begon hij een eigen verzameling. Hij liet een Engelse schokbuis [een ontstekingsmechanisme] vallen tijdens het onschadelijk maken. In een eerste reflex wil een mens dat dan toch meteen oprapen. Nog geen kubieke centimeter springstof maakte hem blind aan beide ogen. Daarna is hij succesvol pianostemmer geworden.”
Ook was Beuving actief politieman tijdens de droge zomer van 1976. „Destijds gingen in Venray en omgeving de bossen ook in vlammen op. Maar de branden waren meer verspreid over de gemeente en kleiner. Van ontploffingen van oorlogsexplosieven was toen geen sprake.”
Beuvings betrokkenheid bij de explosieve oorlogsresten werd gewaardeerd. Na prins Bernhard werd hij het eerste niet bij de dienst betrokken EOD-erelid. „Daar maak ik nog steeds misbruik van. Ik heb me alweer aangemeld voor de EOD-reünie van dit najaar.”
In 2002 ging Beuving met pensioen, maar hij dient nog geregeld als vraagbaak voor professionals. Zijn kennis, verhalen en foto’s verzamelde hij ook in een boek, Explosieven in en rondom de Peel. En hij is tot op de dag van vandaag vrijwilliger in het Oorlogsmuseum Overloon, even ten noorden van Venray, over de provinciegrens met Noord-Brabant. „Ik functioneer als een soort jukebox. Wijs een foto van een explosief aan en ik heb er een verhaal bij.”
De Franse opruimdienst aan het werk in een veld in Le Porge, in 2026.