Home

Kijk, daar is het pijpestrootje alweer: de natuur kan een vlammenzee vaak best aan

Na natuurbranden zien landschappen er dramatisch uit. Maar kom een aantal jaar later terug en een gebied kan er zelfs op vooruit zijn gegaan. Wat niet wil zeggen dat branden geen kwaad kunnen.

Hanneke de Klerck is wetenschapsredacteur van de Volkskrant.

Wie door de Deurnese Peel loopt, ziet her en der berken die nog wat zwart zijn aan de onderkant van hun stam. Of gebieden met berken die hebben staan kwijnen voor ze alsnog het loodje legden; beschadigde bomen kunnen er een paar jaar over doen om dood te gaan. Maar zichtbaarder dan de gevolgen van de natuurbrand uit 2020, met ruim 700 aangetaste hectare de grootste geregistreerde in de Nederlandse geschiedenis, zijn de gevolgen van de langdurige droogte.

Zes jaar geleden zag het gebied eruit als een desolate zwarte vlakte met hier en daar een geblakerde boom. Net zoals nu het natuurgebied Boshuizerbergen, bij Venray, dat maandag in brand vloog. Wie dat ziet, kan zich nauwelijks voorstellen dat er ooit weer iets groeit.

Maar natuur is opmerkelijk veerkrachtig. Al na twee weken kwamen in de Deurnese Peel weer pijpestro, een grassoort, en adelaarsvarens op. Pijpestro ziet ook Brand Timmer op het terrein van het Artillerie Schietkamp (ASK) bij ’t Harde, waar in april een natuurbrand woedde. Dat gras, zegt Timmer, beheerder namens het Rijksvastgoedbedrijf, is vitaler dan wat er groeide, door de extra mineralen die na een brand in de grond achterblijven. Het hele terrein is weer groen, zegt hij, behalve de bossen waar de bomen zwart en dood zijn.

Hagedissen en slangen

Bij elke natuurbrand komen dieren om. Gevluchte grote dieren en vogels keren terug. Timmer zag kortgeleden in het afgebrande gedeelte van het ASK drie jongen een visarendsnest verlaten. En zelfs bij zo’n enorme brand als in de Peel, zegt boswachter Sjaak Smits van Staatsbosbeheer, zijn er eilandjes die niet branden en waar kleinere dieren, zoals reptielen, kunnen schuilen. Na een brand herstellen populaties zich. Ook de hagedissen en slangen zijn in de Peel weer terug.

Een gebied kan na een brand soorten trekken die er niet waren. In ’t Harde ziet Timmer de kleine bonte specht, die zich tegoed doet aan insecten die op dode bomen afkomen. In Nederland bedreigde soorten als brandplekpaddenstoelen, die groeien onder een warme bodem, kunnen ineens tevoorschijn komen. In de Peel zag Smits ze niet, maar wel op de Strabrechtse Heide bij Eindhoven, na de grote brand van 2010. Daar werd de zeldzame koffievuurtjeszwam gevonden. Beheerders zijn niet blij met die zwam, omdat hij de wortelsystemen van naaldbomen aantast.

Met pijpestro zijn beheerders evenmin blij. Heidegrond of, zoals in de Peel, hoogveen komt niet terug als overal gras groeit. ‘Als je niets doet, wordt alles uiteindelijk bos’, zegt Smits. De natuur kan zich dus herstellen, maar heeft hulp nodig. Daarom zetten beheerders na een brand vaak schapen in om het pijpestro te begrazen. In de Peel is dat gebeurd. In ’t Harde gebeurt het op strategische plekken, zegt Timmer. ‘Anders heb je duizenden schapen nodig.’ Juist het heidegebied wordt begraasd, zodat de jonge heide de concurrentie met het gras aan kan.

Vernatting

In de Peel werd voor de brand al gestreefd naar vernatting. Die maatregelen zijn daarna doorgezet. Zo is de waterstand verhoogd door waterbuffers rondom het gebied aan te leggen, waardoor het verlies van bomen geen ramp is. Het water dat bomen verdampen, kan nu in het gebied worden vastgehouden. Smits ziet dat die maatregelen ook effect hebben in perioden van droogte. ‘Al kun je met de droogte van deze zomer niets meer doen.’

Natuurbranden in Nederland komen geregeld voor: gemiddeld zijn er zeshonderd per jaar, met een totaal oppervlak van 440 hectare. Bij Venray is deze week ongeveer 100 hectare verloren gegaan.

Branden bieden kansen voor verjonging van de natuur en verbetering van een gebied. Vaak lagen er al plannen klaar die ervan profiteren. Zo ging bij de brand op de Strabrechtse Heide bosgebied verloren. Staatbosbeheer kon het terrein daardoor omzetten naar heide, wat al langer een wens was. Zaden van struikheide en berken begonnen te groeien en met begrazing door schapen werd voorkomen dat het bos terugkeerde.

Ook in het Limburgse Nationaal Park De Meinweg, dat net als de Peel in 2020 door een grote brand werd getroffen, is het bosgebied nu open. Het bestond vrijwel uitsluitend uit brandbare naaldbomen, indertijd bedoeld voor de mijnbouw. Na de brand heeft Staatsbosbeheer loofboompjes geplant. Oude heidestruiken die het vuur niet hadden overleefd, maakten plaats voor jonge.

Ratelpopulier

In ’t Harde wordt een deel van het aangetaste bos onaangeroerd gelaten. Daar komen alweer berken en eiken op, zegt Timmer. Een ander verbrand deel wordt gekapt en er zullen extra soorten worden geplant, zoals de ratelpopulier. De variatie in het gebied neemt toe, zegt Timmer. Hij heeft ervaring met brand: in ’t Harde wordt in de winter de vegetatie opzettelijk aangestoken. Gecontroleerde beheerbranden verjongen de natuur en vergroten de biodiversiteit.

Valt het effect van natuurbranden dan wel mee? Misschien, als het om een klein gebied gaat zonder unieke planten of dieren en de brand de ondergrond niet te heet maakt, waardoor zaden in de grond overleven. Maar door klimaatverandering zal het aantal branden toenemen en intenser worden. In de versnipperde Nederlandse natuur kunnen bijzondere planten of dieren dan verloren gaan.

Smits heeft een aantal natuurbranden meegemaakt, en die bij Venray roept de beelden daarvan weer op. Dus inderdaad, zegt hij, voor de natuur hoeft vuur niet dramatisch te zijn. Maar mensen die moeten evacueren, brandweerlieden die gevaar lopen, de rook die wekenlang boven de Peel hing, de dode dieren, de verwoesting: ‘Brand heeft enorme, niet te onderschatten impact.’

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next