Home

Revolutionaire ondernemers hebben vaak een apart type brein, ziet deze investeerder: ‘De meesten zijn gepest op school’

Barend Van den Brande scoort aan de lopende band met zijn investeringen in innovatieve start-ups. Hij kijkt minder naar het product dan naar de ondernemer, die zich zelden in Europa bevindt. ‘Er is hier een cultuur van anti-ambitie.’

is verslaggever van de Volkskrant. Ze woont in België.

Als Barend Van den Brande zijn werk beschrijft, klinkt dat even eenvoudig als onwerkelijk. Als durfkapitaalinvesteerder voert hij de hele dag gesprekken met jonge ondernemers, allemaal razend slim en ambitieus, en allemaal op zoek naar geld. Aan hem de opdracht om in die gesprekken de allerbeste te herkennen en hun miljoenen toe te kennen.

‘Om het verschil te zien tussen de beste 1 procent en de 0,1 procent’, zegt hij zelf. ‘Tussen iemand die een bedrijf van 10 miljoen bouwt en iemand die er een bouwt van 100 miljard.’

De Vlaming is oprichter van Hummingbird Ventures, een durfkapitaalfonds dat miljoenen ophaalt bij vermogende particulieren, die investeert in innovatieve start-ups en hen helpt om op te schalen, liefst tot wereldniveau. Durfkapitaal – vorig jaar wereldwijd goed voor 370 miljard euro – wordt vooral ingezet voor het financieren van nieuwe technologie, waar geen bank zich aan waagt, en is daarmee een aanjager van innovatie. Het zijn investeringen met een enorm risico maar, als het goed gaat, ook een enorm rendement.

‘Ik vergelijk het met tienduizend schelpjes omdraaien’, zegt Van den Brande in zijn woonplaats Brugge, vanwaar hij elke week naar zijn bedrijf in Londen pendelt. ‘Ik loop over het strand op zoek naar die ene anomalie. Maar ik kan niet op voorhand zeggen: het zal een fluorescerend geel schelpje zijn, want bij dit soort toptalent kun je de karakteristieken niet voorspellen. Je kunt niet zeggen: o, hier is er eentje die lijkt op Bill Gates in combinatie met Elon Musk.’

Van den Brande lijkt er een neus voor te hebben. In de eerste drie jaargangen van zijn fonds, opgericht in 2010, verdienden de investeerders – voornamelijk industriëlen uit België en Nederland – ruim tien keer hun inleg terug. Dat geldt in de wereld van het durfkapitaal als een uitzonderlijk resultaat. Hummingbird investeerde al heel vroeg in de Britse maaltijdbezorger Deliveroo, de Amerikaanse cryptobeurs Kraken en het Amerikaanse medtechbedrijf BillionToOne, die tot honderd keer zoveel waard werden.

Recente successen zijn vroege investeringen in het Zweedse vibecodingplatform Lovable en het Amerikaanse AI-chipbedrijf Etched. Het leverde Van den Brande en zijn zakenpartner Firat Ileri vorig jaar een plaats op in de Forbes Midas List Europe, een rangschikking van de beste techinvesteerders van Europa. Toen Hummingbird begin dit jaar 680 miljoen euro aan nieuw kapitaal wilde ophalen, stonden er zo veel investeerders in de rij dat het fonds met 570 miljoen euro werd overschreven.

Van den Brande is daarmee de Europese vertolker van een verhaal dat haast Amerikaans aandoet. De privémarkt als superieure verdeler van schaarse middelen, risicokapitaal als de motor van innovatie, overheidsregulering als een obstakel voor groei. Hij gelooft rotsvast in de kracht van buitengewoon talent met grenzeloze ambities.

In zekere zin is Van den Brande zelfs de ultieme durfkapitalist, als het gaat om risico’s nemen. Hummingbird richt zich niet op een specifieke sector of regio, zoals de meeste venture capitalists, maar heeft een portfolio dat strekt van Turkse videogames tot Indiase fintech en van Amerikaanse biotech tot Zweedse AI. Van den Brande doet ook niet aan spreiding, als manier om risico’s te beperken, maar is juist heel selectief. Van de duizenden start-ups die zijn team hem jaarlijks voorlegt, kiest hij er twee of drie, en zet daar dubbeldik op in.

Zijn selectiecriterium: niet de technologie, niet de ideeën, maar de persoonlijkheid van de ondernemer. De investeerder speurt in zijn gesprekken naar uitzonderlijke karakters, onconventionele manieren van denken, afwijkende breinstructuren, die volgens hem nodig zijn voor het bouwen van revolutionair bedrijf.

‘Veel van mijn gesprekken gaan helemaal niet over technologie’, zegt hij in zijn woning, door hemzelf ontworpen, als ontspanning naast zijn drukke baan. ‘We willen graag denken dat innovatie wordt gedreven door grote vondsten. Dat een aantal knappe koppen een geweldig inzicht had en poef, dat was de basis voor een legendarisch bedrijf. Maar zo werkt het niet. Iedereen kan goede ideeën hebben, maar je moet ze kunnen uitbouwen. En dan kom je uit bij een apart type brein.’

Wat is kenmerkend voor dat brein, en hoe herkent u het?

‘Wat me opvalt bij de ondernemers die ik zoek, is een extreem gevoel voor urgentie. Een besef dat ze alles twintig tot vijftig keer zo snel moeten doen als de rest. Ze lijken om de zoveel minuten een analyse te maken, als een kleine prioriteitenmachine: kan ik hier het snelst mee vooruit? Moet ik niet van strategie veranderen? Alles omgooien? Ze willen in drie jaar het werk van drie generaties doen.

‘Natuurlijk, ze hebben ook ideeën, maar ze leggen zich er niet op vast. Ze kunnen veel beter omgaan met ambiguïteit. De meeste ondernemers denken: dit is het product, en dat gaan we nu verkopen. Maar die beste ondernemers denken: we gaan nog zo veel ontdekken en veranderen, we kunnen beter alles openhouden. Als een vliegtuig met één vleugel de lucht insturen, en dan onderweg blijven knutselen.

‘Wat ik ook zie, is een gebrek aan ontzag. Neem William Shu, de oprichter van Deliveroo. Ik vroeg hem wat hij van de Duitse markt vond. Zijn antwoord: daar heb ik geen opinie over. De meeste mensen zouden denken: die man tegenover me heeft het geld dat ik nodig heb, ik kan maar beter een antwoord bedenken. Maar bij die beste ondernemers werkt dat anders. Zij zijn vaak buitenbeentjes, en hebben al vroeg geleerd die sociale rituelen te negeren.’

In financiële media wordt het samengevat als ondernemers met neurodivergentie, een afwijkende breinstructuur, die zich kan uiten als dyslexie, ADHD of autismespectrumstoornis. Bent u daar expliciet naar op zoek?

‘Nee. En ik heb ook niet de illusie dat ik dat in een paar gesprekken kan achterhalen. Maar het klopt wel dat ik er vaak op uitkom. Op een bepaald moment kwam ik erachter dat 40 procent van mijn eigen team dyslexie heeft, terwijl ik daar helemaal niet op had geselecteerd.’

Veel ondernemers in wie u investeert, dragen ook een trauma mee.

‘De meeste van onze ondernemers zijn gepest op school. Dat komt heel vaak terug. Ik schrik soms van hun verhalen. Een van onze ondernemers had een vader die cultleider was en zijn kinderen tussen maandag en vrijdag geen eten gaf. Twee zussen kwamen daar met een eetstoornis uit, maar die ondernemer – met zijn neurodivergente brein – niet. Hij bedacht: ‘Als ik mijn eigen microkosmos heb, waarin ik elk detail heb uitgedacht, krijg ik misschien controle over mijn leven.’ Dat zie ik bij veel ondernemers: dat trauma is hun brandstof.’

De getormenteerde, neurodivergente techneut als geniale ondernemer is een behoorlijk cliché in Silicon Valley. Elon Musk, Steve Jobs, Bill Gates: ze voldoen allemaal aan het plaatje. Veel durfkapitaalfondsen zeggen in dit soort ‘afwijkende’ ondernemers te investeren.

‘Maar ze doen het niet. Ze durven niet. Veel fondsen willen graag een Steve Jobs, maar dan een geavanceerde versie. Eentje met meer teamspirit, eentje die niet af en toe gemeen doet. Maar zo werkt het niet. De ondernemers in wie wij investeren, zijn soms extreem paradoxaal. Ze zijn enerzijds toppers in hun industrie en kunnen anderzijds haast hun schoenveters niet strikken. De meeste investeerders staan daar helemaal niet voor open.’

Maar is het oké voor een ondernemer om gemeen te doen, als hij maar geniaal is? Dat leidt toch tot ongezonde werkculturen?

‘Wat is gemeen? Wat is een gezond werkklimaat? De omgeving van een start-up is een snelkookpan met slechts één winnaar. Dat is niet voor iedereen weggelegd. Dat is voor die één op de duizend beste talenten. Mensen die Philips of Google als saai ervaren. Mensen die je vraagt om het werk van twintig man in een tiende van de tijd te doen. Op leven en dood.

‘Wij hebben geïnvesteerd in Etched, een Amerikaanse start-up die AI-chips maakt en met wereldleider Nvidia wil concurreren. Dat zijn twee jongens van 25 jaar, die de strijd aangaan met 31 duizend ingenieurs. Zij hebben met hun team jarenlang zeven dagen op zeven gewerkt, grenzend aan burn-out. Maar nu hebben ze hun chip gelanceerd en binnen enkele weken hun eerste miljard euro aan orders beet. De mensen die daar aan de slag gaan, willen geschiedenis schrijven door met de slimste koppen ter wereld te werken.

‘Dat gezegd hebbende, de oorlog om het beste talent maakt dat het onfair behandelen van werknemers altijd een boemerangeffect heeft. Al het talent in geweldige start-ups kan morgen voor meer geld aan de slag bij een andere club.’

Een gesprek met Van den Brande is intens. Hij praat tweeënhalf uur aan één stuk door, en op een e-mail met drie aanvullende vragen komt direct een antwoord van drie bladzijden. Hij is zelf neurodivergent, en geeft toe dat interviews hem niet liggen. ‘Ik heb een cartoonbrein’, zegt hij. ‘Ik heb heel uitgesproken beelden, en ik overdrijf soms om mijn punt te maken. Ik zou het graag beter kunnen vertellen, maar dat gaat nog even duren. Ik heb geen idee hoe ik mijn verhaal in een halfuur kan doen.’

Van den Brande vertelt bijvoorbeeld uitgebreid over zijn theorie over creativiteit en innovatie, waarbij hij de kenmerken van geniaal ondernemerschap vergelijkt met de humor van John Cleese, het gitaarspel van The Rolling Stones of de boeken van Dostojevski. Het is een fascinerend betoog, maar onmogelijk samen te vatten. ‘Je hebt zo’n theorie nodig om te herkennen wanneer je relevante signalen krijgt in een gesprek, en wanneer het ook maar fluff is’, zegt hij: ‘Wanneer iemand gewoon een misfit is die helemaal niets gaat bouwen.’

Hoe bent u eigenlijk op deze ideeën gekomen? Uw eerste durfkapitaalfonds, Big Bang Ventures, werkte veel klassieker.

‘In het begin van mijn carrière dacht ik: ik ben maar een muppet uit België, dus ik ga allemaal slimme mensen om me heen verzamelen. Ik richtte een adviescomité op, vroeg om raad bij serie-ondernemers. Ik geloofde een aantal van hun ideeën niet, en mijn resultaten waren niet goed, maar ik wist niet hoe ik het moest veranderen. Het was een gebrek aan moed om mijn eigen waarheden te zoeken.

‘Het heeft tien jaar geduurd voor ik de durf had mijn eigen intuïtie te volgen, en om een van mijn beste beslissingen ooit te nemen. Ik heb mijn adviescomité de deur gewezen. Ik was mijn hele basis kwijt, maar ik voelde: het is nog verraderlijker om te blijven zitten in deze context van Europese ondernemers die allemaal succesvol zijn in hun eigen domein, maar nog nooit greatness van dichtbij hebben gezien.’

Hoe kwam u erachter hoe het wel moest?

‘Met eindeloos veel bloedneuzen. Ik had mijn theorie over de wereld en die ging ik toepassen, maar soms zat ik er compleet naast. Het is als tienduizend, honderdduizend schelpjes omdraaien. Bij de eerste duizend dacht ik veel te snel: aha, deze springt eruit. Dan liep ik dus bloedneuzen op. Maar ik kende ook echt succes. Pas toen leerde ik wat het verschil was tussen de 1 procent beste ondernemers en de 0,1 procent.’

Van den Brande stokt. Het is bijna middag en de Verenigde Staten worden wakker. Dan staan er gesprekken met ondernemers gepland. Het is een van de redenen dat hij dit interview wil geven: hij vindt het spijtig dat durfkapitaal vooral een Amerikaanse aangelegenheid is. Hij zou graag meer Europese ondernemers ondersteunen. ‘Liefst om de hoek hier, dan kan ik er met de fiets naartoe.’

Van het wereldwijde durfkapitaal werd vorig jaar slechts 15 procent in Europa geïnvesteerd, tegenover 64 procent in de VS (en 15 procent in Azië). En die kloof wordt groter. Veel ondernemers en politici, zoals Mario Draghi, oud-voorzitter van de Europese Centrale Bank, waarschuwen dat Europa zijn aansluiting bij de wereldwijde techrevolutie dreigt te missen. Zij willen dat Europa zich meer openstelt voor durfkapitaal.

Tegelijk waarschuwen toezichthouders en andere politici – vaak aan linkerzijde – voor de risico’s van durfkapitaal: opgeblazen verwachtingen, snelle winst en een gebrek aan transparantie. Volgens sommige critici leidt de obsessie met hoge rendementen tot techondernemers zonder enig moreel kompas. Amerikaanse investeerders als Peter Thiel, die zijn invloed en geld gebruikt om antidemocratische ideeën te ondersteunen, hebben de sector al helemaal een slechte naam bezorgd.

‘Ik weet dat ik een bubbel zit die in Europa niet goed wordt begrepen’, zegt Van den Brande, die benadrukt dat hij Thiels ideeën ‘cynisch’ vindt. ‘Maar ik vind het belangrijk om in de media een andere belichting te geven. Het zijn niet alleen graaiers en geeks, AI die de wereld kapotmaakt, Facebook dat democratie kapotmaakt, de volgende Peter Thiel. Ik snap dat mensen angstig zijn. Dat ze denken dat ze hun job aan AI zullen verliezen. En dat ze zeggen: wij doen daar niet aan mee. Maar ik denk niet dat we die luxe hebben. Ik denk dat je mee moet zijn, liefst met de beste.’

U vindt uw ondernemers zelden in Europa. Hoe komt dat?

‘Soms wordt in Europa als excuus aangegrepen dat er geen kapitaal is. Ik denk dat dat nonsens is. Als je vandaag als AI-ingenieur op LinkedIn het woord ‘stealth’ schrijft, het codewoord om te zeggen dat je onder de radar een onderneming bouwt, durf ik te wedden dat je binnen twee weken dertig telefoontjes van durfkapitalisten uit de hele wereld krijgt. Die hebben overal hun tentakels uitgezet om bij duizenden jongeren te checken wat ze doen.

‘Wat ik vooral zie, is een gebrek aan ambitie. Hier zeggen mensen snel: ik heb 20 miljoen omzet, ik ben big in België, dat is genoeg. Er is een cultuur van anti-ambitie. Ambitie is verdacht. Want ambitie betekent ook dat je medewerkers laat gaan omdat ze niet de beste zijn. In Europa klinkt het dan: dat zou niet mogen, geef ze een kans om te groeien. Maar een geweldige ondernemer weet: ik kan mij dat niet veroorloven. Die beseft: the winner takes all.’

Waar komt dat ‘gebrek aan ambitie’ volgens u vandaan?

‘We hebben in Europa een lange lange geschiedenis van optimaliseren, betere protocollen verzinnen, regeltjes toevoegen. Dat doen we heel goed. Maar op een bepaald moment houdt dat je tegen. Je ziet nu in Europa dat men wil dat rechtvaardigheid meteen wordt meegenomen bij innovatie. Als er 1 procent kans is dat het fout loopt met AI, willen we dat op voorhand reguleren. Maar dat gaat uit van de illusie dat de rest van de wereld er ook zo in zit. Terwijl ondernemers in de VS en China daar niet mee bezig zijn. Die zijn gewoon aan het bouwen.’

Maar zijn die regels dan niet nodig? Ongereguleerde AI levert ook gevaren op.

‘Natuurlijk, iedere betrokkene bij AI vraagt zich af hoe we drama’s kunnen afwenden, maar dat is geen excuus voor simplistische regels. Europa heeft de ontwikkeling van AI in de kiem gesmoord. Het kan generaties duren voor we de niet-Europese AI-bedrijven bijbenen. Willen we op het vlak van AI ook een situatie zoals bij Starlink (satellieten van SpaceX die in Oekraïne worden gebruikt, red.), waar we moeten hopen dat Elon Musk ons morgen nog wil bedienen?’

Ziet u die mentaliteit veranderen?

‘Ik zie het nog niet veranderen. We blijven onszelf in Europa wijsmaken dat we een miljardenprogramma kunnen opzetten om heel centristisch een OpenAI te bouwen. En we blijven miljarden naar batterijfabrieken schuiven. Allemaal heel top-down. Ik kan me voorstellen dat we over tien jaar collectief vaststellen: al die miljarden zijn weg en er is niets disruptiefs mee gebouwd. Dat stemt me niet vrolijk.

‘Anderzijds zijn er wel enkele geweldige nieuwe ondernemers. Zo’n Anton Osika van Lovable, in Zweden, die draait nog geen twee jaar na de start meer dan 500 miljoen omzet. Hij is nu zijn team aan het bouwen en in de talentpool van OpenAI aan het vissen. Zo van: de Amerikaanse overheid wil mogelijk de toegang tot OpenAI voor buitenlanders beperken, kom je niet terug naar Europa? Dat zijn ondernemers die denken: ik wil een geweldig bedrijf bouwen, en ik wil dat doen in een Europa dat niet ten onder gaat.

‘Uiteindelijk zie ik de wereld als een aantal individuen dat innovatie vormgeeft. Het kan afhangen van een knettergekke nerd. Dat betekent ook dat je het niet kunt sturen. En dat er nog kansen zijn. Op dit ogenblik zijn er ergens 14-jarigen robots aan het bouwen, en ik sluit niet uit dat er eentje tussen zit die het spel helemaal hertekent.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next