Home

Stilletjes draait Israël de economie van de Westoever de nek om. ‘Het leven wordt elke maand zwaarder’

De manier waarop Israël de economie op de Westelijke Jordaanoever mangelt is veel onzichtbaarder dan het geweld van kolonisten, maar maakt Palestijnen wanhopig. ‘Je overweegt toch om over die muur te klimmen om aan de andere kant een baan te vinden.’

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.

Bashir kijkt schichtig. Hij komt liever niet in de buurt van de muur die de bezette Westelijke Jordaanoever van Israël scheidt. Dan gaat zijn hart direct sneller kloppen, krijgt hij het koud en voelt hij de haartjes in zijn nek en op zijn armen overeind komen.

Dat komt door die ene keer dat Bashir (niet zijn echte naam) probeerde over de muur te klimmen om aan de andere kant een baan te zoeken. In de bouw of zo, of bij een boer, of nou ja, wat betreft de 21-jarige jongeman was alles eigenlijk wel goed.

Naast het geweld van kolonisten en het Israëlische leger dat over de Westoever raast, woedt er een economische crisis die de inwoners tot wanhoop drijft. Zeker een derde van de inwoners is hier werkloos, deels doordat Israël sinds de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 de werkvergunningen van minstens 150 duizend Palestijnen om veiligheidsredenen introk.

Al deze mensen verloren op slag hun baan en de gevolgen daarvan zijn enorm. Palestijnen werkten graag voor de bezetter, omdat zij in Israël omgerekend tussen de 2- en de 4.000 euro per maand verdienden – drie keer meer dan je op de Westoever met een goede baan kunt verwachten. Dat verlies sijpelt door naar de rest van de economie: het geld dat deze werknemers normaal gesproken uitgaven aan huizen, restaurants of auto’s is er niet meer, waardoor andere sectoren eveneens onderuitgaan.

Dagloner

Bashir kan daarom niet eens een slechte baan vinden. Hij probeert als dagloner aan de slag te komen, wat soms maandenlang niet lukt. Daarmee verdient hij tussen de 14 en 23 euro – en een pakje sigaretten kost al 8 euro. Zonder geld voel je jezelf een mislukkeling, vertelt Bashir. ‘Ik ben de oudste zoon van het gezin en normaal gesproken zou ik op mijn leeftijd moeten kunnen bijdragen aan de kosten. Bovendien wil ik op een gegeven moment verder. Trouwen. Kinderen krijgen. Maar daarvoor zal ik eerst moeten sparen.’

Dan overweeg je toch om over die muur te klimmen. Er zijn dagen dat zich om die reden honderden mannen verzamelen in de buurt van Bashirs huis in Ar-Ram, dat zich vlak bij de muur bevindt. Op andere dagen is er niemand. ‘Het ligt eraan of er veel door Israël gepatrouilleerd wordt’, legt Bashir uit. ‘Als dat zo is, hoef je het niet te proberen, want zij schieten direct met scherp.’

Alleen al bij dit kleine stukje muur in Ar-Ram zijn er sinds de aanval van Hamas op 7 oktober 2023 achttien mensen neergeschoten, van wie tien het niet hebben overleefd. Op de hele Westoever zijn naar schatting tussen de honderd en de tweehonderd Palestijnen gedood die in deze periode over de muur probeerden te komen.

Het gevaar kan overigens ook van de eigen kant komen, want de financiële wanhoop van de een is een verdienmodel voor de ander. Mensensmokkelaars ‘beheren’ de muur: voor 40 euro mag je hun ladder gebruiken. Maar als je met je eigen ladder komt, word je door deze smokkelaars neergeschoten, weet Bashir. ‘Het gebeurt via hen, of het gebeurt niet.’

Bewust ondermijnen

Een aantal kilometers verderop zit econoom en vooraanstaand zakenman Samir Hulileh in een lunchroom – verzorgd uiterlijk, blauw hemd, vriendelijke glimlach. ‘Onze regering, de Palestijnse Autoriteit, wordt door Israël bewust ondermijnd door alle zuurstof uit de economie op de Westoever te trekken’, legt hij uit. ‘Naast het verlies van die werkvergunningen bijvoorbeeld, houdt Israël al jaren de belastinginkomsten achter die zij namens de PA ophaalt. Dat gaat ondertussen om meer dan 5 miljard euro: ongeveer hetzelfde bedrag als het jaarbudget van onze regering.’

Die belasting werkt als volgt: omdat de Westelijke Jordaanoever geen eigen haven of vliegveld heeft, gaat alle buitenlandse import en export eerst over Israëlisch grondgebied. De belastingen die met deze handel gemoeid zijn, zoals de btw, de aankoopbelasting en de invoerrechten op goederen, worden door Israël geïnd, en moeten volgens de Oslo-akkoorden worden overgemaakt naar de Palestijnse Autoriteit (PA).

‘We hebben het over 200 miljoen euro per maand’, zegt Hulileh, ‘maar Bezalel Smotrich, de uiterst rechtse Israëlische minister van Financiën, weigert dat geld ‘om veiligheidsredenen’ over te dragen. Waardoor de PA elke maand geld tekortkomt om pensioenen en de salarissen van ambtenaren te betalen, scholen en ziekenhuizen draaiende te houden en publieke bouwprojecten te financieren.’

De gevolgen zijn groot. Bouwprojecten liggen stil, ambtenaren werken nog maar twee dagen per week, scholen zijn ook nog maar twee dagen per week open en in klinieken is geen personeel en er zijn geen medicijnen.

De meer dan duizend checkpoints op de Westoever vormen weer een ander probleem. Het is vrijwel onmogelijk geworden om goederen te vervoeren of naar je werk te reizen, want een trip van 20 kilometer kan zomaar vier uur kosten. ‘Eigenlijk leven mensen in talloze kleine enclaves die niet meer met elkaar verbonden zijn, en op die manier kun je natuurlijk geen landelijke economie draaiende houden, laat staan dat je zaken kunt doen met de rest van de wereld.’

Dit alles, vertelt Hulileh, dwingt de PA, die al worstelt met een schuld van 15,5 miljard dollar, grote leningen af te sluiten om in elk geval nog een deel van de pensioenen en salarissen te kunnen uitkeren. Ze heeft geen cent meer over om de private sector tegemoet te komen.

Nog een spook

En dan hangt er nog een spook in de lucht: grensoverschrijdende betalingen – die nodig zijn voor de import van essentiële goederen zoals voedsel, water en elektriciteit – zijn alleen mogelijk via twee Israëlische banken (Bank Hapoalim en Israel Discount Bank). Deze twee hebben echter aangekondigd binnen enkele maanden, en misschien al in september, met deze cruciale diensten te stoppen. De formele reden is ‘de toegenomen blootstelling aan internationale rechtszaken en sancties in verband met witwassen en het financieren van terrorisme’. Maar onderzoek naar het Palestijnse bankwezen door de VS en het Verenigd Koninkrijk in 2024 wees uit dat de mechanismen die door de PA worden gebruikt om dat tegen te gaan ruim voldoen aan de internationale normen, of deze zelfs overtreffen.

‘Als die diensten stoppen, hebben we het niet over een geleidelijke verslechtering van de situatie’, zegt Hulileh. ‘Dan vallen we van een klif. De gevolgen reiken veel verder dan alleen het bankwezen: bijna elk aspect van de economie en het dagelijks leven staat op het spel.’

In het centrum van Hebron, een zuidelijke stad op de Westoever die de Palestijnen Al Khalil noemen, is het al crisis. In de Oude Stad, onder de bogen die de brandende zon weghouden uit de smalle stegen, is het uitgestorven. Een enkele winkelier heeft de rolluiken nog omhoog gedaan in de hoop dat er klanten komen voor specerijen, olijven of textiel, maar meer dan de helft is gesloten. Er worden toch geen zaken meer gedaan.

Maar op een klein pleintje, net iets voorbij een zaakje dat potten en kruiken verkoopt, staat een grote tafel met witte papieren bordjes, gevuld met adas: een dikke soep van linzen en pasta. Boven de pannen staat Umm Jihad Abu Rmeleh, een 52-jarige vrouw die voorheen op deze plek als cateraar kookte voor bruiloften of bedrijfsfeesten. Nu hoopt ze de lege maag van werklozen te vullen.

‘Het leven wordt elke maand zwaarder’, vertelt ze met zachte stem. ‘Mensen verliezen hun werk en hun hoop, en tegelijkertijd loopt ook onze geliefde Oude Stad leeg. Als je geen geld hebt, ga je immers niet naar de markt.’

Het is heel verdrietig, zegt Abu Rmeleh terwijl ze door de borrelende soep roert. ‘We zijn nooit een arm volk geweest, we konden goed voor onze gezinnen zorgen. En nu moeten mensen hun kinderen soms met honger en zorgen naar bed sturen.’

Toen ook Abu Rmeleh vrijwel geen opdrachten meer kreeg, besloot ze het over een andere boeg te gooien: ze vroeg welvarende Palestijnen om donaties, zodat ze voor anderen kan koken. Nu bereidt ze in haar vertrouwde keuken wekelijks meer dan honderd maaltijden voor iedereen die maar wil. ‘En op deze manier brengen we ook weer wat leven in onze geliefde Oude Stad’, zegt ze vrolijk. ‘Want als die sterft, verliezen we het hart van onze gemeenschap.’

Kiezen tussen water of je telefoonrekening

Terug in Ramallah piekert Yazid Rimmani (48) over de toekomst. Voor de crisis werkte hij als ingenieur voor telefoonaanbieder Jawwal en begon daarnaast een eigen bedrijf als deurwaarder, dat namens Jawwal uitstaande schulden inde. ‘Die liepen natuurlijk steeds meer op: als mensen moeten kiezen tussen voedsel en water of hun telefoonrekening, dan laten ze die laatste zitten.’

Maar ook Rimmani liep tegen een muur aan. Toen hij de rekeningen van zijn eigen bedrijf niet meer kon betalen, heeft hij de zaak verkocht. Rimmani heeft drie kinderen (10, 15 en 19 jaar oud) en het gezin leeft al bijna twee jaar van de opbrengst van die verkoop. Maar dat geld is bijna op. ‘Ik probeer van alles’, vertelt hij. ‘Ik heb zelfs gesolliciteerd in een supermarkt, maar de kans dat mijn zoon van 15 daar wordt aangenomen is groter dan dat ze mij willen: een kind is goedkoper. Ik heb een tijdje taxi gereden, maar ook daar werd ik ontslagen omdat er geen werk meer was.’

Het gezin is duidelijk gewend aan een zorgelozer bestaan. Rimmani woont in een mooi huis, hij ontvangt zijn gasten in een ruime kamer met een serre die uitkijkt over de heuvels waarop Ramallah is gebouwd. De vloeren zijn van marmer, aan de muur hangt fijn houtsnijwerk. ‘Wij zijn de middenklasse waar onze samenleving op drijft’, verzucht Rimmani bitter. ‘Maar ik ben niet de enige die er zo bij zit: we zijn de afgelopen jaren allemaal uitgeknepen en verdwenen.

Waar Rimmani op bezuinigt? ‘We gaan niet meer op vakantie, we eten minder, we kopen geen kleding. In de winter blijft de verwarming uit, in de zomer zetten we de airconditioning niet aan. De auto blijft staan omdat we de benzine niet meer kunnen betalen. Het enige waar ik echt niet aan wil tornen is de school van mijn kinderen. Zij moeten hun opleiding afmaken zodat ze de kans krijgen wel een goed leven op te bouwen.’

Of dat hier zal zijn? Rimmani weet het niet. ‘Ik overweeg steeds serieuzer om naar het buitenland te verhuizen. De bezetting maakt het leven onmogelijk en onze eigen Palestijnse regering laat ons ook in de steek; er is geen enkel vangnet, geen steun, geen beleid dat het tij misschien kan keren. Het doet pijn, omdat ik besef dat Israël op die manier zijn zin krijgt: weer een Palestijn minder. Maar het geluk van mijn gezin wint het uiteindelijk toch van mijn liefde voor Palestina.’

Vlammende pijn

Een paar maanden geleden hakte ook de 21-jarige Bashir de knoop door en besloot geld te gaan verdienen aan de andere kant van de muur. Hij vroeg zijn moeder om de 40 euro die hij voor de mensensmokkelaar nodig had, zei dat het ‘voor iets heel belangrijks’ was, en klom om half vijf ’s morgens op een ladder naar boven. Ineens was daar dat geluid – tak-tak! – gevolgd door een vlammende pijn.

‘Er was niets meer’, vertelt hij. ‘Geen geluid, geen licht, geen gedachte, geen lucht. Er was alleen maar pijn.’

Vrienden klommen naar boven, zorgden ervoor dat hij van de ladder afkwam en brachten hem naar het ziekenhuis, waar hij vier dagen is gebleven. Eén kogel was door Bashirs onderbeen gegaan en kon gemakkelijk worden verwijderd, een andere had zich in zijn dij geboord en zit daar nog steeds. Met de beperkte middelen waarmee het hospitaal moet werken, was het te gevaarlijk hem eruit te halen. ‘Ik voel die kogel de hele dag’, vertelt Bashir. ‘Bij elke beweging, maar ook als ik niet beweeg. Ik slik medicijnen om de pijn te kunnen verdragen.’

Toch, zeggen de vrienden die om Bashir heen staan, willen ze allemaal hetzelfde risico nemen. ‘We hebben geen keuze. Het is de enige manier om geld te verdienen.’

Bashir zelf schudt zijn hoofd als hem wordt gevraagd of hij het nog een keer zou doen. ‘Nooit! Al zouden ze me een miljoen geven als ik levend aan de andere kant kwam. Ik durf die muur niet eens meer aan te raken.’

Dan beginnen zijn vrienden te lachen. ‘Hij liegt! Voor een miljoen? Kom op Bashir, dat zou je gewoon proberen.’ En dan grijnst de jongeman. ‘Nou oké. Voor een miljoen? Ja, dan toch wel.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next