Home

Christophe Bigot dient smakelijk de grimmige liefde van een van Frankrijks bekendste auteurs op

Verbazing alom als de Franse literaire vedette Marguerite Yourcenar (1903-1987) valt voor een onbeduidende jongen. Zij is 80 en wil via hem terug naar haar jeugd. Christophe Bigot laat in Elders wacht een ander op me overtuigend zien hoe verliefdheid vaak vooral verbeelding is.

Afgelopen voorjaar staarde ik opnieuw naar Narcissus, in de tentoonstelling Metamorfosen van het Rijksmuseum.

Het schilderij is toegeschreven aan Caravaggio, maar of het nu door hem is geschilderd of niet: het doek is zo beroemd dat je het direct voor de geest kunt halen. Een jongen met prachtige knieën, hangend over het water, obsessief starend naar zijn reflectie.

Dadelijk wordt de waan doorbroken wanneer Narcissus het water in kukelt en verdrinkt, maar op het schilderij zijn jongen en spiegelbeeld nog in evenwicht. Wat is verliefdheid? Je eigen idee van volmaaktheid weerkaatst zien in een ander.

De tragiek is dat liefde asymmetrisch is, en dat brengt me bij de roman Elders wacht een ander op me van Christophe Bigot: een roman over een volmaakt asymmetrische verhouding. In Frankrijk was het boek al een daverend succes. Bigot neemt de Franse schrijver Marguerite Yourcenar (1903-1987) als hoofdpersoon; haar laatste liefde vormt het onderwerp en het verhaal speelt zich af in de jaren tachtig. Het boek is mooi vertaald door Carlijn Brouwer, alleen vind ik de titel niet zo fraai: Elders wacht een ander op me, beduidend minder dan Un autre m’attend ailleurs.

Een teruggetrokken bestaan

Christophe Bigot is zo brutaal om Yourcenar op te voeren in een historische roman, een genre waarmee ze zelf wereldberoemd werd. Haar beroemdste werk stamt uit 1951: Mémoires d’Hadrien is een hoogtepunt van de 20ste-eeuwse literatuur.

Keizer Hadrianus schrijft een brief aan zijn kleinzoon, Marcus Aurelius, waarin hij terugkijkt op zijn leven. Hadrianus doet daarin verslag van het gemis van zijn verloren liefde Antinoös, de prachtige jongen die in de Nijl verdrinkt.

Na het succes van Mémoires d’Hadrien werd Marguerite Yourcenar een vedette. Ze gaf regelmatig televisie-interviews, maar koos toch voor een teruggetrokken bestaan op haar landgoed Petite Plaisance, een landhuis op Mount Desert Island, voor de kust van de staat Maine. Petite Plaisance is nog altijd te bezoeken. Decennialang leefde ze daar samen met haar partner en vertaler Grace Frick.

Bigots roman begint wanneer de idylle wordt verstoord. Grace is ernstig ziek, haar lichaam is weggeteerd door kanker, en juist op het moment dat ze de aandacht van Marguerite nodig heeft, raakt de schrijver in de ban van een jongeman, een zekere Jerry. Jerry reist met zijn vriend tussen Amerika en Frankrijk en ‘doet iets’ met fotografie en bluesmuziek.

Jerry is Marguerites fotonegatief: man, jong, knap, atletisch en niet bepaald een intellectueel. Hij heeft een paar vage projecten, en ze spreken sporadisch af, maar zodra Grace is overleden stort Marguerite zich op het object van haar begeerte. Jerry wordt ontvangen op Petite Plaisance. Ze geeft hem een toelage. Hij mag blijven logeren zo lang als hij wil, en al snel is Jerry haar persoonlijk secretaris.

Een veel jongere man

Zo gebeurt het dat Yourcenar bij haar toetreding als eerste vrouw tot de Académie française (de club van veertig onsterfelijken die al sinds de tijd van Richelieu waakt over de Franse cultuur) wordt begeleid door een veel jongere man. Dit zorgt voor een geruchtenstroom: wie is die jongeman? Wat is precies hun verhouding? Slapen ze met elkaar?

Hoe zit dat nu precies? Marguerite gebruikt Jerry als afgod. Voor hem heeft het ook voordelen: naast zijn toelage zou ze hem kunnen helpen met zijn carrière, ware het niet dat hij weinig uitvoert. En hoewel Jerry charmant is, en knap, laat Marguerite zich vooral leiden door haar eigen verbeeldingskracht. Jerry is haar projectie in het water, een zelfgemaakte zinsbegoocheling. Via hem wil ze terugkeren naar haar jeugd.

Een tijdlang gaat dat goed. Eerst reizen ze samen naar Florida, daarna naar Amsterdam, Japan, India en natuurlijk naar Egypte. Maar als ze tijdens hun Nijlcruise iemand zien verdrinken, begrijpt Marguerite dat dit een sinister voorteken is.

Na verloop van tijd ontstaat er irritatie bij Jerry: hij is jaloers op de belezenheid van Marguerite, en op het aanzien dat ze geniet. Overal waar ze komen wordt ze onthaald als een vorstin, en hij als haar lakei. Niet geheel ten onrechte heeft hij het gevoel dat hij alleen maar getolereerd wordt omdat hij in gezelschap is van Marguerite.

Onmacht en frustratie culmineren tot een dieptepunt als ze samen door nachtelijk Venetië lopen en ze hem niet kan bijhouden. Hij scheldt haar uit en geeft haar een paar stompen in een donker steegje. Je hoopt dat Marguerite tot het inzicht komt dat ze hier niet aan had moeten beginnen, maar die hoop is tevergeefs. Het is niet het begin van het einde, maar eerder het einde van het begin. De naïviteit is eraf, maar het wordt nog veel erger. De gifbeker moet helemaal leeg.

Gratis geld en mooie hotels

Haar object van begeerte wordt een kwelling, de roman neemt een verschrikkelijke wending. Smakelijk wordt de grimmigheid van hun verhouding opgediend. Ik had zin om weg te kijken, maar overduidelijk heeft Marguerite haar Jerry nodig. En andersom geldt hetzelfde: Jerry is verslingerd aan gratis geld en aan mooie hotelkamers.

Je zou je kunnen afvragen of deze liefdesgeschiedenis niet beter tot haar recht zou komen in non-fictie. Het is immers waargebeurd, en het is kortgeleden. Bronnen zijn er genoeg.

Toch denk ik dat de roman een goede vondst is. Een roman geeft de schrijver meer regie. Bigot krijgt de lezer overtuigend mee. Ik kreeg veel medelijden met die arme Marguerite, je ziet de zotheid van haar bevlieging en tegelijkertijd ook waarom het voor haar onvermijdelijk is om aan deze jongen vast te houden: verliefdheid is een kwestie van verbeeldingskracht en juist de onmogelijkheid ervan is onweerstaanbaar.

Juist omdat Marguerite bijna 80 is, wordt haar verlangen aandoenlijk. Buitenstaanders zien direct dat er iets niet klopt, maar zij is compleet gebiologeerd door haar projectie. Deze jongen is perfect voor haar. Zonder hem zou ze niet meer zijn dan Narcissus, spartelend in het water. Precies zoals Narcissus, die zeker weet dat hij niet zonder zijn eigen beeltenis kan.

Christophe Bigot: Elders wacht een ander op me. Uit het Frans vertaald door Carlijn Brouwer. De Arbeiderspers; 240 pagina’s; € 23,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next