Hun nieuwste verzameling Zin in zee bevat variaties op bekende liedjes. De teksten zijn spontaan ontstaan, op weg naar zwemles of wandelend in het bos met hun twee kleindochters.
‘Gaap papa gaap/ ik heb nog lang geen slaap/ ik lig me hier te vervelen/ ’k wil liever nog eventjes spelen/ gaap papa gaap/ ik heb nog lang geen slaap.’ Het bekende wiegelied maar dan net even anders in het verfrissende Zin in zee van het dichtende echtpaar Hans en Monique Hagen. Samen maken ze 22 klassieke kinderliedjes weer eigentijds en relevant.
En dat is hard nodig, want als we buitenlandse onderzoekers mogen geloven, zingen jonge ouders nog maar nauwelijks voor en met hun kinderen, en vaders al helemaal niet. Jammer, want kinderliedjes horen gewoon bij de wereldliteratuur. Bovendien is zingen net zo’n feest én minstens even belangrijk als voorlezen. Maar de drempel om het zelf te doen lijkt steeds hoger te komen te liggen.
Zin in zee biedt een prachtige kans om daarin verandering te brengen. De Hagens kunnen als geen ander mooi en spannend dichten voor de allerkleinsten. Ze bewezen dat al tijdens hun gezamenlijke carrière in tientallen bundels, waarvan het succesvolle Jij bent de liefste (2000), met illustraties van Marit Törnqvist, de bekendste is.
De teksten in hun nieuwste verzameling zijn spontaan ontstaan, op weg naar zwemles of wandelend in het bos met hun twee kleindochters. Dan zitten er ineens ‘Zeven draken en een monster in bad’ in plaats van ‘Twee violen en een trommel en een fluit’. Of raakt een hondje kwijt op de noten van Daar was laatst een meisje loos. En is het natuurlijk nooit verkeerd om lekker ongegeneerd over billen te rijmen in het treiterliedje Billy.
Ook voegen de dichters met moderne kinderangsten een diepere laag toe aan de liedjes. Pijnlijk herkenbaar is de afwisseling van vrees en vreugde die kinderen kunnen voelen bij zwemles in Waterrat, op de melodie van Twee emmertjes water halen: in de eerste strofe wordt hevig tegen zwemles opgezien, in de tweede het met twee vingers in de neus behaalde diploma gevierd.
En dan die illustraties. De 93-jarige oud-striptekenaar Thé Tjong-Khing laat al meer dan vijftig jaar zien dat kindertekeningen, net als kinderliedjes, helemaal niet braaf hoeven te zijn. Zijn tekeningen vergroten één aspect van elk lied uit. Van zijn monsters in het bad worden de kijkers nat, het bos met het verloren hondje is gigantisch groot en donker en de duik van de allerhoogste plank van het meisje dat zo’n hekel had aan zwemmen is ronduit spectaculair.
Onvermijdelijk bevat de bundel een QR-code met luisterversies, gezongen door Dafne Holtlant en haar muzikanten. Handig om te achterhalen wat de melodie ook alweer was, al was het maar van de minder bekende titels. Kleine waarschuwing: haar tissue-zachte kinderdagverblijftoontje kán de indruk wekken dat iemand conservatorium én pedagogiek gestuurd moet hebben om voor kinderen te mogen zingen.
Dat is natuurlijk onzin. Iedereen kan dit en bij twijfels over de melodie zijn er altijd nog opa’s en oma’s. Om Slaap kindje slaap in de versie van Hans en Monique Hagen te citeren: ‘Val zelf maar in slaap!’ Keihard en vals is toegestaan. Eigen, nog gekkere varianten verzinnen ook. In het bijzonder voor vaders.
Hans en Monique Hagen: Zin in zee. Met illustraties van Thé Tjong-Khing. Querido; 56 pagina’s; € 19,55; 3+.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant