Verhulst is in goede doen in deze freejazzachtige monologue intérieur over een zichzelf hatende man van middelbare leeftijd die bijna kopje onder gaat door liefdesverdriet.
‘Alles moet je zelf doen, zelfs sterven, maar mij graag zien had ik liever aan iemand anders overgelaten.’ Het is de eerste zin én de centrale gedachte van Dimitri Verhulsts nieuwe roman Een verwittigd man is niets waard.
Na een relatiebreuk is de onsuccesvolle filmmaker Eric Finck aangespoeld in de koningin der badsteden. In Oostende, waar James Joyce in 1926 vijf weken vakantie vierde, fulmineert Finck over wat er van zijn leven is geworden: eenzame magnetronmaaltijden en goedkope rode wijn uit flessen met schroefdop, terwijl hij zich afvraagt wat Michel Houellebecq vanavond zou eten.
De verwijzing naar Joyce is niet toevallig. De roman – eigenlijk meer een novelle – is één lange monologue intérieur. De gedachten van de protagonist springen van de hak op de tak, elke logica lijkt te ontbreken. En voor elke zin begint Verhulst een nieuwe alinea, waardoor alles evenveel gewicht krijgt, het banale en het existentiële.
‘De lokale stokerij lanceert gin met garnalen.’
‘Betrapt worden op een poging tot suïcide is waarschijnlijk het beschamendste wat ik ooit heb meegemaakt.’
‘Gin met garnalen, verdomme.’
Eerst is het enerverend dat observaties over pakweg voetbal, sigaretten en seks worden afgewisseld met bespiegelingen over Keith Jarrett, Mozart of het amoureuze verleden van onze protagonist. Maar als je het ritme te pakken hebt, wordt het bezwerend. De overpeinzingen grijpen steeds meer in elkaar, dissonant als de tonen in freejazz, die elkaar daardoor juist versterken.
De gedachtestroom is opgedeeld in hoofdstukjes met titels van jazzstandards en andere klassiekers die Finck op zijn piano tokkelt teneinde niet gekker te worden dan hij al is: There Will Never Be Another You, Blame It on My Youth, Sometimes I Feel Like a Motherless Child. Maar de pianomuziek die hij speelt duwt hem nog dieper de dieperik in, want de melodieën lijken te werken als madeleines.
In een interview met de Vlaamse krant De Morgen zei Dimitri Verhulst dat De helaasheid der dingen een veel te vrolijk boek was geworden. ‘Op die leeftijd – ik was 32 – hielp humor mij om het verhaal op te schrijven, eigenlijk wordt de gruwel te veel gemaskeerd.’
Dus werd Een verwittigd man is niets waard duisterder. Zijn verteller kijkt terug op zijn tijd in jeugdinstellingen, zijn overleden vader en zijn moeder, die hem achterliet. ‘Het ware verraad is dat ze zich nadien andermaal heeft voortgeplant, en dat ze dat kind wél wou houden.’
Intussen is hij door iedereen verlaten: zijn vrouw Yatzy, maar ook zijn vrienden en zijn zoon. ‘Weinig volk op mijn begrafenis verwacht ik. Zelfs mijn zoon zal niet aanwezig zijn, daar durf ik mijn nagedachtenis op te verwedden.’
Al ziet hij daarin zeker ook zijn eigen aandeel. Hij was een afwezige vader, ‘een eikel die meende te moeten leven voor de kunst’. ‘Velen uit het verleden zijn uit mijn leven verdwenen, onherroepelijk, en ik moet de conclusie durven trekken dat ik een onaangenaam iemand ben, misschien zelfs slecht.’ We leren deze beschadigde man steeds beter kennen en gaan hem uiteindelijk zelfs graag zien – een beetje zoals bij Bukowski, met diens liefdeloze moeder en drankprobleem.
Dat Verhulst eloquent, spits en met humor schrijft, helpt natuurlijk ook. Soms weet hij zelfs te ontroeren met twee keer niks: ‘De eerste keer aan de deurbel kunnen, en de eerste keer in een wasbak pissen, dat zijn glorieuze momenten in een bestaan.’
Eigenlijk gebeurt er amper iets in deze roman. De verteller gaat naar de supermarkt, zoekt een pianostemmer, wandelt op het strand, rookt en drinkt. Opmerkelijk is dat tussen alle banaliteit en zelfhaat door ook de buitenwereld binnensluipt. En dan niet alleen zijn directe omgeving, in geestige observaties als: ‘Wie zijn toch die mensen die kaartjes voor het garnaalkrokettenfestival kopen?’
Deze man blijkt ook kritisch te zijn op zaken die zich buiten zijn eigen gevoelswereld afspelen: ‘Je kan een volk systematisch uithongeren, aan gort bombarderen en medische hulp ontzeggen, maar het is antisemitische laster wanneer je van genocide spreekt.’ Of: ‘Uitgedrukt in zendtijd is veldrijden belangrijker voor de Vlaming dan de protesten in Iran.’
Tussendoor maakt hij gewag van pijn in zijn rechterlong, maagpijn en het idee dat hij een eetstoornis aan het ontwikkelen is. Maar dan klinkt het: ‘Eigenlijk is hypochondrie een vorm van levenslust, met een doorgeslagen focus op de doodsangst.’
Dat klopt. Finck zwalpt tussen eros en thanatos, heeft het over suïcide, over het verleden van zich af neuken en de onmogelijkheid daarvan. Maar aan het einde van deze razende monoloog heeft hij het steeds vaker ook over de film die hij hopelijk nog mag maken. Naast het eindeloze heden en het heftige verleden blijkt hij toch ook een toekomst te zien. De scheppingsdrang blijkt groter dan de drang tot zelfdestructie.
Dimitri Verhulst: Een verwittigd man is niets waard. Atlas Contact; 176 pagina’s; € 22,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant