Home

De verhalen in ‘Niemand zal ergens om vragen’ schudden je wakker en dekken je toe

Als de rottende wereld zijn gedachten binnendringt, heeft Edward van de Vendel behoefte aan literatuur die realistisch is, maar ook zijn hoofd met twee zachte handen vastpakt. Zoals Niemand zal ergens om vragen van de Oekraïense schrijver Serhi Zjadan.

Ik breng de zomer door in hotels. Ik schrijf aan een nieuw boek en dan bevorderen room cleaning en terrastafeltjes en Europese steden de concentratie. Elke ochtend stap ik samen met mijn personages langs het ontbijtbuffet. We praten niet, we drukken op het knopje voor een latte. We denken na over een nieuw hoofdstuk en scheppen komkommerschijfjes op.

Het enige dat me in die hotels verstoort, is vies nieuws. In het Lindner in Antwerpen: tv-scherm met Trump. In het Hampton by Hilton in Berlijn: tv-scherm met Trump. In het Scandic Go in Oslo: tv-scherm met Trump. In Hôtel Habituel in Parijs: tv-scherm met Marine Le Pen. De rottende wereld dringt mijn gedachten binnen en knijpt er een modderige dweil over uit. De dag begint met stinkende klinkers, hoe spray ik ze schoon?

Komende weken tippen nog drie schrijvers hun favorieten. Vandaag: Edward van de Vendel (1964), schrijver en vertaler van kinder- en jeugdboeken, en uitgever van Blauw Gras. In 2024 kreeg hij voor zijn gehele oeuvre de Theo Thijssen-prijs toegekend.

Met verhalen. Vance en Rubio zijn een béétje weg te swipen door het lieve De correspondente van Virginia Evans, de extreemrechtse toekomst van Frankrijk valt een béétje te unpinchen door de 20-jarige bookstagrammer Chris Fizer die zijn 300k volgers hartstochtelijk vertelt over De graaf van Monte Cristo van Alexandre Dumas.

Literatuur als een magische deken

Ja, nice. Maar ook machteloos, en het voelt iets te veel als wegduiken, als ontwijken, als Ohropax. Kijk, ik wil optimistisch zijn over de wereld, alleen: dat optimisme moet voortvloeien uit realisme. Eerst de roofdieren herkennen, dan verf over ze heen gooien. Eerst begrijpen wat er op ons afkomt, dan pas de pergola beklimmen. Ik geloof in literatuur als een magische deken, maar ik moet wel weten wat die precies probeert weg te toveren. Oftewel: welke boeken geven mij realisme én optimisme?

Tuurlijk, vluchten is nodig. Lees sprookjes. Lees romance. Kijk L’agence. Kijk Emily in Paris. Zuig op zure matten, hap van je Magnum Double Gold Caramel Billionaire. Gewoon Gedachteloos Genieten laadt de dopamine-, serotonine- en endorfineniveaus op. Functioneel onderhoudsmomentje. Daarna kun je weer soepeltjes je pijl en boog gaan zitten oliën.

Toch, merk ik, helpt feelgood me niet bij het dempen van mijn wanhoop. Daar heb ik een ander soort literatuur voor nodig, een erkennende, een richtinggevende – en voor mij is dat de Oekraïense. Ik hoogacht Oksana Zaboezjko (lees Zusters) en Andrej Koerkov (lees Grijze bijen), en aan die grote namen voeg ik drie schrijvers toe die ik deze zomer herlees. Ik heb het over Artem Chapeye, Artur Dron en Serhi Zjadan. Alle drie vertaald door Tobias Wals en Roman Nesterenco – en alle drie naast schrijver ook militair.

Van Chapeye (45) kwam Gewone mensen dragen geen machinegeweren (De Bezige Bij) uit. De bundel bevat persoonlijke stukken, geschreven vanuit de invasie. In februari 2022 ontvlucht Chapeye met zijn vrouw en twee jonge kinderen de stad waarin ze wonen. Onderweg bepaalt de schaamte, waarvan Chapeye weet dat hij die zal voelen als hij het land verlaat, dat hij zich aanmeldt bij het leger. Ondanks zijn pacifisme. Ondanks de risico’s. Ondanks deze zin van zijn oudste zoon: ‘Papa, ik wil niet dat ze je naar de oorlog sturen.’ Chapeye: ‘Dat gaat niet gebeuren, lieverd, want ik ga uit mezelf.’

Poolse instantsoep

Van de jonge Artur Dron (25) las ik Hemingway had geen idee, dat in februari 2027 in vertaling verschijnt bij Blauw Gras. Het boek bevat columnachtige essays, even woedend als teder, recht uit de loopgraven. Over Poolse instantsoep waarin je te veel kokend water giet, waardoor de bouillon minder goed smaakt maar waardoor je wel langer warm blijft. Over hoe je favoriete schrijver je nergens op heeft kunnen voorbereiden. Over verliefd zijn, maar aan het vechten. Over gelovig zijn, maar aan het vechten.

En dan Serhi Zjadan (51). Eerder verschenen twee romans in vertaling, Voroshylovhrad en Het internaat, en dit jaar Niemand zal ergens om vragen (alle bij De Geus). De verhalen uit deze bundel dekken me toe, wekken me, en dan dekken ze me opnieuw toe. Ze spelen zich af in wijken na bombardementen, in het park van een revalidatiecentrum, tijdens een begrafenisdienst voor een bevelhebber en ja, overal is dood – maar om de dood heen leeft een diep bevochten mildheid.

Oké, zo is het

In ‘De grote wijzer’ bijvoorbeeld, waarin een man zijn vrouw bezoekt, jaren na hun brute scheiding. Opgegroeide soldatenzoon is even thuis met verlof. Hij slaapt, boven. Het ongemak tussen de wachtende ex-echtgenoten schramt hard. Man zegt dat hij eigenlijk weg moet. Vrouw vraagt: ‘Zal ik hem wakker maken?’ Man antwoordt uiteindelijk toch: ‘Laat hem nog wat slapen. Ik wacht wel.’ En hij voegt er (Zjadans eindzinnen, wow) aan toe: ‘Zet jij water op?’

Of anders in het menselijkste, lankmoedigste verhaal dat ik in tijden las: ‘Zij die je ’s nachts warm zal houden’, over een hook-up tussen twee militairen in een hotelkamer. Ze zijn radeloos en beschadigd: littekens, slaapmedicatie, kalmeermiddelen. Maar hoe dit verhaal eindigt! Koop Niemand zal ergens om vragen – alleen al voor het licht dat in die laatste regels vonkt. Dit is literatuur die zichzelf op de bodem van de duisternis tevoorschijn kweekt. Literatuur die smerigheid zichtbaar maakt en zegt: ‘Oké, zo is het.’ Literatuur die vervolgens je hoofd met twee zachte handen vastpakt, het een eindje wegdraait en fluistert: ‘Maar zo ook.’

Serhi Zjadan: Niemand zal ergens om vragen. Uit het Oekraïens vertaald door Tobias Wals en Roman Nesterenco. De Geus; 144 pagina’s; € 19,99.

Artem Chapeye: Gewone mensen dragen geen machinegeweren. Met een voorwoord van Tommy Wieringa. Uit het Oekraïens vertaald door Tobias Wals. De Bezige Bij; 144 pagina’s; € 21,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next