De wetenschapsredactie beantwoordt kleine en grote vragen die lezers bezighouden. Deze week: hoe kan het dat er ooit weelderige planten groeiden op de Zuidpool?
is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.
Coniferen. Varens. Bloeiende struiken. Op Antarctica groeide het allemaal, in de tijd van de dinosauriërs, tijdens een warme klimaatperiode genaamd het ‘midden-Krijt maximum’. Lezer Teun de Reeper houdt het al een tijd bezig. Hoe kan dat? Het is aan zo’n pool toch maanden donker? Of lag Antarctica destijds ergens anders?
‘Antarctica heeft bijna altijd min of meer op dezelfde plek gelegen’, vertelt paleoklimatoloog Anna von der Heydt (Universiteit Utrecht). ‘En er zijn perioden geweest waarvan we weten dat er, zeker in de lager gelegen gebieden, geen ijs lag.’
Wellicht was dat ook waar het wulpse groen groeide en bloeide, legt ze uit. Veel kennis over plantengroei op Antarctica komt immers van afgeleiden, zoals prehistorisch stuifmeel. Dan weet je nog niet precies waar het bijbehorende groen stond. ‘En er waren perioden waarin het continent wel iets verschoof. Soms waren er uitlopers die iets noordelijker lagen.’
Goed, maar het gebrek aan zonlicht dan? Zelfs toen er 90 miljoen jaar geleden een heus regenwoud groeide op Antarctica, was het er vier maanden per jaar donker, constateerden Duitse wetenschappers enkele jaren geleden. Het verrassend simpele antwoord van botanicus Theo Elzenga (Rijksuniversiteit Groningen) op die kwestie: ‘Dat is voor planten helemaal niet zo ingewikkeld.’
Planten hebben grof gezegd drie factoren die dwars kunnen liggen, legt hij uit: licht, water en temperatuur. ‘En zelfs op onze breedtegraad op de planeet is licht al de voornaamste beperking voor plantengroei. Dat het groeiseizoen in Nederland vanaf ongeveer september stilvalt, komt niet door de lagere temperatuur, zoals veel mensen denken – maar omdat het te donker is.’
De groene natuur gaat dan in een soort winterslaap: ‘Er wordt nauwelijks CO2 meer opgenomen, de fysiologie valt nagenoeg stil en gaat op een waakvlammetje’, legt Elzenga uit. In poolgebieden maken planten bovendien een soort natuurlijke antivries om te overleven. ‘Mij zou het niet verbazen als planten op Antarctica zulke aanpassingen destijds ook hadden.’
Want op Antarctica zal destijds iets soortgelijks zijn gebeurd met de groene natuur: een uitbundig groeiseizoen in het licht, op pauze in het donker. ‘Ze pompten zich op in de lange zomers, en gingen dan in winterslaap om te overleven’, schetst Rob van den Berg, conservator paleontologie bij Naturalis. ‘Alles was helemaal ingesteld op die maanden donker.’
Het is nog de vraag hoe de natuur er precies uitzag, zegt Van den Berg. Op Spitsbergen liep hij eens over een kale vlakte – dacht hij. ‘In werkelijkheid liep ik in een bos, zonder dat ik het doorhad. De bomen werden er niet hoger dan een paar centimeter en groeiden horizontaal, het waren kruipende bomen geworden. Dat laat zien hoe zo’n plant zich kan aanpassen aan zo’n guur klimaat.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant