Home

Stiekem jezelf zijn op Trailerfest, het ‘kutste festival’ van Nederland

Lelijk, goedkoop, volks. Het Bredase festival Trailerfest schopt graag aan tegen de pretentie en de vercommercialisering van Nederlandse festivals. ‘Alles is hier kut, dat is er juist leuk aan.’

is verslaggever van de Volkskrant en maakt de Volkskrant-podcast Culturele Bagage.

De 36-jarige Wilco van Alphen staat met zijn maten in de brandende zon. Biertje erbij, beetje geinen, iedereen is verkleed. Net zat er nog een sticker van een anus op de achterkant van zijn panterbroekje. Nu ligt de roze, haarloze anus te verweken in het sproeiende water van festival Trailerfest.

‘Ik heb deze uitgezocht op anussticker.com’, zegt de stukadoor uit Haaften met enige trots. Hij wrijft de sticker langs zijn bestofte bilspleet. ‘Met een beetje geluk plakt-ie zo weer.’

Trailerfest, het eendaagse muziekfestival afgelopen zaterdag in Breda, is voor hem een vrijbrief om alle pretentie los te laten. Hier is het geen ‘zien en gezien worden’, zoals op sommige andere festivals. Op Trailerfest wordt juist de lelijkheid omarmd. ‘En al loop ik in mijn nakie rond, dat kan hier gewoon.’

Dat ervaart ook beroepsduiker bij Defensie Jesse (30) uit Breda; vanwege zijn baan wil hij zijn achternaam niet in de krant. ‘Ik draag het hele jaar een masker. Dit is de enige dag dat ik echt mezelf kan zijn’, zegt hij bij de ingang van Trailerfest. Op zijn T-shirt prijkt een levensgroot frikandelbroodje. ‘Ik eet wel acht broodjes frikandel per week. Ben ik niet trots op, maar het is wel zo.’

Uitlaatklep

Trailerfest is volgens Jesse een ‘uitlaatklep’. Maar waarvan? ‘Kijk om je heen, het is net carnaval. We willen het gezeik van het dagelijks leven vergeten, de polarisatie in de maatschappij. Hier drinken we lauwe Schultenbräu en boeit het niet wat je aanhebt of wat je vindt.’

Sinds de eerste editie in 2017 is het Bredase Trailerfest gestaag uitgegroeid tot een opvallend antifestival: wars van opsmuk en pretentie, goedkoop, behoorlijk plat en opvallend gemoedelijk. Verwacht op dit festival geen artistieke aankleding, geen avant-gardenamen of chique foodtrucks. Hier eet men friet en besuikerde churros.

Het festivalterrein, dit jaar op het dampende asfalt naast het Het Rat Verlegh Stadion, de thuisbasis van voetbalclub NAC, glanst van de gecultiveerde lelijkheid. Boven de kassa prijkt een gigantisch opblaasvarken, er is een kermisstand in de vorm van een clown, op een hek zijn pornoplaatjes geplakt.

Een stel oude caravans vormt het hart van het festival. Hier zit een hechte Bredase familie en vriendengroep die elk jaar kampeert op camping ’t Haasje in Oosterhout, maar nu praatjes maakt met de festivalgangers.

Hossen en hakken

Dan de artiesten: geen opkomende bandjes of fine fleur van de pop, wel Bonnie St. Claire en Mental Theo. Die zet zijn happyhardcorehit Wonderful Days in voor een hossend en hakkend publiek dat alles best lijkt te vinden.

‘De muziek is kut, het eten is kut en deze locatie is ook best wel kut’, zegt de Bredase Jocelyn Hollemans (34), uitvoerend directeur bij een HR-bedrijf en diehard fan van Trailerfest. ‘Iedereen doet zijn best om er pauper uit te zien. Het is hier de omgekeerde wereld. Alles is kut, maar dat is juist leuk. Het verschil tussen die caravanfamilie, die gewoon zichzelf is, en bezoekers valt ook weg, omdat iedereen er hetzelfde uitziet. Dat vind ik wel mooi.’

Die dresscode van Trailerfest, een Brabantse invulling van het Amerikaanse begrip ‘trailer trash’, komt niet van het festival, schreeuwt Trailerfest-organisator Tijn Kapteijns (39) boven de happyhardcoremuziek uit. ‘Dat heeft het publiek zelf bedacht. Mensen vinden het gewoon heerlijk om een dagje asociaal te zijn, met strings ver boven de broek en blote basten. Ze voelen zich sexy.’

Kapteijns had tien jaar geleden een droom: De Bredase ondernemer wilde het ‘slechtste festival’ ooit organiseren. Zijn compagnon Billy Zomerdijk had het plan van een festival waarbij niet de grote acts, maar de campingsfeer centraal stond. Het resultaat is Trailerfest, dat aandoet als kermis, camping en muziekfestival ineen.

Antimarketing

Trailerfest zet antimarketing in als lokaas. ‘Koop geen kaarten, dat is zeker niet aan te raden’, prijkt er op de amateuristisch vormgegeven website. En over de line-up: ‘Vooral alles zonder talent en wat je nie wil horen.’

Die ietwat lompe communicatie valt juist in de smaak, vertelt Kapteijns. Volgens hem zijn er dit jaar zo’n 5.000 kaartjes verkocht. ‘Dit festival schopt overal tegen, vooral tegen de grote festivals. Wij ageren met goedkope kaartjes (vanaf 30 euro, red.) en georganiseerde chaos tegen de vercommercialisering in festivalland.’

Maar wie denkt dat Trailerfest echt kut is, komt bedrogen uit. Trailerfest is geen poging om een rampzalig festival als Woodstock ‘99 na te bootsen. Daar liepen de toiletten over, zat er poep in het drinkwater en werd het festivalterrein in de hens gezet. Op Trailerfest zijn er overal goed werkende toiletten en is er met een act als Extince ook wat te genieten voor de muziekliefhebber.

‘Het is natuurlijk vooral een grap,’ zegt Celeste van Kastel, fractievoorzitter van de Bredase Partij voor de Dieren, vandaag gekleed in slechts een glimmend roze bodystocking. ‘Dit festival schopt tegen de normen, dat doe ik ook.’

Dieper verlangen

Volgens Van Kastel is Trailerfest niet zo plat als het lijkt, maar raakt het aan een dieper verlangen. ‘In Nederland wordt er met een schuin oog gekeken naar alles wat ‘tokkie’ is, de lagere sociaaleconomische klasse. Hier lopen veel mensen rond die modaal verdienen, ze willen normaal en ongepolijst zijn.’

Van Kastel denkt ook niet dat de bezoekers met hun trainingspakken en gouden kettingen ‘verkleed’ zijn. ‘Ik zie die kleding meer als een vorm van zelfexpressie, een protest tegen de mensen met macht en geld die bepalen hoe iedereen zich moet gedragen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next