Home

Opinie: Wat als we straks toch aan het klimaat gaan draaien?

Wie beslist als de druk om met geo-engineering in te grijpen in het klimaat groter wordt dan de angst voor de gevolgen? Op die vraag geeft de techniek geen antwoord.

Op 12 augustus schuift de maan voor de zon. Ook in Nederland wordt het aan het begin van de avond even donkerder. We kijken naar een natuurverschijnsel waar niemand iets aan kan veranderen. Tegelijk wordt een vraag steeds actueler die lange tijd vooral theoretisch leek: of mensen ooit bewust gaan bepalen hoeveel zonlicht de aarde bereikt.

Tot nu toe draait de discussie vooral om de vraag of zo'n ingreep technisch mogelijk en veilig genoeg is. Maar wat als de klimaatverandering zó snel doorzet dat landen bereid raken risico's te nemen die ze nu nog afwijzen?

Over de auteur

Reinout Heydra is docentopleider aardrijkskunde.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Warmterecords

De zich ontwikkelende El Niño kan de wereldwijde temperatuur volgend jaar nog verder doen stijgen. Het is niet uitgesloten dat 2027 opnieuw het warmste jaar ooit wordt. Als warmterecords elkaar blijven opvolgen, verandert niet alleen het klimaat, maar ook de politieke afweging. En wat komt daarna? Misschien niet morgen. Maar mogelijk eerder dan we ons nu kunnen voorstellen.

Onderzoekers bestuderen technieken om tijdelijk een deel van het zonlicht terug te kaatsen, bijvoorbeeld door kleine deeltjes hoog in de atmosfeer te brengen. De onzekerheden zijn groot. Zo'n ingreep kan gevolgen hebben voor neerslagpatronen en ecosystemen, dichtbij én ver weg. De uitstoot van broeikasgassen, de oorzaak van klimaatverandering, blijft ondertussen bestaan.

Maar juist die combinatie van grote onzekerheden en toenemende klimaatschade kan de politieke afweging veranderen. Niet omdat de onzekerheden kleiner worden, maar omdat de gevolgen van niets doen groter worden. Naarmate extreme hitte, droogte en misoogsten vaker voorkomen, neemt de druk om iets te doen toe. Tegelijk wordt aanpassen moeilijker. Daardoor kunnen regeringen ingrepen gaan overwegen die vandaag nog onacceptabel lijken. Wat nu onverantwoord lijkt, kan dan worden gezien als de minst slechte optie.

Verder onder druk

Die afweging zal bovendien niet overal hetzelfde zijn. In India, met ruim 1,4 miljard inwoners, kunnen langdurige perioden van extreme hitte de leefbaarheid voor grote groepen mensen verder onder druk zetten. In delen van het land komen al temperaturen van ruim boven de 45 graden voor.

Als die omstandigheden verergeren, kan de bereidheid om zulke risico's te nemen groter worden dan in landen waar de gevolgen minder direct voelbaar zijn. Dat betekent niet dat zo'n experiment verantwoord is. Het maakt begrijpelijk waarom een regering onder grote druk een keuze zou kunnen maken die elders nog onaanvaardbaar lijkt. Begrijpen is niet hetzelfde als goedkeuren.

Maar wie beslist als de druk om in te grijpen groter wordt dan de angst voor de gevolgen? Op die vraag geeft de techniek geen antwoord.

De atmosfeer houdt zich niet aan landsgrenzen. Een land dat verkoeling probeert te bereiken, kan gevolgen hebben voor mensen in gebieden die niet bij die beslissing betrokken waren. Een verandering in neerslag kan de oogst in het ene gebied verbeteren en in andere gebieden juist mislukken. Wie zo'n ingreep uitvoert, neemt dus ook een beslissing die gevolgen heeft voor mensen buiten de eigen grenzen.

Klimaatinterventie

Precies daar komt de aardrijkskunde om de hoek kijken. In mijn werk als docentopleider merk ik dat studenten anders naar klimaatinterventie zijn gaan kijken. Een paar jaar geleden kwam het onderwerp nauwelijks ter sprake. Nu brengen zij het zelf regelmatig op. Ze zien het niet als oplossing. Maar ze vragen zich wel af wat er gebeurt als klimaatverandering verder doorzet en aanpassen steeds moeilijker wordt. Ze proberen te begrijpen welke keuzes nodig zijn om een leefbare toekomst mogelijk te houden. Voor hen is dit geen verre toekomst meer, maar een denkbaar scenario.

Juist daarom is internationale besluitvorming zo belangrijk. Er bestaat nog geen breed gedragen internationaal kader voor deze technieken. Er is geen gezamenlijke afspraak over de voorwaarden voor onderzoek en over wie uiteindelijk mag beslissen over eventuele toepassing. Ook binnen Europa wordt hierover inmiddels gesproken, maar internationale afspraken ontbreken nog.

Intussen ontwikkelen de technische mogelijkheden zich sneller dan de politieke afspraken. Dat vergroot de kans dat landen die zich steeds sterker bedreigd voelen, of private partijen met genoeg middelen, besluiten zelf onderzoek of experimenten uit te voeren. De beslissing over eventuele toepassing van zulke technieken kan daarom niet aan één land of één partij worden overgelaten.

Op 12 augustus kijken we naar een verduisterde zon. Niemand heeft die verduistering veroorzaakt en niemand hoeft er toestemming voor te geven. Maar wat doen we als we op een dag besluiten aan de hoeveelheid zonlicht te gaan draaien? De vraag is dan misschien niet meer óf het kan, maar wie namens de wereld mag besluiten dat het moment gekomen is.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next