Home

Stijn werd slapend en starnakel in z’n auto aangetroffen. Die stond stil, maar hij hield wel de versnellingspook vast

Stijn kreeg mot met z’n vriendin en ging stomdronken in de auto slapen. Nu wordt hij vervolgd voor rijden onder invloed. „Maar ik had totaal niet de intentie om te gaan rijden.”

De zaak

„U bent nagekeken door het ambulancepersoneel. Toen moest u blazen, 1.080 microgram. Dat is ongelooflijk veel”, constateert politierechter Berkhout. „Dan zit je op zestien eenheden drank.”

„Daar schaam ik me ook voor”, zegt de dertigjarige Stijn, die deze ochtend vanuit Brabant naar de Amsterdamse rechtbank is gereisd. Hij draagt een lichtblauw overhemd met opgestroopte mouwen op lichtgrijze jeans en heeft kringen onder z’n ogen, alsof hij nauwelijks heeft geslapen.

Afgelopen april was de verjaardag van Stijns (inmiddels ex-)vriendin in Amsterdam. Hij vertelt dat ze een toxische relatie hadden en dat het die avond „ontplofte”. Na een heftige ruzie verliet hij haar appartement. Om tot rust te komen, ging hij een stuk lopen. Eenmaal terug werd niet meer opengedaan. „Toen heb ik ervoor gekozen in de auto te proberen te slapen.” Hij ging achter het stuur zitten en was snel vertrokken. „Even later kwam de politie.”

Stijn benadrukt dat hij wist dat hij te veel had gedronken, niet mocht rijden en juist daarom ging slapen. „Maar na het blazen moest ik mee naar het bureau. Toen wist ik dat het foute boel was.”

Onbewogen kijkt de rechter hem aan. „U heeft het eerste deel van het verhaal niet verteld.” Ze wijst erop dat het alarmnummer is gebeld door iemand die een man voorovergebogen op het stuur zag hangen en dacht dat hij onwel was geworden. Met gillende sirenes rukten ambulance en politie uit. „Ze konden niet zien of u wel ademhaalde en u reageerde niet op kloppen op het raam. Weet u dat nog?”

Stijn zegt van niet. De rechter vertelt dat de politie overwoog het autoraam in te slaan. In een proces-verbaal schrijven de agenten dat de remlichten van de auto brandden en Stijn aan de versnellingspook van zijn elektrische Skoda zat en de auto in D – drive – zette.

De agenten merkten Stijn daarop aan als ‘aanstaltemaker’, constateert de rechter met lichte verwondering. „Daar heb ik nog nooit van gehoord.” Volgens de agenten leidde hun geschreeuw er vervolgens toe dat de aanstaltemaker uitstapte.

Het lijkt Stijn, die geen advocaat heeft meegenomen, hoogstonwaarschijnlijk dat hij de pook heeft beroerd. „Ik had totaal niet de intentie om te gaan rijden, want ik wist juist dat ik dat niet moest doen.”

De Brabander vertelt dat het sinds het voorval niet goed met hem gaat. Zijn rijbewijs heeft hij tijdelijk moeten inleveren bij het Openbaar Ministerie. Om het niet kwijt te raken, moet hij een kostbare cursus over alcohol en verkeer volgen bij het CBR. Vanwege de heftige episoden met zijn ex zegt hij PTSS te hebben opgelopen en EMDR-therapie te volgen. Op zijn werk, waar hij een leidinggevende functie bekleedt, heeft hij zich ziekgemeld. „Ik vond het heel moeilijk om hiernaartoe te komen”, vertelt hij. Het voorval – en dus de woning van zijn ex – is niet ver van de rechtbank.

Hoewel politie noch OM claimt dat Stijn heeft gereden, wordt hij vervolgd wegens rijden onder invloed. Dat dit wringt lijkt ook de officier van justitie zich te hebben gerealiseerd. Bij aanvang van de zitting dient ze een verzoek tot wijziging van de tenlastelegging in, zodat Stijn ook poging tot rijden onder invloed wordt verweten. Zo’n wijziging is mogelijk als het om hetzelfde strafbare feit gaat.

Bij haar requisitoir zet de officier vol in op die vermeende poging. Dat Stijn zijn auto niet heeft verplaatst, doet niet ter zake. „Iemand die poogt te besturen wordt ook als bestuurder gezien”, zo verwijst ze naar jurisprudentie van de Hoge Raad. Door de versnellingspook in drive te zetten en het stuur aan te raken, zou Stijn aanstalten hebben gemaakt om te gaan rijden.

Met 1.080 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht scoorde Stijn bijna vijfmaal de toegestane hoeveelheid. Conform de richtlijnen van het OM eist de officier een taakstraf, van veertig uur. En een rij-ontzegging van 240 dagen. Ze vraagt de rechter om 139 dagen daarvan voorwaardelijk op te leggen, waardoor Stijn zijn rijbewijs meteen weer terugkrijgt.

„Ik schrik wel van de veertig uur taakstraf”, zegt de verdachte als de rechter vraagt wat hij van die strafeis vindt. „U heeft het over versnellingen en een pook. Dat kan ik me niet herinneren.”

Het oordeel

De politierechter doet direct uitspraak. Volgens haar is de poging tot rijden onder invloed bewezen. „De staat waarin u verkeerde had ertoe kunnen leiden dat u wel was gaan rijden.”

Ze spreekt de hoop uit dat Stijn „veel leert” van de CBR-cursus. Ondanks dat hij voor die cursus al meer dan 1.000 euro betaalt, vindt de rechter ook een taakstraf op zijn plaats. Ze legt van de geëiste veertig uur taakstraf de helft voorwaardelijk op – met een proeftijd van twee jaar. Omdat de rechter meegaat in de eis van de officier over de ontzegging van zijn rijbevoegdheid, krijgt hij zijn rijbewijs terug.

Afzien van zijn bedenktijd voor het instellen van hoger beroep wijst de teleurgestelde Stijn af. „Ik moet het even laten bezinken.”

In deze rubriek beschrijven verslaggevers elke week een rechtszaak.

De Zitting

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next