Scheepsbouwer Damen lijkt zich te hebben verslikt in de bouw van grote marineschepen die momenteel zeer in trek zijn. Nederlandse en Belgische orders lopen enorme vertraging op, een grote Duitse order is afbesteld. Wat is er aan de hand in Vlissingen?
is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.
Voor de enorme grijze loods van Damen in Vlissingen-Oost staat een groot reclamebord met daarop een marineschip dat trots door de golven klieft. Op de boeg staat A834: dit is de Den Helder, het bevoorradingsschip voor de Nederlandse marine dat vorig jaar door prinses Amalia op deze werf werd gedoopt. Maar in het dok ligt alleen een superjacht. Geen marineschip te bekennen.
Die afwezigheid zegt niet alles, want Damen bouwt de casco’s van veel van zijn marineschepen op een werf in Roemenië en bouwt ze hier in Vlissingen alleen af. Maar ook in Roemenië is het rustig. Neem de vier ASW-fregatten voor Nederland en België, waarvan de bouw eigenlijk in 2025 had moeten beginnen. Die bestaan vooralsnog alleen op papier: er wordt nog steeds aan het ontwerp gesleuteld. De oplevering, al eerder vertraagd, wordt weer drie jaar later, meldde het ministerie van Defensie in mei. Nu is 2033 het doel. En ook de prijs blijft maar oplopen.
Voor België is daarmee de maat vol. Vorige maand zei defensieminister Theo Francken tegen de Vlaamse zender VTM dat hij op zoek gaat naar alternatieven in andere landen. Tegen het Belgische parlement zei hij eerder al dat er sprake is van een ‘volledige ontwerpcrisis’.
Voor zes andere fregatten van Damen is het doek al gevallen. Deze F126’s, de grootste Duitse marineschepen sinds de oorlog, zouden naar een ontwerp en onder leiding van Damen bij Duitse werven worden gebouwd. Dat project liep echter zo’n grote vertraging op dat de Duitse defensieminister Boris Pistorius vorig jaar stopte met betalen. Daarna wilde hij Damen het hoofdaannemerschap ontnemen en aan de werf NVL geven, inmiddels onderdeel van defensieconcern Rheinmetall. Toen dat in mei concludeerde dat het sneller noch goedkoper kon, trok Pistorius de stekker helemaal uit het miljardenproject.
En terwijl Europese politici hard roepen om meer Europese defensiesamenwerking en gezamenlijk inkopen, varen de Russische onderzeeërs steeds vrolijker door de Noord- en Oostzee.
Heeft Damen zijn hand overspeeld? Wat is de rol van het Nederlandse, Belgische en Duitse ministerie van Defensie?
Als Damen Schelde Naval Shipbuilding, zoals de marinetak van Damen voluit heet, in 2020 de enorme opdracht voor de Duitse fregatten binnenhaalt, heeft het al zo'n twintig jaar geen complexe marineschepen meer gebouwd. Toch krijgen de Nederlanders de order: veel Duitse marineprojecten zijn de jaren daarvoor op fiasco’s uitgelopen, en Damen schrijft goedkoop in op de aanbesteding. Bovendien heeft de werf een lange staat van dienst.
De wortels van de Vlissingse werf gaan terug tot de VOC-jaren, toen de Admiraliteit daar een deel van zijn schepen bouwde. In 1875 begint daar de Koninklijke Maatschappij ‘De Schelde’, die zich zal ontwikkelen tot hofleverancier van de Nederlandse marine.
Als het in 1973 met twee kwakkelende werven opgaat in het RSV-concern, betekent dat bijna het einde. De Staat en de provincie Zeeland houden de werf in leven, tot in 2000 ineens een koper opdoemt: scheepsbouwer Kommer Damen uit Gorinchem. Hij mag de marinewerf voor een euro overnemen.
Hij heeft een antwoord gevonden op de concurrentie uit lagelonenlanden: standaardisatie en modulaire bouw. Daardoor kan hij boten op voorraad bouwen en die vervolgens relatief goedkoop en snel leveren, terwijl ze toch op specifieke taken berekend zijn. Met deze strategie en door overname van werven in binnen- en buitenland wordt hij de grootste scheepsbouwer van Nederland.
(Dat ‘de cowboys van Kommer’ het bij het verkopen van hun boten niet al te nauw nemen met ethische regels, zal pas jaren later blijken. Er loopt nu een rechtszaak tegen Damen, zijn zoon en een andere directeur, die verdacht worden van omkoping en corruptie. Ook worden de Damens beschuldigd van het omzeilen van de Russische sancties.)
Damen past zijn strategie ook toe op de marinewerf. Hij ontwikkelt nieuwe relatief simpele fregatten volgens de Sigma-filosofie: de Ship Integrated Geometrical Modularity Approach, bouwpakketten met verschillende beschikbare componenten. Daarmee lukt Damen wat De Schelde nauwelijks voor elkaar kreeg: marineschepen verkopen aan het buitenland.
Onder meer Indonesië, Marokko en Mexico bestellen Sigma-fregatten. Dat gaat soms ook op de Damen-manier: de tussenpersoon die ervoor zorgt dat Indonesië de belangrijke eerste order plaatst, doet daarbij uitgaven die, zo blijkt later uit intern Damen-onderzoek, ‘niet verantwoord’ kunnen worden. Wegens dat mogelijke smeergeld wordt hij, zo blijkt later uit onderzoek door NRC, met een afkoopsom van 5 miljoen euro weggestuurd.
Damen bouwt daarnaast ook nog steeds voor de Nederlandse marine. Maar deze bevoorradings- en patrouilleschepen zijn niet al te complex. In elk geval niet te vergelijken met de fregattenorders die vanaf 2020 binnenkomen.
Want zowel de Duitse F126’s als de Nederlands-Belgische ASW-fregatten behoren tot een nieuwe categorie. Ze gaan de kern van de vloot vormen, met ‘multi-purpose’-inzetbaarheid en maximale gevechtskracht, om een belangrijke Navo-rol te vervullen: het bewaken en beschermen van de Noordzee, de Oostzee en de Noord-Atlantische Oceaan tegen de toenemende Russische dreiging.
Damen vreest dat zijn Finse ontwerpsoftware, ook belangrijk bij het levenslange onderhoud van de schepen, niet lang genoeg meer zal meegaan en bestelt bij het Franse Dassault een nieuw programma, 3DExperience. Dat blijkt echter dermate gecompliceerd dat de servers bij Damen overbelast raken. De stokkende software heeft tastbare gevolgen: als bij de Duitse bouwers de eerste stukken staal van de F126 uit de machines rollen, moeten die met de hand worden gecorrigeerd, aldus de Financial Times in een reconstructie.
De software is niet het enige probleem. Damen verslikt zich volgens bronnen ook in de Duitse defensiebureaucratie, die met duizenden gedetailleerde ontwerpeisen komt en zelfs de kleur en de plek van de lichtknopjes bepaalt. Technische documenten en tekeningen moeten op papier en in het Duits worden geleverd. Dit allemaal tegen een achtergrond waarbij de onderaannemers niet al te welwillend zijn jegens een Nederlandse concurrent die de leiding over het project heeft gekregen.
Ook bij de ASW-fregatten, waarvan zowel Nederland als België er twee heeft besteld, heeft Damen te maken met een veeleisende opdrachtgever. De oorlog in Oekraïne en de hybride creativiteit van de Russen leiden tot een continu veranderende dreiging, waartegen de schepen zich moeten kunnen verweren.
Daarom eist de Nederlandse defensie-inkooporganisatie Commit dat de schepen steeds meer kunnen. Met name luchtafweer en drones leiden tot een complex eisenpakket. Zo gaf het ministerie van Defensie vorige week nog groen licht aan een twaalf meter lang onbemenst vaartuig voor onderzeebootbestrijding, dat mee moet aan boord van de ASW’s.
Zulke soms tegenstrijdige eisen kunnen in een soort kettingreactie grote gevolgen hebben voor het ontwerp. Doordat dat de afgelopen jaren niet goed is doordacht, lag er in mei ‘een ontwerp dat niet stabiel is’, zoals het ministerie meldde als verklaring voor de drie extra jaren vertraging. Het ministerie benadrukt in een reactie dat de eisen tijdens het ontwerpproces van de ASW-fregatten niet veranderd zijn.
Hoe verder? Duitsland wil het gat dat de zes niet-gebouwde F126’s achterlaten opvangen met acht kleinere schepen van fabrikant ThyssenKrupp. Het hoopt daarmee goedkoper en sneller uit te zijn dan de 18 miljard euro die de F126’s inmiddels zouden gaan kosten.
Intussen liggen sommige Duitse werven wel vol met nu waardeloze stukken van de F126. Worden die daarvoor gecompenseerd? Damen heeft een advocaat ingeschakeld om met de Duitse overheid tot een ‘ordentelijke afwikkeling’ te komen, ‘gericht op het behoud van zoveel mogelijk waarde voor alle betrokken belanghebbenden’. Sommige toeleveranciers nemen hun verlies. Thales, dat vanuit Hengelo radars en software zou leveren voor de F126’s, boekte 450 miljoen euro af.
De Belgen willen ook niet meer wachten op hun ASW-fregatten. Hun huidige fregatten varen op hun laatste benen: zo kreeg de Leopold I in juni zodanige problemen met de koeling, dat die niet kon deelnemen aan een parade vanwege het 250-jarig bestaan van de Verenigde Staten. Om zo snel mogelijk toch iets op het water te hebben, wil Francken iets van de plank kopen of huren. Ironisch genoeg zouden de Sigma-boten van Damen een van de opties zijn, aldus de goed ingevoerde website marineschepen.nl.
Damen voert intussen volgens bronnen gesprekken met het ministerie van Defensie om tot betere coördinatie en samenwerking te komen, zeker gezien de vernieuwing van de marinevloot waarvoor Damen miljardencontracten in de wacht heeft gesleept. Langjarige afspraken zouden tot meer financiële stabiliteit en betere technische afstemming moeten leiden.
In ruil daarvoor wil de overheid meer controle bij Damen Naval. Een ‘gouden aandeel’ waarover Nieuwsuur eerder deze zomer berichtte, dat zou neerkomen op een vetorecht voor de Staat, lijkt onwaarschijnlijk. Maar een gedelegeerde commissaris of andere vorm van toezicht is volgens bronnen wel onderdeel van die gesprekken.
De financiële schade hoopt Damen te beperken door de marine-afdeling in Vlissingen apart te zetten van de rest van het concern, zo berichtte het bedrijf in het jaarverslag. Die rest lijkt vooralsnog niet aangetast door de reputatieschade: de jachten en andere bootjes blijven als warme broodjes over de toonbank gaan, blijkt uit de jaarcijfers.
En de mensen die in Vlissingen nu duimen zitten te draaien wegens het wegvallen van het F126-project? ‘Wij zullen beoordelen in hoeverre deze capaciteit kan worden ingezet op andere defensiegerelateerde projecten’, zegt Damen in een persbericht. ‘Wij zijn bereid hierover in gesprek te gaan met de overheid.’
Ooit, tijdens de jaren dertig, besloot voorganger De Schelde bij gebrek aan maritiem werk maar bruggen te gaan bouwen. Die crisis heeft het bedrijf overleefd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant