Home

Zonder analyse van wat de overheid voortaan moet laten, is bezuinigen op ambtenaren een illusie

Korten op het toezicht op de gezondheidszorg ligt niet voor de hand. Het is een kwestie van tijd tot ook de Tweede Kamer die conclusie trekt.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd slaat alarm. En nu eens niet over tekortschietende jeugdzorg, personeelsgebrek in de verpleeghuizen of zich misdragende huisartsen, maar over haar eigen budget. De zich opstapelende bezuinigingsopdrachten noodzaken inspecteur-generaal Monique Vogelzang om haar werk vanaf 2032 met een derde minder medewerkers te doen. Van de duizend zijn er tegen die tijd nog maar 650 over, heeft Vogelzang berekend.

De oorsprong van haar zorgen ligt bij het kabinet-Schoof. Dat kreeg weinig voor elkaar, maar boekte vanaf 2029 wel een structurele bezuiniging van 20 procent op het apparaat van de rijksoverheid. Het kabinet-Jetten liet dat voornemen ongemoeid én deed er bovendien nog eens 1,4 miljard euro bovenop. Niet alleen de zorginspectie gaat onrustige jaren tegemoet.

Maar zonder de inspecteurs valse hoop te willen geven: de kans is groot dat het zo’n vaart niet loopt. De Tweede Kamer is nu nog even met reces, maar er is daar geen meerderheid die achter een bezuiniging blijft staan zodra blijkt dat die leidt tot minder stringent toezicht op de kwaliteit van de gezondheidszorg. Integendeel, er gaat in deze risicomijdende tijden geen Kamerdebat voorbij zonder dat het kabinet wordt gemaand tot intensiever toezicht. En niet alleen op de gezondheidszorg, maar ook op de werkvloer (de Arbeidsinspectie), de scholen (de Onderwijsinspectie) en de voedselveiligheid (de NVWA). Voor de volksvertegenwoordiging zijn de inspecties belangrijke bondgenoten bij het controleren van de regering.

Het is een kenmerkend voorbeeld van wat er steeds misgaat bij de pogingen om te bezuinigen op de rijksoverheid. In formaties is het een aantrekkelijke post om de balans rond te krijgen. Zolang het abstract blijft, zoals in het laatste regeerakkoord (‘We willen toe naar een minder omvangrijk ambtenarenapparaat’), komt het daadkrachtig over zonder dat iemand erom maalt.

De problemen ontstaan zodra het concreet moet worden. De politieke leiders wagen zich daar doorgaans liever niet aan. Ook in dit geval is de bezuinigingsopdracht simpelweg evenredig verdeeld over de ministeries zonder dat Kamer en kabinet erbij vertellen welke taken de overheid voortaan dan maar wat minder serieus moet nemen.

Dat is een patroon. Vrijwel elk kabinet wil minderen, maar alleen aan het begin van het vorige decennium slaagden de kabinetten-Rutte I en II er even in om het aantal ambtenaren te laten dalen. Daarna bleek er in de uitvoering op tal van terreinen zo veel mis te gaan dat er onder druk van de Kamer in allerijl nieuwe diensten en afdelingen moesten worden opgetuigd. Tussen 2015 en 2023 is het openbaar bestuur (het Rijk, lagere overheden en de uitvoeringsorganen samen) met bijna 90 duizend voltijdbanen gegroeid, een toename van 31 procent.

Ook het kabinet-Jetten gaat die trend niet keren als de volgorde niet wordt omgedraaid: eerst een brede, voldragen en door de Kamer gesteunde analyse van de taken die de overheid ook wel met minder mensen kan uitvoeren, daarna pas de bedragen invullen. Anders wordt het, zoals ook de Algemene Rekenkamer al opmerkte, opnieuw dweilen met de kraan open.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next