is mediaverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
Voor het reeksje van vier columns dat ik deze zomer schrijf (dit is de derde) heb ik besloten om parklezers te portretteren in de vier windstreken: het oosten (Nijmegen), het westen (Den Haag), het zuiden (Den Bosch) en het noorden (Groningen).
Ik koos voor deze aanpak niet alleen om zo tot een dwarsdoorsnede te komen (ik hoop dat de columns worden gebundeld tot een standaardwerk over Nederlandse parklezers), maar ook om af te rekenen met alle hardnekkige clichés die over regio’s de ronde doen.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Vooralsnog durf ik te zeggen dat ik daarin ben geslaagd. In mijn gesprekken in ‘Havana aan de Waal’ is de naam van Fidel Castro niet eens gevallen en in het zogenaamd grove Den Haag werd noch door de 35-jarige man die Pedagogy of the Oppressed las, noch door de 20-jarige vrouw met Normal People gescholden met een dodelijke ziekte.
Over het zuiden denkt u waarschijnlijk: daar bevinden zich geen parklezers, maar alleen joviale bourgondiërs. Ik ging erheen om het tegendeel te bewijzen.
Dat is niet gelukt. Het Zuiderpark in Den Bosch is nagenoeg leeg, ook op deze zonnige zaterdagmiddag. ‘In parken kun je niet zo goed consumeren’, zegt mijn tante, die in Rosmalen woont en me wegwijs maakt. ‘Iedereen zit op het terras.’ Ze raadt me aan om naar Eindhoven te gaan, een studentenstad.
Ik daarheen. In het Stadswandelpark zitten inderdaad studenten, maar die lezen niet. In het nabijgelegen Ton Smitspark zijn waarschijnlijk wel lezers te vinden, zeggen ze, maar daar is überhaupt niemand.
Terug naar een ander deel van het Stadswandelpark, waar drie vriendinnen – Maureen, Annelie en Bianca – weliswaar niet lezen, maar wel de uitbundigste picknick houden die ik ooit heb gezien. Er is een gigantisch wit kleed met daarop een gigantische metalen serveerschaal met kazen onder een stolp, er zijn sierkussens, metalen lantaarns, er is champagne, er is een rieten mand gevuld met hartjesballonnen.
‘Wil je met me op de foto?’, vraagt Annelie. ‘Mijn vriend heeft mij hier afgezet en zei grappend: ik ga nu alles voor je klaarzetten en dan zit je hier straks met een andere man in het park.’
Annelie heeft dit als verrassing voorbereid voor de 60ste verjaardag van Maureen, die geblinddoekt door Bianca naar het park is geleid in de stadsbus. ‘Nu kunnen we drinken’, zegt Maureen.
De bierambulance komt straks. ‘Je bent in Brabant, hè’, zegt Maureen. ‘Dingdong. Het licht gaat nooit uit. Gezelligheid kent geen tijd. Brabantse nachten zijn lang.’ Parklezen schiet erbij in. ‘Doordeweeks zit ik op kantoor, in de avonduren ben ik pedicure, ja, dan heb ik maar twee vrije dagen…’ Gierend vult Annelie aan: ‘En die besteedt ze 24 uur per dag in de kroeg.’ Bianca: ‘Wij zijn meer van het communiceren. Dat is toch leuker?’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant