Bij een aardbeving in het westen van Colombia zijn meer dan honderd mensen omgekomen. De beving had een kracht van 7,4 en trof onder meer de steden Cali, Pereira, Manizales en Quibdó. Talloze gebouwen zijn ingestort. Een onbekend aantal mensen ligt nog onder het puin.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa en Zuidoost-Azië.
De aardbeving vond plaats om 7.30 uur lokale tijd. Het epicentrum lag bij het dorp San José del Palmar, niet ver van de stad Pereira, maar de beving was zelfs 400 kilometer verderop in de hoofdstad Bogotá nog zo hevig dat mensen hun huizen uitvluchtten. Het totale dodental in Colombia liep in de loop van de middag volgens president Abelardo de la Espriella op tot 111. Volgens hem waren er 87 gewonden.
In de regio Valle de Cauca, waarin de derde stad van het land ligt, Cali, bedroeg het dodental toen al minstens 40. In het zwaarst getroffen departement Risaralda, en de stad Pereira die zich het dichtst bij het epicentrum bevond, waren eveneens meer dan 40 doden gevallen. In Manizales, een stad met een half miljoen inwoners, kwamen minstens drie mensen om. Een van de torens van de kathedraal van de stad brak af.
De gouverneur van de dunbevolkte regio Chocó, Nubia Córdoba, zei dat er in de regionale hoofdstad Quibdó ‘gewonden waren en ernstige schade aan gebouwen’. Meerdere gebouwen zouden zijn ingestort. Veel mensen waren uit hun huizen gevlucht en een onbekend aantal mensen zat nog bekneld tussen de brokstukken.
In het westen van Colombia vinden vaker aardbevingen plaats. De hevigste tot nu toe deed zich voor in 1999, bij de stad Armenia in dezelfde regio, en had een kracht van 6,2. Destijds kwamen meer dan 1.100 mensen om het leven.
Venezuela, de oosterbuur van Colombia, werd eind juni getroffen door twee zware aardschokken, met een kracht van 7,2 en 7,5. Bij die bevingen kwamen meer dan zesduizend mensen om het leven.
Source: Volkskrant