Home

IJsland heeft geen leger en gaat dat ondanks geopolitieke dreigingen voorlopig niet oprichten. ‘We delen het Europese trauma niet. Dat heeft ons naïef gemaakt’

Land zonder leger IJsland is het enige NAVO-lid zonder leger, de inwoners zien vreedzaamheid als deel van hun identiteit. Sinds de invasie van Oekraïne en de Amerikaanse claims op Groenland klinken andere geluiden. „Vrienden vragen mijn vrouw: ‘Wat is er met je man gebeurd dat hij opeens voor een leger is.’”

Een Eurofighter op de een basis in Keflavik tijdens een oefening in 2023.

Dat IJsland het enige NAVO-lid is zonder leger, zit Arnór Sigurjónsson (73) en Dadi Freyr Ólafsson (42) dwars. „Het kan best zijn dat bij een aanval Artikel 5 van de NAVO in werking gaat’, zegt Sigurjónsson somber op een junidag bij Reykjavik Airport. „De NAVO staat onder druk vanwege de Amerikaanse president Donald Trump, die alleen in deals en geld verdienen denkt. De Europese Unie is bezig met haar eigen veiligheid. Alleen als het ze uitkomt, zal iemand omkijken naar IJsland.”

De twee mannen richtten samen enkele jaren geleden het platform ‘IJslandse Garde’ op om via (sociale) media aandacht te vragen voor de kwetsbare positie van IJsland. Toepasselijk stelden ze voor elkaar te ontmoeten op een plek waar nog Britse Nissenhutten staan, de golfplaten halfronde gebouwen die gebruikt werden als barakken en opslagplaatsen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De IJslandse garde-mannen waarderen de Nissenhutten als militair-cultureel erfgoed.

Sigurjónsson werd als militair opgeleid in Noorwegen en richtte een anti-terreureenheid op binnen de IJslandse politie, de zogeheten Viking Squad. In 2023 schreef hij het pamflet Icelandic Army. New Challenges in a Changed World, waarin hij het belang van een leger benadrukt vanwege de dreigingen vanuit met name Rusland. Dat pleidooi heeft wat hem betreft alleen maar aan actualiteit gewonnen. Ólafsson heeft geen militaire ervaring, maar werd als IT-er gealarmeerd door de cyberkant van oorlogvoering en kwam zo in contact met Sigurjónsson.

‘Geen IJslands leger tijdens mijn leven’

De IJslandse Garde stelt op haar website dat kleine naties als Luxemburg en Malta ook hun eigen defensiemacht hebben om de soevereiniteit te bewaken. Wat hen betreft zou ongeveer 10 procent van de bevolking in oorlogstijd paraat moeten kunnen staan. Dat zou een leger moeten zijn en een groot deel reservisten. Deze visie is echter een zeldzaamheid in het dunbevolkte land met zo’n 400.000 inwoners. IJsland werd door de Global Peace Index, dat de veiligheid in de landen beoordeelt op basis van conflicten en aanslagen, al 19 keer achter elkaar uitgeroepen tot het vreedzaamste land ter wereld. Veel inwoners zien de vreedzaamheid als deel van hun identiteit.

Terwijl de NAVO-landen hebben afgesproken ten minste 5 procent van hun bruto binnenlands product aan defensie uit te geven (3,5 procent aan defensie en 1,5 procent aan infrastructuur en cyberveiligheid waar het leger van profiteert) geeft IJsland weinig uit aan defensie. Het defensiebudget ligt al jaren rond de 0,2 procent van het bbp, er zijn plannen dit te verhogen naar 1,5 procent. „Ik denk niet dat we tijdens mijn leven een IJslands leger zullen zien”, zei de IJslandse premier Kristrún Frostadóttir vorig jaar bij de jaarlijkse Arctic Circle Assembly in Reykjavik toen haar gevraagd werd of het geen tijd werd dat IJsland een grotere bijdrage gaat leveren aan de NAVO.

IJsland moet voor militaire bescherming terugvallen op de kustwacht, die in weinig opzichten lijkt op de Nederlandse kustwacht. In de havens van Reykjavik liggen grote schepen, die aan de NAVO zijn gelieerd. Ze hebben een belangrijke rol in de Arctische wateren. Deze zomer hielden ze wekenlang het Russisch spionageschip Joeri Ivanov in de gaten dat ten westen van IJsland voer na een NAVO-oefening in de Noord-Atlantische Oceaan in mei. Daarnaast zijn er radarstations die het luchtruim bewaken, het Iceland Air Defence System. Sinds 1951 staan de Verenigde Staten garant voor de IJslandse veiligheid.

Premier Kristrun Frostadottir bij de NAVO bijeenkomst in Ankara

‘Gebrek aan oorlogstrauma’

„Für uns, Island ist das Land”, citeert de Amerikaanse dichter W.H. Auden een onbekende nazi in het boek Letters from Iceland toen hij in 1936 een reis maakte door het land met een vriend van hem. Naast dat ze brieven sturen aan het thuisfront over hoe merkwaardig en armoedig het geïsoleerde land is, verzamelen de twee uitspraken over IJsland. Het citaat van de onbekende nazi scharen ze onder het kopje „Iceland is German”.

IJsland werd nooit Duits. De Britten en de Amerikanen hadden er tijdens de Tweede Wereldoorlog bases, maar gevochten werd er niet. Vanuit IJsland gaf de luchtmacht ondersteuning verleend aan de geallieerde vloot. In boekhandels ligt het boek Iceland in World War II: A Blessed War uit 2021 van Jökull Gíslason nog steeds prominent op stapels.

„We delen het Europese trauma niet. Dat heeft ons land naïef gemaakt”, duidt Sigurjónsson de geschiedenis. „De Tweede Wereldoorlog heeft ons juist goed gedaan, de Amerikanen hielpen ons bij de onafhankelijkheid in 1944 en sindsdien zijn we een welvarend land. Daardoor missen we de urgentie en hebben we het idee dat we nog altijd onder de vlag van de VS vallen.”

Het idee van een leger wordt dan ook door weinig IJslanders omarmd. „We hebben geen leger nodig”, aldus politicoloog Magnus Magnússon. IJsland is er te klein voor. „Zoals elk klein land hebben we de strategie om bondgenootschappen op te zoeken”. Dat was vooralsnog niet vaak nodig. IJsland kent al eeuwen geen oorlog. Ze hadden weliswaar wel de ‘kabeljauwoorlogen’ in de jaren zeventig met de Britten over de IJslandse maritieme grens en visserijrechten. Uiteindelijk ging die niet veel verder dan dreigementen, het vernielen van vissersnetten en botsende boten.

Het laatste grootschalige geweld dat IJsland teisterde was in 1627 toen zeerovers, deels van Nederlandse afkomst, Reykjavik plunderden en eilandbewoners ontvoerden om ze te verkopen op slavenmarkten in Noord-Afrika. Wie zich verzette, werd vermoord. Bij het plaatsje Bessastadir werden de piraten tegengehouden door milities met kanonnen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen enkele IJslanders om, door zeemijnen die de Britten en Amerikanen hadden gelegd om de Duitsers tegen te houden.

Arnór Sigurjónsson (links) en Dadi Freyr Ólafsson

Noorse drones

„Ik denk dat mensen met verstand van militaire zaken weten dat asymmetrische oorlogsvoering de enige optie zou zijn voor een land als dit, en dat daar geen soldaten bij betrokken zouden zijn”, zegt Bart Cameron, hoofdredacteur van de IJslandse krant The Reykjavik Grapevine. Trumps claim om Groenland goedschiks of kwaadschiks in te nemen, heeft geen verandering gebracht in de visie van de IJslanders, zegt hij. „Het bizarre aan Trumps uitspraken over Groenland en een mogelijke militaire actie was dat een aanval op Groenland theoretisch gezien vanuit IJsland had kunnen komen, omdat de Amerikanen vanuit IJsland militaire acties kunnen ondernemen – een merkwaardig idee. Het wordt als extremistisch beschouwd om hier een leger te vormen.”

Dat het extreem wordt gevonden, ervaart voorstander Ólafsson. „Een leger is een taboe, dat merk ik ook thuis. Vrienden vragen mijn vrouw: ‘Wat is er met je man gebeurd dat hij opeens voor een leger is. Is hij op zijn hoofd gevallen ofzo?’ Ze reageert er niet op en thuis praat ik er ook zo min mogelijk over.”

Hij weet dat IJsland wel volop investeert in cyberdefensie. „Vanuit de bank waar ik werkte zijn veel mensen uit de IT-sector hierbij betrokken – zowel bij NAVO-oefeningen als bij de cyberdefensie van IJsland.” Maar dat is niet genoeg, stelt hij.

„Als Rusland en Europa bij militaire activiteiten betrokken raken, zal dat ook het Noord-Atlantische gebied omvatten. En dus ook IJsland. De Russen verkennen dit gebied al jaren en we hebben vorig jaar in Kopenhagen kunnen zien hoe je eenvoudig alles platlegt door drones. Daar werd het vliegverkeer stil gelegd”, vult Sigurjónsson aan.

„We hebben niet eens afweergeschut tegen drones. De Noren toonden ons dit voorjaar welke mogelijkheden er waren om drones uit de lucht te schieten. We hebben er kennis van genomen en daarna vertrokken de Noren met hun spullen. Nu zijn we weer even onbeschermd als altijd.” Terwijl even verderop de terrassen opengaan en aan een strandje met een warm waterbron kinderen het water inspringen, schudt Sigurjónsson het hoofd. „Net als elk land geven we liever ons geld uit aan onderwijs, infrastructuur en gezondheidszorg, maar anders dan andere landen wil niemand hier zien hoe zorgelijk de toekomst is.”

Geopolitiek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next