Shell in Nigeria
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Shell en de Nigerdelta. Het is al sinds begin jaren negentig een terugkerend onderwerp in verhalen over de voormalige Nederlandse oliereus. Het negeren van de lokale bevolking, corruptie, en milieuvervuiling als gevolg van lekkende pijpleidingen, oliediefstal en illegale raffinage. De beelden van kleverige zwarte poelen ruwe olie in het landschap en drijvend op kreken en rivieren gaan al tientallen jaren de wereld over. Net als verhalen over milieu- en gezondheidsschade.
Shell heeft inmiddels ook al vele rechtszaken achter de rug over de verantwoordelijkheid die het oliebedrijf zou moeten dragen voor de vervuiling. Daar kwam deze week een nieuwe onthulling bij: onderzoek van acht ngo’s op basis van honderdduizenden, onder zware juridische druk vrijgegeven, interne stukken van Shell, laat zien dat het bedrijf de interne regels voor gezondheid, veiligheid, beveiliging en milieurichtlijnen bewust geschonden zou hebben bij een pijplijn in Nigeria.
Uit de pijplijn, de 97 kilometer lange Nembe Creek Trunk Line, werd door lokale criminelen grootschalig illegaal olie afgetapt, zo blijkt uit interne Shell-documenten uit 2013. In plaats van de pijplijn af te sluiten en de illegale tappunten te verwijderen, besloot Shell de olie gewoon door de pijp te blijven pompen. Het verlies als gevolg van diefstal, alsmede de milieuvervuiling die daarmee gepaard ging, werden voor lief genomen. Sterker nog: Shells toenmalige dochterbedrijf in Nigeria kreeg een formele vrijstelling van de concernbrede normen.
Daarbij lijkt ordinair winstbejag het belangrijkste motief te zijn geweest. Het repareren van de olielekkages zou volgens interne documenten 194 miljoen dollar kosten, met name door misgelopen olie-inkomsten. Dat is een fors bedrag om een haperende pijplijn weer aan de praat te krijgen, maar bij een reus als Shell moet alles in perspectief geplaatst worden: 194 miljoen dollar is bijvoorbeeld slechts iets meer dan 1 procent (!) van de bijna 16,8 miljard dollar winst die het olieconcern in boekjaar 2013 maakte.
Dat de informatie over het willens en wetens doorgaan met vervuilen van de omgeving van de pijplijn nu op straat ligt, is te danken aan de jarenlange vasthoudendheid van de gedupeerden en hun advocaten. Dat is even bewonderswaardig als pijnlijk. Shell heeft de neiging missers als die in Nigeria af te schuiven op (reeds verkochte) dochterbedrijven en zelf weg te blijven bij de eindverantwoordelijkheid. Dat patroon houdt het concern al vele decennia vol. Uit de documenten die nu zijn vrijgegeven over de pijplijn blijkt dat niet te kloppen: ook op de hoofdkantoren wist men hiervan. Shell heeft dat tegenover Britse rechters eerder ontkend.
Het is helaas een verhaal dat sleets aanvoelt: de miljarden blijven binnenstromen, de aandeelhouders krijgen – ook nu weer – die winsten rijkelijk toebedeeld, en de maatschappij betaalt de rekening. Dat Shell vorige week ook bekend maakte grote duurzame energieprojecten in zon en wind af te stoten om zich nog maar eens opnieuw op olie en gas te concentreren, is een veeg teken.
Het valt te hopen dat de nieuwe onthullingen de positie van de slachtoffers in de al lopende rechtszaken tegen Shell zullen versterken. Nog beter zou het zijn als concerns als Shell nu ruiterlijk erkennen wat hun aandeel is in de milieu-, gezondheids- en veiligheidsproblemen in regio’s waar het bedrijf opereerde. Zodat de miljarden aan operationele winsten ingezet worden om de maatschappelijk lasten van oliewinning enigszins te verzachten. En de vervuiling in Nigeria eindelijk echt op te ruimen naar de internationale standaarden die daarvoor gelden.