Wilco Zeelenberg was afgelopen seizoen één van de vaste columnisten die zijn ervaringen en belevenissen deelde met de bezoekers van Racesport.nl. Nu vaste columnist Collin Veijer deze week zijn beurt noodgedwongen aan zich voorbij moest laten gaan, kroop de voormalig Grand Prix coureur en huidige Ziggo Sport Racing MotoGP-analist als invaller opnieuw in de pen. Zeelenberg blikt in onderstaande column terug op de eerste helft van het MotoGP seizoen, geeft zijn kijk op de huidige verhoudingen en kijkt vooruit naar wat ons in de tweede seizoenshelft nog te wachten staat. Maar minstens zo belangrijk is zijn persoonlijke verhaal. Zeelenberg praat ons bij over een bewogen zomerstop, waarin de motorsport even volledig naar de achtergrond verdween en alles draaide om zijn herstel na een zware en ingrijpende hartoperatie.
Wat is er in een jaar tijd veel veranderd in de MotoGP. Vorig seizoen zwaaide Marc Márquez de scepter, dit jaar is het Aprilia dat de dienst uitmaakt. We hebben inmiddels de eerste Grand Prix na de zomerstop op Silverstone achter de rug en als ik naar de tweede helft van het seizoen kijk, verwacht ik nog behoorlijk wat vuurwerk.
De eerste seizoenshelft heeft me sowieso verrast. Aprilia staat er veel beter voor dan Ducati en ondertussen zat ik steeds te wachten op het moment dat Marc [Márquez] weer helemaal fit zou zijn. Mijn gedachte was simpel: als Marc weer fit is, komt hij wel. Maar zo simpel blijkt het dus niet te zijn.
Jorge Martín leidt inmiddels het kampioenschap met 31 punten voorsprong. Dat is een wereld van verschil met vorig jaar. Toen zat hij na zijn overstap naar Aprilia juist in de hoek waar de klappen vielen. Hij moest wennen aan de RS-GP, wilde te snel te veel en raakte meerdere keren geblesseerd. Daarna speelde ook nog de hele situatie rond zijn toekomst bij Aprilia. Er is in anderhalf jaar tijd ontzettend veel gebeurd. En nu staat hij bovenaan, en ook nog eens voor teamgenoot Marco Bezzecchi en merkgenoot Ai Ogura. Aprilia heeft zijn huiswerk gedaan
Het bijzondere vind ik dat het niet alleen Martín is. Alle Aprilia rijders hebben inmiddels laten zien dat ze races kunnen winnen. Op Silverstone stonden er drie Aprilia’s op het podium en alle vier de Aprilia-coureurs staan in de top zes in het kampioenschap. Daarmee heeft Aprilia misschien meteen een luxeprobleem. Er is niet één coureur die er met kop en schouders bovenuit steekt. Ze kunnen elkaar punten afpakken. Persoonlijk vind ik dat alleen maar mooi om te zien.
De grote vraag is natuurlijk waarom Aprilia zo’n stap heeft gemaakt. Ik denk dat een belangrijk deel van het antwoord in de aerodynamica zit. Met name die ‘airfunnel’, zoals ik hem maar even noem, aan de zijkant van de motor. De rijder kan die met zijn onderarm afsluiten. Daarmee hebben ze veel downforce weten te genereren en tegelijkertijd beïnvloedt het de lucht voor de coureurs die erachter rijden. Je ziet het bij alle vier de rijders.
De Ducati rijdt qua rondetijden nog ongeveer op het niveau van vorig jaar, maar Aprilia is simpelweg sneller geworden. Misschien hebben ze bij Ducati afgelopen winter ook iets te veel vertrouwd op wat ze al hadden. Marc werd vorig jaar met overmacht wereldkampioen en Ducati heeft jarenlang vooropgelopen met allerlei technische ontwikkelingen. Ride height devices, aerodynamica en andere slimme oplossingen: ze waren vaak revolutionair bezig.
Als ik naar de Ducati van 2026 kijk, kan ik niet direct aanwijzen waar de grote stap ten opzichte van vorig jaar zit. Natuurlijk zijn er details veranderd, maar ik zie niet dezelfde sprong die Aprilia heeft gemaakt. Misschien heeft het enorme vertrouwen in Marc daar ook een rol in gespeeld. Marc kan met zijn uitzonderlijke talent ook winnen op een mindere motor en dat zorgt misschien wel voor enige gemakzucht bij de engineers. Dat is niet nieuw want dat hebben we ook in de laatste jaren bij Honda gezien toen Marc nog de enige was die met een mindere motor voor successen zorgde.
De volgende wedstrijd wordt interessant. Van 28 t/m 30 augustus rijden we in Aragón. En Aragón is Marc Márquez land. Dat weten we inmiddels al jaren. Daar kijk ik naar uit en wil ik wel zien hoe de verhoudingen werkelijk liggen.
Marc won op de Sachsenring relatief gemakkelijk, terwijl hij op Silverstone veel meer moeite had en rond de vijfde, zesde en zevende positie reed. Dat vertelt mij dat hij fysiek nog niet helemaal de oude is, maar ook dat de Ducati momenteel niet overal de beste motor is. Als Marc in Aragón weer een stap zet en Aprilia blijft op dit niveau presteren, kan hij zich zomaar nadrukkelijker met het kampioenschap gaan bemoeien. Dan zal hij degene moeten aanvallen die vooraan staat: Jorge Martín. En Jorge is natuurlijk geen koekenbakker. Het is een heetgebakerd mannetje en hij zal zich niet zomaar gewonnen geven. Ik verwacht daarom nog wel wat vuurwerk.
Vraag mij wie er wereldkampioen wordt en ik durf het op dit moment werkelijk niet te zeggen. Natuurlijk is het makkelijk om degene te noemen die nu bovenaan staat. Martín heeft bovendien genoeg meegemaakt om te weten hoe kostbaar zo’n kans is. Maar vergeet Marco Bezzecchi niet. Hij heeft een belangrijk aandeel gehad in de ontwikkeling van deze Aprilia en heeft eveneens laten zien wat ermee mogelijk is. Met Martín en Bezzecchi heeft Aprilia twee fabrieksrijders die allebei hun eigen argumenten hebben.
Uiteindelijk moet je een kampioenschap verdienen. Degene die na Valencia bovenaan staat, heeft dat gedaan. Als ik nu echt zou moeten kiezen, zoek ik de wereldkampioen bij Aprilia. Alleen welke van hun rijders het wordt? Daar durf ik mijn geld nog niet op te zetten. En eerlijk gezegd vind ik dat alleen maar mooi. Een kampioenschap wordt pas echt interessant wanneer er strijd is.
Die strijd op het circuit is prachtig, maar deze zomer heb ik zelf opnieuw ervaren dat er uiteindelijk iets veel belangrijkers bestaat. Ik heb drie bypasses gekregen. Ik heb in mijn racecarrière behoorlijk wat operaties meegemaakt, maar deze staat met afstand op nummer één. Je borstkas wordt geopend, je hart wordt stilgelegd en vervolgens gaan de artsen aan het werk. Dat is nogal wat.
Gelukkig heb ik geen hartaanval of hartinfarct gehad en mijn hart zelf verkeert in goede conditie. Het probleem zat in de leidingen. Ik heb erfelijke aanleg voor aderverkalking. Mijn vader, moeder, opa’s en oma’s hadden daar ook mee te maken. Bij mij bleken drie kransslagaders dicht te zitten. Aanvankelijk zou ik op de maandag voor de Dutch TT worden gedotterd en zou er een stent worden geplaatst. Alleen bleek de ader over een te lang gedeelte dicht te zitten. Een stent was daardoor geen oplossing meer.
Vanaf dat moment mocht ik het ziekenhuis niet meer uit. De volgende dag ben ik geopereerd. Ze hebben een ader uit mijn been gehaald en daarmee drie bypasses gemaakt. De TT van Assen moest ik daardoor vanaf de bank thuis bekijken. Ik kan je vertellen: dat beviel me niet. Inmiddels zijn we twee maanden verder en voel ik me prima. Conditioneel ben ik nog niet waar ik vóór de operatie was, maar ik weet vooral dat ik nu een stuk veiliger ben.
Op 19 augustus ben ik zestig geworden. Zo’n verjaardag krijgt na deze zomer toch een andere betekenis. Ik heb altijd gesport, gezond geleefd en niet gerookt. Dan verwacht je niet dat er drie kransslagaders dicht blijken te zitten. Maar erfelijke aanleg trekt zich daar blijkbaar weinig van aan. Het besef dat het ook heel anders had kunnen aflopen, is vreemd. Je kunt zomaar omvallen en dan is het afgelopen. Uiteindelijk heb je dat hart iedere seconde van iedere dag keihard nodig.
Dus ja, ik kijk enorm uit naar de tweede helft van dit MotoGP seizoen. Naar Aragón, naar Marc Márquez die zich misschien weer vooraan meldt, naar Martín en Bezzecchi, naar Aprilia tegen Ducati en hopelijk naar een titelstrijd die pas eind november in Valencia wordt beslist.
Maar wat er ook gebeurt en wie er straks met die wereldtitel naar huis gaat: deze zomer heeft mij nog maar eens duidelijk gemaakt wat uiteindelijk het allerbelangrijkste is. Gezondheid.
Met sportieve groet,
Wilco Zeelenberg.
Eerdere columns in 2026
20. Column | Loris Veneman: “Even geen races, maar bepaald geen rustige zomer”
19. Column | Barry Baltus: “Ik ben terug. Of nou ja…ik ben er weer bij in Silverstone”
18. Column | Evert Slager: “Pedro Acosta kan Marc Márquez overvleugelen. Ja, dat geloof ik echt”
17. Column | Evert Slager: “Misschien is chaos wel precies wat de MotoGP nodig had”
16. Column | Evert Slager: “Waarom Ai Ogura de gevaarlijkste man voor Marc Márquez is”
15. Column | Jeffrey Buis: “Ik ben tevreden, maar de reglementen maken het ons niet makkelijk”
14. Column | Collin Veijer: “Accepteren om de volgende stap te kunnen maken”
13. Column | Loris Veneman: “Hier in Misano weer meedoen voor het podium”
12. Column | Barry Baltus: “Opnieuw bouwen aan vertrouwen”
11. Column | Jeffrey Buis: “Assen gaf vertrouwen, nu kijken wat Most ons brengt”
10. Column | Collin Veijer: “We beginnen in Le Mans weer gewoon op nul”
9. Column | Loris Veneman: “De snelheid was er in Assen, alleen in de races zat het een beetje tegen”
8. Column | Barry Baltus: “Terug waar ik hoor te zijn”
7. Column | Jeffrey Buis: “Assen is altijd speciaal, ik kijk uit naar mijn thuisweekend”
6. Column | Collin Veijer: “Soms leer je het meest van momenten waarop het fout gaat. Austin was er zo één”
5. Column | Loris Veneman: “Een nieuwe klasse en meteen prijs”
4. Column | Barry Baltus: “Het gevoel is er, nu het resultaat nog”
3. Column | Jeffrey Buis: “Nieuwe klasse, nieuwe motor, maar hetzelfde doel”
2. Column | Collin Veijer: “Een top vijf is goed… maar ik wil winnen”
1. Column | Loris Veneman: Wennen aan iets nieuws, maar het gevoel is goed