Home

Abshir scheldt politiemensen uit: 'Kanker was het eerste woord dat ik leerde' - Omroep West

GOUDA - Vier keer eerder is Abshir al veroordeeld voor hetzelfde feit: het beledigen van politiemensen. Een deel van die eerdere straffen was voorwaardelijk, en de vraag is dit keer of de verdachte al die voorwaardelijke celstraffen nu maar eens moet gaan uitzitten of dat ze opnieuw op de lat gaan.

Dit is een verhaal in onze serie Bij de Politierechter.

De verdachte is een lange, magere man in een trainingspak, met gele sportschoenen en een Feyenoord-rugzak. Hij praat zacht en schuchter. Eigenlijk had hij twee maanden terug voor de rechter moeten verschijnen, maar toen zat hij vast, ook voor belediging.

De rechtszaak van vandaag draait om het feit dat hij drie politiemensen heeft uitgemaakt voor 'kankermongolen'. Dat ontkent hij niet. Het begint ermee als de wijkagent hem om zijn legitimatie vraagt, terwijl hij op de bus naar huis zit te wachten na een avondje drinken met vrienden.

'Ik ken hem goed. Hij zegt dat ik iemand heb mishandeld', begint Abshir zijn relaas. 'Ik zeg dat is niet waar. Toen waren er ineens drie en toen vijf agenten. Ik denk ik ga meewerken, ik geef legitimatie.'

'Maar ze kwamen zo dichtbij, en ik heb fobieën van politie. In Somalië ben ik als kind gemarteld door de politie, dus als iemand met een wapen bij mij in de buurt komt begin ik te trillen.'

Abshir vertelt rustig en gedetailleerd. 'Die agent is m'n legitimatie aan het checken en die woorden komen uit mijn mond. Ik word meteen meegenomen, en ik was eigenlijk boos op mezelf dat ik voor één woordje ben meegenomen.'

'En dat woord, ik heb spijt van. Dat moet ik niet zeggen. Ik ben in Nederland sinds 2011 en het eerste woord dat ik heb geleerd was 'kanker'. Dat gebruiken we in Somalië nooit, en dat moet je hier niet doen bij de politie.'

De rechter heeft de bodycambeelden van de agenten gezien. 'Ik bekijk de beelden altijd als eerste, want die vind ik het leukste aan een dossier, en u vat het wel goed samen.'

'Ik heb mijn lesje geleerd', zegt de verdachte. Dat laatste is maar de vraag, want de rechter stelt vast dat Abshir hier inmiddels voor de vijfde keer zit voor hetzelfde vergrijp. 'Mijn voorgangers hebben, denk ik, iedere keer met dezelfde worsteling gezeten als ik nu.'

'Het is niet de bedoeling, dat schelden, dat heeft u ook door, en misschien kunt er niet zoveel aan doen als u gedronken heeft, en daarom is er in totaal', de rechter moet even optellen, 'ruim twaalf weken aan u opgelegd met het idee: als u het nog een keer doet, moet u de cel in.'

Of dat dit keer ook echt gaat gebeuren, daar is de rechter nog niet over uit. Hij wil het eerst maar eens hebben over de achtergrond van al dat gescheld: Abshir houdt nogal van een biertje.

Ook de laatste keer dat hij vastzat begon het daarmee. 'Ik was in slaap gevallen in de laatste bus naar huis en had goed gezopen, dus de chauffeur kreeg me bij het eindpunt niet wakker.'

'Hij belde de politie, en die kreeg me eerst ook niet wakker, en toen ik wel wakker werd begon ik weer met dezelfde woorden, want ze deden me pijn.'

'Ik wil niet belerend zijn hoor', reageert de rechter, 'maar alcohol is voor u een problematisch punt. Dan zegt u "goed gezopen", maar misschien moet dat wel zijn "slecht gezopen". En het gevaar is dat de dealer gewoon de supermarkt is.'

De verdachte knikt, hij weet het. 'Ik was al anderhalf jaar niet meer dronken geweest, alleen toen wel omdat ik mijn baan was kwijtgeraakt.'

Abshir heeft aan een van zijn vorige veroordelingen al begeleiding door de reclassering overgehouden. Dat gaat goed. Ze helpen hem met zijn alcoholprobleem. 'Vroeger ging vanaf vrijdagmiddag de bierkraan open, maar nu niet meer.'

Hij loopt ook bij een psychiater voor zijn politiefobie. En hij heeft weer werk, een fijne baan bij fijne mensen. Een celstraf kan hij zich niet veroorloven. Hij zou zijn huis worden uitgezet, en hij zou geen geld meer naar zijn moeder in Somalië kunnen sturen.

De officier van justitie snapt dat allemaal, maar overweegt: 'Meerdere malen recidive is al snel drie weken cel. Er is hem al vaker uitgelegd waarom we dit niet willen. Hij weet dat je moet meewerken met de politie, en daar kan je altijd daarna over klagen.'

Aan de andere kant: Abshir heeft net zes weken gezeten voor het incident in de bus, dus om hem nou meteen weer terug te sturen naar de gevangenis vindt ze ook wat bar.

Ze eist een taakstraf van honderd uur, waarvan de helft voorwaardelijk, plus, omdat ze eigenlijk een taakstrafverbod heeft gezien de eerdere straffen, ook één dag cel. Daarnaast mogen alle voorgaande voorwaardelijke straffen wat haar betreft worden doorgeschoven voor een eventuele volgende keer.

De advocaat van Abshir vindt zelfs de taakstraf nog best fors. Ze wijst erop dat de agenten lullige dingen tegen haar cliënt zeiden zoals 'Heb je wel een opvoeding gehad?' en wijst erop dat het inmiddels goed met hem gaat. Ze vraagt om een geheel voorwaardelijke straf.

Abshir zelf gebruikt zijn laatste woord om zijn excuses te maken aan de wijkagent. 'Hij is een hele lieve man. Ik vind het jammer dat het zo is gelopen.'

'Hij kent mij, we barbecueën vaak in de zomer, maar deze keer... Echt jammer. Volgende keer als ik hem zie zal ik sorry zeggen. Hij verdient dit niet.'

De rechter doet niet meteen uitspraak, maar gaat naar achteren om na te denken wat hij nou moet met al die voorwaardelijke straffen uit de eerdere veroordelingen. 'Dat is best een puzzel.' Na een dik kwartier heeft hij de stukjes op hun plaats.

'Er zijn veel signalen dat het goed kan gaan met u, en dat is wat we willen. Het is een deel afstraffen maar ook zorgen dat u hier niet meer komt.' Hij veroordeelt Abshir conform de eis tot honderd uur werken, waarvan de helft voorwaardelijk, en een dag cel.

Ook moet de man verder met de behandeling bij de reclassering en de psychiater. De bijna dertien weken voorwaardelijke celstraf hoeft hij niet uit te zitten, 'U heeft net zes weken gezeten', maar blijven wel staan voor een eventuele volgende keer. 'Dit was best een worsteling', geeft de rechter toe.

'En geen goede borrel meer drinken', geeft hij nog een laatste advies mee. 'Heeft u het begrepen? Dan zijn we klaar voor vandaag. Dank voor uw komst en uw geduld.'

Abshir staat blij op, pakt zijn rugzak, en zegt ter afscheid: 'Ik beloof mond dicht. Niet meer drinken, niet meer schelden. Als ik niet dronken ben, dan ben ik een hele lieve jongen, echt waar. Sorry voor jullie tijd allemaal. Dank u wel.'

De naam van Abshir is gefingeerd.

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next