DEN HAAG - Een dorp binnen de stad is het, met zijn eigen mores en bewoners van verschillende pluimage. Sommigen staan al generaties lang op de Haagse Markt, anderen komen net kijken. Nabil Brital staat er inmiddels al zijn halve leven.
Een begrip is het: De Haagse Markt, al 88 jaar op dezelfde locatie (Herman Costerstraat). Het is de grootste onoverdekte markt van Nederland en een van de grootste van Europa. De ruim vijfhonderd kramen bieden werk aan meer dan duizend mensen. Wie zijn de gezichten achter de kramen? Dit is een verhaal in onze serie Op De Haagse Markt.
'Zaterdag was het een gekkenhuis. Het is heel wisselvallig. Meestal is het drukker als het geld net binnen is. Het loon, een uitkering of de toeslagen... zaterdag was het geen geld-dag, maar het was wel heel druk', vertelt Nabil Brital (34).
De klanten die aan komen lopen verliest hij geen moment uit het oog én hij helpt ze direct.
De meesten komen een zak aardappelen halen. Aan de half lege bakken is te zien hoe druk het zaterdag was. 'Vooral aardappelen en uien verkoop ik. Toen ik hier net werkte, zei ik tegen de baas: aardappels zijn toch allemaal hetzelfde.'
Waarop zijn baas zei: dan kun je ze dus net zo goed allemaal bij elkaar gooien. 'Toen snapte ik het wel', zegt hij nu, nu hij zelf de baas is.
Nabil heeft een vlotte babbel en dat vindt hij zelf ook. Daardoor is hij geknipt voor de markt. 'Toen ik een jaar of zestien was, wilde ik niet meer met mijn moeder en zus mee naar Marokko.'
Zijn moeder vond dat goed, maar dan moest haar zoon wel gaan werken. 'Een goede vriend van me wist dat ze bij deze kraam nog iemand zochten voor de weekenden en zo is het begonnen.'
Zijn opleiding tot beveiliger heeft Nabil evengoed afgemaakt. 'Dat was het plan, om beveiliger te worden. Dit werk op de markt zou ik een jaartje doen, maar ik vond het zo leuk. Vanaf het eerste moment dat ik hier werkte heb ik ook goed opgelet. Mijn instelling was dat ik alles wilde leren.'
Toen de mensen waar de kraam van was stopten, zag hij zijn kans schoon. 'Ik heb het thuis besproken en besloten de kraam over te nemen. Ik nam het niet over zonder klanten, dat is wel een voordeel.'
Dat was toen hij 28 jaar was. Nu heeft hij twee man personeel in dienst en is zijn moeder ook regelmatig bij de kraam te vinden. Net zoals zijn zus altijd wel even langsloopt.
'Dat vind ik belangrijk, dat we elke dag even een bakkie doen. Mijn moeder wil wel langer blijven maar dat wil ik niet. Ik wil dat ze rust neemt, ze heeft altijd al hard genoeg gewerkt.'
Iedereen die langsloopt, wordt hartelijk begroet en vaak wordt er even een praatje gemaakt. 'Ik denk dat ik bijna iedereen op de markt ken', grijnst hij. 'Toen ik laatst aan een vriend vroeg waar hij mij mee associeert, zei hij zonder aarzelen: aardappel.'
In zijn omgeving kennen ze hem niet anders meer. 'Als iemand vraagt: welke Nabil bedoel je? Zeggen ze Nabil aardappel.' Hij moet hartelijk lachen terwijl hij het vertelt.
Hij vindt zichzelf een hele sociale jongen en dat is hij ook. 'Mensen komen hier ook om gewoon een praatje te maken, om hun hart te luchten. Mensen klagen veel, dat snap ik niet.'
En dat meent hij. 'Dan zeggen ze dat het leven duurder is geworden, maar je krijgt er ook veel voor terug. We wonen in een mooi, schoon land met volop voorzieningen. Er is niks te klagen, maar mensen klagen altijd.'
Meer verhalen uit onze serie 'Op De Haagse Markt' lees je hier
Source: Omroep West Den Haag