Wie de startgrid van een MotoGP-weekend of een WorldSBK-race bekijkt, denkt niet meteen aan de auto op de eigen oprit. Toch is de lijn tussen circuit en straat korter dan je zou denken. Een flink aantal automerken die je vandaag de dag gewoon kunt leasen, zijn niet ontstaan als gewone fabrikant, maar als raceteam, rallyafdeling of prestatielabel. Die geschiedenis is meestal niet meer dan een logo of een naam, maar bij een paar merken zit het er nog altijd goed in, tot in de techniek van de modellen die nu in de showroom staan.
Waar een naam vandaan komt
Neem Cupra. De naam is geen verzinsel van een marketingafdeling, maar staat letterlijk voor “Cup Racing”, de rallysport-afdeling van SEAT die decennia lang meedeed in het toerwagenkampioenschap. Toen SEAT besloot om een apart, sportiever merk op te zetten, lag die naam voor de hand. Cupra draagt die herkomst nog altijd met zich mee: scherpere aandrijflijnen, een sportievere afstelling en een designtaal die verwijst naar de racewereld, ook in de modellen die niet meer op het circuit rijden maar gewoon de snelweg op gaan.
Iets vergelijkbaars geldt voor Polestar. Voordat het een zelfstandig automerk werd, was Polestar een Zweeds raceteam dat meedeed in de STCC, het Zweedse toerwagenkampioenschap, en later de prestatieafdeling van Volvo werd. Die race-achtergrond is te herkennen in hoe Polestar tegenwoordig elektrische auto’s bouwt: minimalistisch, direct in de besturing en met een duidelijke focus op rijgedrag, in plaats van alleen op comfort.
Ook bij andere merken zit de racerij in het DNA
Cupra en Polestar zijn zeker niet de enige merken met zo’n verleden. Alfa Romeo bouwde ooit fabrieksracers die decennia lang meededen in de Formule 1 en op circuits als Monza. BMW ontstond weliswaar als vliegtuigmotorenbouwer, maar de M-divisie, verantwoordelijk voor de sportiefste modellen van het merk, komt rechtstreeks voort uit de touring car-successen van de jaren zeventig. En Renault, tegenwoordig vooral bekend van compacte en betaalbare auto’s, staat al sinds de jaren zeventig met een eigen Formule 1-team op de grid, iets wat nog altijd doorwerkt in de sportievere Renault Sport-uitvoeringen van bepaalde modellen.
Wat merk je daar in de praktijk van
Het is niet zo dat elke auto van een merk met raceverleden meteen een bolide is. De meeste modellen zijn heel gewone, praktische auto’s voor dagelijks gebruik. Toch is het verschil vaak wel te voelen: een net iets directere besturing, een onderstel dat scherper reageert in bochten, of een motor die net wat gretiger doortrekt dan je bij een vergelijkbare concurrent zou verwachten. Voor wie houdt van racesport maar dagelijks gewoon met een leaseauto naar werk rijdt, is dat een leuke bijkomstigheid: je rijdt in een auto die ergens, hoe klein ook, met een racecircuit te maken heeft gehad.
Zelf kennismaken met die race-achtergrond
Wil je die racegenen zelf ervaren zonder meteen een echte sportauto te leasen? Dan is de Cupra Formentor een logische kandidaat: een compacte SUV met een scherp afgestelde besturing en een duidelijk sportievere uitstraling dan de meeste concurrenten in dit segment, zonder dat het maandbedrag bij private lease torenhoog wordt. Het maandbedrag zit momenteel rond de 500 euro. Wie liever elektrisch rijdt met diezelfde focus op rijgedrag, kan terecht bij bijvoorbeeld de Polestar 2, een betaalbaar model dat de directheid van het merk se raceverleden combineert met de stilte en het gemak van een elektrische aandrijflijn.
Meer dan alleen een logo
Het mooie van dit soort merken is dat de race-achtergrond niet alleen decoratie is. Het zit verweven in hoe de auto’s zijn ontworpen en afgesteld, ook in de modellen die nooit een circuit zullen zien. Voor racesportliefhebbers is dat een reden om net iets bewuster te kijken naar welk merk er op de motorkap staat, ook bij een doodgewone leaseauto voor het dagelijkse verkeer. Soms zit die adrenaline dichterbij dan je denkt, gewoon op de eigen oprit.