De wekelijkse rubriek Finishpraat speelt in op actualiteit, combineert verleden met heden en haalt oude herinneringen op; kortom een verhaal voor de echte motorsportfan. Komend weekend komen tijdens de TABAC Classic GP bijna 200 voormalige Grand Prix-motoren in actie. Een mooi moment om terug te blikken op de legendarische Centennial Classic TT van 1998.
Komend weekend (28 t/m 30 augustus) wordt de TABAC Classic GP door LDP International georganiseerd op het TT Circuit Assen. Net als de bekendere Racing Day gaat het om een gecombineerd auto- en motorevenement. Alleen staan bij de TABAC Classic GP historische en klassieke auto’s en motoren centraal. Het betreft nog een vrij nieuw evenement, aangezien het in 2022 voor de eerste keer werd georganiseerd. Auto’s zijn wel het voornaamste onderdeel van het programma, maar LDP International probeert ieder jaar ook iets speciaals met motoren te doen. Zo kwamen Randy Mamola en Kevin Schwantz al eens naar het evenement, maar voor deze editie is het op motorgebied beter dan ooit. Door de samenwerking met Motul United Classic Racing (UCR) heeft LDP International kunnen regelen dat er zo’n 200 voormalige Grand Prix-motoren naar Assen komen. En daar zitten heel bijzondere exemplaren bij: van de legendarische Honda-zescilinders en acht MV Agusta’s tot de Suzuki XR14 500 van Barry Sheene en een Ducati MotoGP-machine. Het is de grootste verzameling voormalige Grand Prix-motoren die op het TT Circuit bijeenkomt sinds de Centennial Classic TT’s die georganiseerd werden in 1998 en 2010.
Aan de Centennial Classic TT van 1998 heb ik heel warme herinneringen, zoals denk ik iedere motorsportfan die daarbij was. De initiator en drijvende kracht achter het evenement was Ferry Brouwer, die ongekend veel motoren en bekende Grand Prix-coureurs bij elkaar wist te brengen op het TT Circuit Assen. Ik was toen nog maar 12 jaar en besefte nog niet hoe bijzonder het eigenlijk was, maar ik vond het toen al geweldig om te zien. Maar goh, wat had ik zo’n evenement, met wat ik nu weet, nog eens graag meegemaakt. Ik ben in 1998 op mijn twaalfde twee dagen naar Assen geweest met mijn familie. We zaten zaterdag en zondag op de tribune. Aan de reacties van mijn vader en familieleden kreeg ik toen ook al wel door hoe speciaal het was. De motoren en rijders waren verdeeld over drie historische periodes: 1949 t/m 1960, 1961 t/m 1970 en 1971 t/m 1980. Van iedere historische periode kwamen ook de diverse raceklassen in actie: 50cc, 125cc, 250cc, 350cc, 500cc en zijspannen. Iedere raceklasse was ook nog eens goed gevuld met allerlei grote namen, wat maar weer aantoonde hoe groots dit evenement was.
Zelf genoot ik het meest van de periode van 1971 t/m 1980. Want deze helden en motoren had ik zelf al ontelbare keren op onze videobanden gezien. Mijn ouders namen vroeger alle samenvattingen die maar op de Nederlandse of Duitse tv waren op. En deze videobanden heb ik zo vaak gezien dat ik zeker van veel GP’s uit de jaren 80 nog steeds zo het wedstrijdverloop kan vertellen. Ik weet ook nog goed dat er door de rijders serieus werd doorgereden tijdens de Centennial Classic TT. Het waren een soort demonstratieraces. In de 500cc ging Randy Mamola met een Suzuki ontzettend hard rond, maar ook Wil Hartog, Barry Sheene en Teuvo Länsivuori waren nog steeds razendsnel. Ook was zelfs voor mij was het geluid van de enorme reeks bijzondere motoren iets om kippenvel van te krijgen. Alle merken die je maar kan bedenken kwamen wel in actie. Ook vond ik het bijzonder om de ‘badkuip-motoren’ uit de jaren 50 te zien. Dat was iets wat ik toen nog helemaal niet kende of ooit gezien had. En natuurlijk het enorme aantal meervoudig wereldkampioenen dat meedeed, zoals Giacomo Agostini, Phil Read, Jim Redman, John Surtees, Carlo Ubbiali, Geoff Duke, Barry Sheene en ga zo maar een hele tijd door. Maar ook het geluid van de 50cc vond ik bijzonder, want dat was iets wat ik ook totaal niet kende.
Ik denk dat mijn interesse voor de historie van de motorsport wel is ontstaan, of in ieder geval enorm is gegroeid, door de Centennial Classic TT van 1998. Later ging ik pas beseffen hoe bijzonder het evenement was. We hebben ook de videobandenserie van het evenement gekocht en die heb ik uiteraard helemaal grijs gedraaid. In 2010 werd het evenement nog eens georganiseerd, maar toen was ik helaas in het buitenland. Al was het toen wel iets minder extreem groot dan in 1998. Het evenement moet destijds ook al ongelofelijk veel geld gekost hebben, maar zonder het netwerk van Ferry Brouwer was het nooit mogelijk geweest. Ook denk ik dat het in deze tijd niet meer mogelijk is om zo’n evenement te organiseren. Allereerst zullen de kosten nu nog veel hoger zijn en is helaas een behoorlijk aantal van de rijders die toen aanwezig waren inmiddels overleden. Ook zijn de motoren door de jaren heen op veel meer verschillende plekken terechtgekomen. Als je een moderne variant wilt organiseren, zul je dus de raceklassen qua jaartallen ook twintig tot dertig jaar naar voren moeten opschuiven ten opzichte van de Centennial Classic TT uit 1998 en dat is kostentechnisch niet realistisch. Ook zijn er maar heel weinig mensen die, zoals Ferry Brouwer, zo’n evenement kunnen organiseren. Daarom is het van United Classic Racing al een heel bijzondere prestatie dat ze komend weekend bijna 200 voormalige Grand Prix-motoren bij elkaar brengen op het TT Circuit Assen. Ik zou zeggen: kom naar het evenement en ga ervan genieten!
Tot volgende week,
Asse Klein