DEN HAAG - 'Ik wilde iets doen, als moeder, om hem te laten weten dat ik wist dat hij een van onze dochters had misbruikt.' Sandra wil aan de rechter uitleggen waarom ze de hele buurt heeft volgehangen met posters waarop ze haar ex Sjoerd een pedo noemde. De rechter heeft wat moeite met die uitleg.
Dit is een verhaal in onze serie Bij de Politierechter.
'Niet alleen hij, de hele stad moest het blijkbaar weten. Dat vind ik, als moeder, moeilijk te begrijpen. U exposed niet alleen Sjoerd, maar ook uw dochter.'
Sandra knikt. 'Ik heb me laten meeslepen door de overbuurman, die had dat bedacht. Ik had het niet moeten doen. Ik schaam me ervoor.'
De verdachte is begin veertig. Ze is meer dan twintig jaar samen geweest met Sjoerd, maar een paar jaar geleden ging het niet meer. Ze hebben drie kinderen.
Sjoerd trekt al vrij snel na de scheiding in bij zijn nieuwe liefde, April, en volgens hem verandert Sandra daarna in een stalkende nachtmerrie.
De verdachte ziet het juist andersom en vindt dat Sjoerd haar begon lastig te vallen. 'Hij bleef maar aan de deur komen. Hij beloofde de kinderen van alles maar kwam die beloftes nooit na. Dan zat ik weer met huilende kinderen.'
'En ja, dan belde ik hem daarover op, maar niet honderden keren, of midden in de nacht.' Sandra had het al eens eerder uitgemaakt. De rechter vraagt: 'Hij kon zich daar niet bij neerleggen en toen zijn er veel incidenten geweest waarbij u de kwaaie pier zou zijn?'
'Ja, daar is hij heel goed in. Dat deed hij al de hele relatie. Hij ging maar door, dus ik zie het echt andersom.' Op een dag vertelt een van haar dochters ook nog eens dat Sjoerd aan haar heeft gezeten. Dan loopt het pas echt uit de hand, zo blijkt uit het politiedossier.
Sandra schildert met witkalk het woord 'pedo' op Sjoerds auto. Ook wordt de wagen meerdere keren bekrast en worden de banden een paar keer lek gestoken. De verdachte bekent alleen de bekladding. De rest ontkent ze. Die incidenten staan namelijk niet op beeld.
Er volgt een melding bij Veilig Thuis en daarna twee stopgesprekken, maar het gaat van kwaad tot erger. Sandra belt de baas van April en beweert dat Sjoerds nieuwe liefde drugs gebruikt op haar werk en ze achtervolgt haar ex in de auto.
De verdachte ontkent het telefoontje naar de werkgever van April. En die confrontatie op de weg was toeval. 'Ik was onderweg naar Rotterdam en toen stond ik ineens naast hem bij een stoplicht. Ik moest er helemaal van trillen en ben gauw aan de kant gaan staan.'
De rechter trekt een wenkbrauw op. 'U moet naar Rotterdam en dan staat u ineens in een woonwijk in Schiedam vlak bij zijn werk?'
Sandra heeft haar antwoord klaar. 'Ik ben niet zo'n snelwegheld, ik heb gewoon de TomTom gevolgd. En ik wist helemaal niet dat hij daar werkte.'
De rechter laat het maar rusten. Ze concludeert: 'Er is een hele lijst met incidenten, wel honderd en van de meeste zegt u ik heb het niet gedaan of het was toeval.' Sandra knikt.
De reclassering heeft de verdachte bezocht en concludeert dat de kans op herhaling groot is. Het advies is om de vrouw een contact- en locatieverbod met Sjoerd en April op te leggen en dat te controleren met een enkelband.
Dat verbod vindt Sandra best, maar die enkelband niet. 'Dat zou voor de jongste heel naar zijn', zegt ze. De rechter kaatst terug: 'Dat zijn vader overal op lantaarnpalen werd geplakt was ook heel naar.' De verdachte beweert dat de jongen dat niet heeft meegekregen.
'U lijkt wat selectief te zijn in wat naar is en wat niet', vindt de rechter. Sandra verandert het onderwerp. 'Ik ben met een coach bezig om hulp te zoeken, ook voor het trauma van de zedenzaak die er nog aankomt. Ik wil graag hulp.'
De rechter wil weten wat de vrouw vindt van een taakstraf. 'Dat is lastig. Dat moet ik inpassen.' 'En een celstraf?' Sandra antwoordt gedecideerd: 'Dat zou niet kunnen, met de kinderen.'
De officier van justitie vindt dat er sprake is geweest van langdurige, stelselmatige belaging. Hij geeft een bloemlezing: uren wachten bij het werk van April, langzaam langs het huis van Sjoerd rijden, de vernielingen, de telefoontjes en als klap op de vuurpijl de posters in de stad. 'Dat is geen opwelling, dan heb je een plan.'
'Ze lijkt het maar moeilijk te kunnen verkroppen dat hij een nieuwe relatie kreeg. Dan kan je naar de ander wijzen dat die ook dingen doet, maar na de stopgesprekken had het duidelijk moeten zijn dat ze moest stoppen.'
De officier eist een werkstraf van 120 uur met een hele reeks voorwaarden, waaronder een contact- en locatieverbod met enkelband en een maand voorwaardelijke gevangenisstraf, om te zorgen dat Sandra het niet nog een keer doet.
Sandra's advocaat vraagt om een lagere straf. Ze wijst erop dat er voor veel van de telefoongesprekken en vernielingen geen bewijs is en vraagt de rechter om de situatie mee te wegen.
'Ze was ten einde raad, boos en onmachtig en wist niet hoe ze daarmee om moest gaan. Het ging om haar kinderen. Ze heeft gehandeld vanuit haar emoties als moeder.'
De rechter vindt dat er bewijs is voor bijna alle feiten, behalve de beschadigingen van Sjoerd zijn auto. 'U bekent alleen waar beelden of getuigen van zijn. Dat is wel slim, want daar kan u niet onderuit. Van de andere incidenten zegt u ik was er toevallig. Dat vind ik ongeloofwaardig.'
De rechter vindt het exacte aantal incidenten niet eens het belangrijkste. Ze vindt de intensiteit van Sandra's acties ongekend.
'Op alle gebieden maakt u uw ex het leven zuur. U gaat naar zijn werk, bemoeilijkt zijn relatie en zet hem te schande in de buurt. Het is overdag, 's nachts, langdurig; voor en nadat u van het misbruik hoort; voor en na de stopgesprekken, het houdt niet op', zegt de rechter.
Ze ziet wel de woede en de onmacht bij de vrouw en vindt daarom langdurige hulp noodzakelijk. Dat een taakstraf ingewikkeld is in te passen in Sandra's leven begrijpt ze ook en dus halveert ze de eis van de officier van justitie.
Dat wordt dus zestig uur werken. Ook krijgt Sandra een maand cel voorwaardelijk. 'Dus als u ze nog één keer lastig valt moet u een maand zitten. En ik geef u een proeftijd van drie jaar in plaats van twee, want tot nu toe lijkt u niet erg in staat om uw gedrag te veranderen.'
Alle voorwaarden waar de officier van justitie om vroeg komen er ook nog bij, dus ook het contact- en locatieverbod. 'Dat is dadelijk uitvoerbaar, dus dat wil zeggen dat het nu meteen ingaat', waarschuwt de rechter.
Tenslotte krijgt Sjoerd een schadevergoeding van enkele honderden euro's voor het geleden leed. De rechter legt uit waarom. 'Op alle vlakken bemoeit u zich al jaren met hem. Dat is zo'n evidente inbreuk op iemands persoonlijke levenssfeer dat wat mij betreft aan de onderbouwing ervan niet veel eisen gesteld hoeven te worden.'
'Hij zegt we gaan er aan onderdoor. Hij en April durven nauwelijks meer naar buiten. U heeft vandaag veel over uzelf verteld, maar ik zie hen ook.'
De namen van Sandra, Sjoerd en April zijn gefingeerd.
Source: Omroep West Den Haag