De wekelijkse rubriek Finishpraat speelt in op actualiteit, combineert verleden met heden en haalt oude herinneringen op; kortom een verhaal voor de echte motorsportfan. De Grand Prix van Aragón heeft de verhoudingen in de MotoGP flink op scherp gezet. De titelstrijd lijkt uit te draaien op een gevecht tussen drie rijders.
De dertiende – van in totaal tweeëntwintig – Grand Prix in Aragón zorgde in mijn ogen voor een definitieve afsplitsing in de top van het MotoGP-wereldkampioenschap. Bij aanvang van de zomerstop stond de top vijf nog binnen 24 punten van elkaar. En in Silverstone leek het erop dat Raul Fernandez zich na zijn zege als zesde rijder ook ging mengen in de MotoGP-titelstrijd. Na de races in Aragón lijkt het er sterk op dat er nog maar drie titelkandidaten zijn overgebleven. In mijn ogen kunnen Fabio Di Giannantonio en Raul Fernandez nu definitief worden weggestreept als titelkandidaat. Di Giannantonio moest het sowieso al hebben van constant goede resultaten in plaats van enorme uitschieters. Nu de absolute top constanter presteert, terwijl de Italiaan fouten begint te maken en minder presteert, valt hij al snel af als titelkandidaat.
Bij Fernandez was het al de vraag of je hem een titelkandidaat kon noemen. Om dat definitief te worden, had hij op korte termijn meer geweldige resultaten nodig. Door zijn uitvalbeurt in de race en mindere score in de Sprint staat de Trackhouse Racing-coureur nu zelfs achter Pedro Acosta op een zevende plek in de tussenstand. Trouwens, petje af voor Acosta in Aragón. Wat reed hij ijzersterk! Daar had zelfs Marc Márquez op gelijk materiaal het nog heel zwaar tegen gekregen. En dan is er nog Ai Ogura. Velen tipten hem in de zomerstop als een dark horse voor de wereldtitel, en terecht. Want door zijn zege in Assen en vele tweede plaatsen was de Japanner absoluut een serieuze kanshebber geworden. Na zijn crash in Silverstone en de handblessure die hem in Aragón langs de kant hield, ziet het er nu heel anders uit. Helemaal nu Marc Márquez en Marco Bezzecchi weer fit en in vorm zijn, wordt het erg lastig om deze achterstand nog goed te maken.
Nee, daarom denk ik dat het gaat tussen Jorge Martin, Marc Márquez en Marco Bezzecchi. Er zijn wat mij betreft nog drie echte titelkandidaten over. En ondanks dat Martin de leiding in het WK nog in handen heeft, denk ik dat het tussen Márquez en Bezzecchi gaat. Martin heeft zijn positie vooral verworven door zijn constante scores, wat voor hem in 2024 ook de basis vormde voor de MotoGP-wereldtitel. Alleen qua pure snelheid zijn Márquez en Bezzecchi op de meeste circuits sneller. Echter heeft dit duo ook al de nodige fouten gemaakt en blessures gehad, waardoor ze niet samen al een voorsprong hebben in het WK-klassement. Een mooi duel tussen Ducati en Aprilia. Het gaat leuk worden in de laatste negen Grand Prix-weekenden van 2026.
Ook wil ik Diogo Moreira nog noemen. Wat rijdt hij een geweldig debuutjaar in de MotoGP, en dat op een Honda! In de Sprint en race was hij de beste rijder van een Japanse fabrikant. Binnen een half jaar is de jonge Braziliaan al beter dan veel MotoGP-rijders die veel meer ervaring hebben. Cal Crutchlow zei afgelopen weekend al dat hij verwacht dat Moreira binnen een paar jaar een MotoGP-titelkandidaat is. Daar ben ik het helemaal mee eens! Ik denk dat Moreira zelfs volgend jaar al vooraan mee zou kunnen doen, wanneer zijn Honda daar ook aan mee wil werken.
En ik heb genoten van Collin Veijer. Natuurlijk kan je denken: weer een crash, dat is al de zoveelste. Dat klopt, alleen deze voelde toch echt anders. Want Collin reed weer op het niveau dat we aan het begin van het seizoen hoopten in bijna iedere Grand Prix te zien. Hij streed weer volop voor een podiumplaats en eigenlijk hadden we dat sinds Jerez niet meer gezien. Hij gaf zelf aan dat hij het goede gevoel weer had van voor zijn schouderblessure. En dat is erg hoopvol voor de resterende GP’s in 2026. In Aragón was duidelijk zichtbaar dat er zo’n acht tot negen Moto2-rijders beter waren dan de rest. Daar hoorde Collin absoluut bij. Door dit optreden, in combinatie met de wetenschap dat Collin daarvoor kampte met zijn schouder, heb ik er alle vertrouwen in dat hij in de komende GP’s vaker gaat strijden voor een podiumplaats.
Tot volgende week,
Asse Klein