Ajax - PSV (1-3) was voor rust een heerlijke topper, een duel dat hoop biedt op een interessante, spannende competitie. Na rust was het wildwest, na een belachelijke, te licht bestrafte overtreding van Ruben van Bommel.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Ajax - PSV was lange tijd mooi en opwindend, maar die opwinding sloeg in de slotfase om in ordinair gedrag, in een straatgevecht op gras. Een onbesuisde overtreding van PSV’er Ruben van Bommel, die met zijn volle gewicht keihard tegen Aaron Bouwman sprong, dwong de verdediger duizelig naar de kant. De beslissing van scheidsrechter Sander van der Eijk om slechts de gele kaart te geven, plus het daarop volgende ridicule gedrag van spelers en staf, verpestte een deel van de aanvankelijke schoonheid van de wedstrijd.
Allereerst was daar Youri Baas, die dacht voor eigen rechter te spelen en Van Bommel aan te vallen. Dan de bankzitters, om het veld in te rennen, zich overal mee te bemoeien en her en der tot halve vechtpartijtjes over te gaan. Inclusief al die lieden van de technische staf van Ajax met hun opwinding in het kwadraat. Dat allemaal was een dissonant op een lange tijd mooie avond.
Mooie doelpunten, aanvallend voetbal, veel ruimte op het middenveld, snelheid, een tot de ontsporing goede scheidsrechter, al liep Van der Eijk door veel te laten lopen het voortdurende risico dat het uit de klauwen zou gieren. Ajax - PSV had tot die slotfase veel dat voetbal de moeite waard maakt, al zullen de meeste mensen in de Johan Cruijff Arena treuren over de uitslag. En over de onsamenhangende tweede helft, van beide ploegen overigens.
De eerste helft was een plaatje, en bij Ajax is het zaak om door dat resultaat heen te kijken. Dat vergt geduld, al is dat mogelijk moeilijk op te brengen, want de ploeg wil PSV serieus uitdagen in de titelstrijd. Een regiment nieuwelingen, met internationale ervaring en klasse, zat nog op de bank bij Ajax, als gevolg van het recente aflopen van de transferperiode en het internationale schaakspel van technisch directeur Jordi Cruijff.
De aanhang had een mooie sfeeractie bedacht vooraf, met een spandoek met een frase uit de oude hit van Phil Collins, ‘I can feel it coming in the air tonight’, met de verwachtingsvolle, dreigende stem van de oude meester. Die verwachting kwam uit, al was de tweede helft ook qua voetbal van veel mindere kwaliteit dan de bruisende eerste.
Ajax heeft in aanvallend opzicht ook niet zo veel snelheid in te brengen, in tegenstelling tot PSV, en met snelheid in de ploeg biedt voetbal meer mogelijkheden. Voor rust nam het thuispubliek afscheid van Mika Godts, die is vertrokken naar Paris Saint-Germain, een vertegenwoordiger van het tempo in het spel. Met al die wissels maakte Ajax niet zo heel veel paraat in de tweede helft, die veel minder aantrekkelijk was dan de eerste.
PSV voetbalde lang met de rust van de kampioen, met het vermogen om op elk moment te kunnen toeslaan. Met Kodai Sano en Noah Fernandez als lopers en voetballers, met Ruben van Bommel en zijn machtige snelheid waartegen soms gewoon niets te doen is. Als hij op snelheid ligt in de één tegen één situatie, is hij niet af te stoppen. Met Lutsharel Geertruida als krachtige centrale verdediger, die zijn puike duel bekroonde met zijn bekeken 1-2, kort voor rust, een boogbal na een matig weggewerkte hoekschop.
De 0-1 van PSV was geniaal in zijn eenvoud. Eerst de pass over veertig meter van links naar rechts, van Armando Obispo naar Ivan Perisic. Dan de voorzet van de Kroaat op Van Bommel, die de bal perfect breed kopte naar Ricardo Pepi. Ja, dan is voetbal een feest.
Ajax met al die nieuwelingen, van wie dus velen nog op de bank zaten, omdat ze net zijn gearriveerd. Aaron Bouwman en Jorthy Mokio, twee van de jongens uit de opleiding, speelden juist goed. Op de vleugels was het een lastige avond voor Steven Berghuis en Oscar Gloukh, spelers zonder noemenswaardige snelheid, maar compenserend met werklust en felheid. En Ajax had een paar prachtige, creatieve aanvallen en patronen, zichtbaar gevolg van slijpen op de training, al leverden ze voor rust slechts één doelpunt op. Dat was de gelijkmaker van het fenomeen in de dop Tolu Arokodare, die met dat machtige lichaam van 1,97 met de kont achteruit kan hangen om iedereen op afstand te houden. Youri Baas speelde de bal in, en via via scoorde Tolu.
Ajax was al met al beter in de eerste helft, maar verzuimde op voorsprong te komen, met gemiste kansen van Julian Brandt, Steven Berghuis en Davy Klaassen. PSV leidde dus bij rust, en Ajax moest nog meer aanvallen, en tevens proberen balans in het spel te houden. Trainer Michel liet controleur Sofyan Amrabat debuteren na een klein uur, en bracht nog een heel stel andere wissels. Maar tot een slotoffensief kwam het nauwelijks, mede door het geval met Van Bommel. Sterker: in de blessuretijd scoorde invaller Esmir Bajraktarevic.
Source: Volkskrant