Jongeren gedijen niet achter een digitaal hek, maar in een goed ontworpen digitale speeltuin.
Het debat over het gebruik van sociale media door jongeren wordt alom gevoerd. Steeds meer landen denken na over een algeheel verbod of stellen leeftijdsgrenzen in. Dit roept vragen op vanuit een digitaal kinderrechtenperspectief. Wanneer een speeltuin onveilig blijkt, is het vanzelfsprekend dat die veiliger gemaakt wordt. We zetten er geen hek omheen, met een bordje dat kinderen er voortaan niet meer in mogen. Toch lijkt dit de logica die steeds vaker opduikt in het debat over sociale media en jongeren.
De digitale wereld is niet gebouwd voor jongeren. Er zijn aanwijzingen dat overmatig gebruik van sociale media een negatief effect kan hebben. Socialemediaplatforms zijn vaak ontworpen met als doel de aandacht vast te houden, een bepaalde afhankelijkheid te creëren en dataverzameling te vergemakkelijken. Ouders, scholen en politici zoeken naar een manier om schade te voorkomen. De zorgen zijn begrijpelijk, maar begrijpelijke zorgen leiden niet automatisch tot goed beleid.
Over de auteur
Kim Schuurman is promovendus aan het Utrecht Centre for European Research into Family Law (Ucerf) van de Universiteit Utrecht.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Wat als bescherming van (het welzijn van) jongeren wordt gepresenteerd, is in feite een verschuiving van verantwoordelijkheid: van het platform naar de ouder, en van het systeem naar de jongere. Het reguleren van platforms is complex, mede door de machtige lobby. Toegangsverboden en versterking van ouderlijke controle zijn, politiek gezien, gemakkelijker te verwezenlijken.
Het debat wordt dan ook voornamelijk gevoerd in termen van risico en bescherming. Het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) omvat echter veel meer soorten rechten. Van evenveel belang zijn participatie, informatie en een digitale omgeving die veilig én toegankelijk is. Jongeren hebben niet alleen recht op bescherming tegen mogelijke gevaren online, maar ook op toegang tot informatie, digitale ontwikkeling en respect voor hun mening.
Opvallend is hoe zelden jongeren zelf gesprekspartner zijn. Er wordt veel over hen beslist, maar weinig met hen gesproken. Recent Nederlands onderzoek van Terre des Hommes laat zien dat voor een grote meerderheid van de ondervraagde adolescenten de passende startleeftijd voor sociale media rond de 12-13 jaar ligt. Jongeren noemen onder meer rijpheid, de overgang naar de middelbare school en het opdoen van digitale vaardigheden als overwegingen voor de leeftijd. Beleid dat jongeren raakt, moet mede worden gevormd met kennis van hun ervaringen en behoeften en in lijn zijn met het IVRK.
Jongeren zijn dus niet alleen objecten van bescherming, maar ook dragers van rechten. Een kinderrechtenperspectief draait niet om de vraag of jongeren toegang moeten krijgen tot de digitale omgeving, maar bovenal onder welke voorwaarden. Beschermingsmaatregelen kunnen immers zélf ook nieuwe inbreuken veroorzaken, en zijn niet altijd gerechtvaardigd. Dat geldt ook voor de privacyrechten van jongeren. Een socialemediaverbod vraagt om leeftijdsverificatiemechanismen, intensievere dataverzameling en extra monitoring. Hiermee rijst de vraag of de inbreuk op de privacyrechten van jongeren wel in verhouding staat tot het uiteindelijke doel.
Een cruciale eerste stap is dat we de aandacht verschuiven van de regulering van het gedrag van jongeren en ouders naar de inrichting en verantwoordelijkheid van socialemediaplatforms. Leeftijdsgeschikt ontwerp en strengere grenzen aan verslavende mechanismen staan hierin centraal. Ten tweede moet bescherming worden gecombineerd met respect voor de participatie- en ontwikkelingsrechten van jongeren. Jongeren hebben recht op informatie, passende begeleiding en digitale geletterdheid, zodat ze geleidelijk in de digitale omgeving leren navigeren.
Een totaalverbod doet alsof digitale deelname op iemands 16de of 18de ineens veilig en vanzelfsprekend wordt, maar digitale weerbaarheid ontstaat niet door kaarsjes op de verjaardagstaart uit te blazen. Als we erkennen dat jongeren deel uitmaken van de digitale samenleving, moeten ze ook zijn toegerust om zich daarin te bewegen. Ten slotte moeten jongeren zelf meer worden betrokken in het debat en de normvorming. Hun inbreng kan niet slechts incidenteel of symbolisch zijn, maar moet een structureel onderdeel vormen van beleidsvorming.
Digitale kinderrechten vragen dus niet om uitsluiting uit de digitale samenleving, maar om een digitale samenleving waarin die rechten ook daadwerkelijk uitgeoefend kunnen worden. Een digitaal kinderrechtenperspectief gaat niet uit van simpele verboden, maar van een zorgvuldige afweging van rechten en plichten. Jongeren gedijen niet achter een digitaal hek, maar in een goed ontworpen digitale speeltuin.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant