is economieredacteur en commentator van de Volkskrant.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
‘De stabiliteit is weg’, zei de Nepalese hydroloog Arun Shrestha, specialist in ijs en sneeuw, in de zaterdagkrant over het Himalaya-massief. Twee weken geleden stortte daar een gletsjer in, waarna een verwoestende stortvloed duizenden mensen verzwolg. ‘Er zijn drempelwaarden overschreden. Er gebeuren rare dingen.’
Een massief dat instabiel wordt: het klinkt tegenstrijdig. Maar dit is de realiteit van klimaatverandering. Het lijkt allemaal zo geleidelijk, elke paar jaar een tiende graad erbij, maar dat geldt niet per se voor de gevolgen. Die laatste druppel doet de emmer niet overlopen, maar kantelen.
Een zomer van hitte, droogte, branden en watertekorten heeft in deze contreien eens te meer duidelijk gemaakt dat de opwarming van de aarde serieuze schade aanricht. Nu het voorkomen daarvan faliekant is mislukt, is ‘klimaatadaptatie’ het toverwoord. We zullen ons moeten aanpassen. Anders bouwen, andere gewassen, blusdrones, rijnaken met minder diepgang; hier in Nederland hebben we de luxe dat we kunnen hopen dat technologische vooruitgang ons zal redden. En dankzij dijkverhogingen, waterbergingen en andere ingrepen weten we ons tot dusver aardig te weren.
Die luxe hebben armere landen niet. Een land als Nepal heeft niet eens de sensoren om te meten wat het overkomt.
Materiële welvaart is grotendeels te danken aan verbranding van fossiele brandstoffen, en dus broeikasgasuitstoot. Dat betekent dat armere landen getroffen worden door rampen die grotendeels door rijkere landen zijn veroorzaakt. Een Nepalees stoot jaarlijks veertien keer zo weinig uit als een Nederlander (en ongeveer 26 keer zo weinig als een Amerikaan). Zeker als je kijkt naar de historische uitstoot – CO2 blijft decennialang in de lucht zitten – is er duidelijk verschil in schuld.
Dat onrecht staat steevast op de agenda van de COP-klimaattoppen die jaarlijks worden gehouden, aangespoord door activisten met spandoeken die om climate justice vragen. Dat heeft geleid tot de afspraak dat de rijke landen jaarlijks 100 miljard moeten besteden aan klimaatproblemen in arme landen. Maar dat geld, waar westerse bedrijven vaak ook beter van worden, is niet bedoeld voor acute schade.
Daarvoor is het zogeheten loss and damage-fonds bedoeld, dat vier jaar geleden met veel fanfare in het leven werd geroepen. Concrete bedragen werden er echter niet genoemd, het woord ‘aansprakelijkheid’ werd vermeden en het bleef allemaal vrijwillig. Er zit nu zo’n 600 miljoen euro in dit potje. Nederland heeft 15 miljoen euro bijgedragen. De schade in Nepal alleen al is een veelvoud daarvan.
Een nieuwe stap richting klimaatgerechtigheid is de uitspraak van het Intenationaal Gerechtshof vorig jaar, waardoor ontwikkelingslanden rijkere landen wel aansprakelijk kunnen stellen voor de klimaatschade die zij ondervinden. Maar dat vergt rechtszaken en de uitkomst daarvan zou zeer onzeker zijn. Is de ramp écht door klimaatverandering veroorzaakt? Heeft het aangeklaagde land daar echt zoveel aan bijgedragen, dat schuld bewezen is?
Zo’n rechtszaak zou je als moreel denkend land voor moeten zijn. Allereerst door Nepal nu genereus te hulp te schieten. Vervolgens kunnen Nederland en Europa het herstelbetalingsfonds veel sneller vullen – bijvoorbeeld door een vast bedrag te heffen op elk vliegtuig dat hier landt. Want ja, de hele wereld is slachtoffer van klimaatverandering, maar niet iedereen is dader.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant