De jongere generaties van nu hebben meer te besteden dan vorige generaties op dezelfde leeftijd. Een eigen huis is een ander verhaal: door het woningtekort blijft het woningbezit onder jongeren tegenwoordig achter.
is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Over het algemeen volgen de levens van verschillende generaties op financieel vlak een vergelijkbaar patroon, concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in een nieuwe analyse. Tot ongeveer hun 55ste levensjaar krijgen Nederlanders steeds meer te besteden. Daarna neemt de koopkracht langzaam wat af.
Wel ligt de koopkrachtpiek waarop generaties uitkomen steeds hoger. Doordat de welvaart in Nederland vanaf de jaren tachtig flink is toegenomen, hebben jongere generaties op vrijwel iedere leeftijd meer te besteden dan eerdere. Zo hebben leden van generatie Z (geboren na 2000) op hun 24ste gemiddeld een besteedbaar inkomen van ruim 30 duizend euro per jaar, ook gecorrigeerd voor inflatie meer dan alle eerdere generaties.
Jongere generaties bouwen ook eerder een eigen vermogen op dan vroeger. Bij een doorsnee millennial (geboren tussen 1985 en 2000) tellen spaarrekening, geld in eigen woning en andere bezittingen al voor zijn 40ste op tot bijna 120 duizend euro. Geen enkele eerdere generatie kwam bij dat bedrag in de buurt. De babyboomers (1945-1955) en generatie X (1955-1970) zijn later in hun leven het meest vermogend.
Op de huizenmarkt hebben nieuwe generaties het de laatste jaren niet meer per se beter. Vanaf de jaren zeventig nam het eigenwoningbezit in Nederland snel toe. Door het woningtekort en de hoge prijzen blijft generatie Z nu echter iets achter. Jongeren uit deze generatie wonen bovendien relatief vaak in een appartement.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant