Door een burgerinitiatief is het veld van de vroegere voetbalclub in Vreeland weer in ere hersteld. Het is bijna utopisch, zo blij als de mensen bij de openingsdag zijn.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Dirk Leeflang is 71 jaar en in de week voor zijn rentree op het veld heeft hij goudkleurige voetbalschoenen gekocht. De linksbuiten van heel lang geleden is emotioneel, nu hij hier in het dorp Vreeland op het oude, in ere herstelde veld van zijn vroegere club VV Sperwer voetbalt, met zijn voormalige vrienden uit het dorp.
Sommige van die oude maten zijn uitgewaaierd over het land. Nu zijn ze voor even terug en spelen ze op deze zaterdag de wandelversie van voetbal. Het geëgaliseerde veldje aan de Raadhuislaan is net geopend in Vreeland, een onderdeel van de gemeente Stichtse Vecht. Vreeland, een kern met 1.800 inwoners, profileert zich als het ‘gelukkigste dorp van Utrecht’. Allemaal gelukszoekers dus.
Wat zich hier voltrekt, is voetbal op zijn allerkleinst, daar waar het is begonnen en waar het voor velen zal eindigen. Groter kan het contrast niet zijn met de Champions League, die dinsdag begint, met later deze week onder meer Barcelona - Feyenoord (woensdag) en PSV - Sjachtar Donetsk (donderdag). De Europese topcompetitie is overgegaan van een miljoenen- naar een miljardenbal, met een oneindige stortvloed aan wedstrijden, met belangen en financiële ongelijkheid die pakweg dertig van de 38 deelnemers al bij voorbaat kansloos maakt.
Vreeland had vroeger met VV Sperwer zijn eigen voetbalclub, maar die is na fusies opgegaan in andere clubs. Het veld lag jarenlang braak, zonder werkelijke bestemming. Eens stond hier een beroemd kasteel en wie weet wat onder de zoden allemaal te vinden is. Graven en bouwen waren verboden. Het veldje was onderkomen, met veel rommel en uitwerpselen van honden, maar is nu dus in oude glorie hersteld, vooral dankzij Herman Poos. Hij is als oud-journalist sinds vijf jaar inwoner van Vreeland, en geldt als een man met tomeloze energie. Hij heeft de gunfactor in het dorp.
En dat dorp verzamelt zich langs het veld bij de opening, met zelf meegebrachte stoelen onder de arm. Oud-leden van VV Sperwer dragen de toenmalige clubkleuren geel-zwart. Poos is 66 jaar. Of hij met pensioen is? Ja, dat is een term. ‘Ik werk niet meer betaald.’ Hij doet van alles. Als zijn activiteiten maar mensen gelukkig maken, als ze maar samenkomen.
Poos is geïnspireerd door het delen van geluk, door sociale cohesie. Hij is geïntrigeerd door de zogenaamde blue zones in de wereld, op Sardinië bijvoorbeeld, op plekken in Japan, in Californië of in Griekenland, waar mensen gemiddeld boven de 90 jaar oud worden. Tegen de 100 soms. Als oorzaken gelden: sociale samenhang, blijven bewegen, gezond eten, een constant maar beperkt gebruik van alcohol, pakweg een glas rode wijn per dag. Maar vooral dus: samen iets doen. ‘Voor en met elkaar leven’, zoals Poos dat noemt.
Poos houdt intussen zelfs lezingen over het ‘gelukkigste dorp van Utrecht’. Hij vroeg de gemeente Stichtse Vecht of hij van het veldje weer een sportveld mocht maken, en dat is nu dus gebeurd. Op de openingsdag is eerst een demonstratie frisbee te zien, een eerlijke sport zonder scheidsrechter, plus voetballende vrouwen en oudere mannen met hun walkingfootball. Ja, er waren ook wedstrijden gepland met kinderen, maar die spelen op deze ochtend wedstrijden met hun eigen clubs. Later willen ze hier ook cricket spelen.
De gemeente is blij met de actie. Of, zoals wethouder Karin van Vliet stelt in haar openingstoespraak: ‘Wij kunnen wel van alles bedenken in het stadhuis, maar we hebben liever dat de initiatieven uit het dorp zelf komen.’ Poos muntte derhalve de term ‘gelukkigste dorp van Utrecht’, al valt daarover natuurlijk te twisten. Het gelukkigst van Utrecht, of meteen van heel Nederland? Waar ligt de grens van geluk? Dat bepaalt iedereen zelf. ‘Elk dorp mag gelukkiger zijn of worden dan wij hier in Vreeland. In dat geval is mijn doel sowieso bereikt.’
Hans Bots, 84 jaar, met het uiterlijk van een 74-jarige, luistert aandachtig naar Poos: ‘Ik was al gelukkig toen Herman hier kwam wonen, maar nu ben ik zelfs extreem gelukkig. Herman heeft onder meer meegeholpen om de jeu-de-boulesbaan terug in het dorp te krijgen.’
Voormalig volleybalinternational Martin Teffer, die met de Lange Mannen in 1992 zilver behaalde op de Olympische Spelen van Barcelona, fietste met zijn echtgenote Marrit Leenstra, eveneens oud-topvolleybalster, door de Utrechtse dreven. Ze reden pardoes door Vreeland. Ze hielden halt op het bruggetje over de Vecht, waanden zich in het land van Anton Pieck en raakten op slag verliefd. Deze keer op een dorpskern. Als ze ooit de kans kregen hier te wonen? En warempel, dat is gelukt. Meubelmaker Teffer, die het aanrecht in zijn keuken op de hoogte van volleyballers heeft gemaakt: ‘Hier hebben we een voortdurend buitengevoel. Het is ongelooflijk dat dit nog bestaat.’
Het is bijna utopisch, zo blij als de mensen hier op deze zaterdag zijn. Alsof ze stiekem hebben afgesproken slechts geluk uit te stralen, alsof ze een aflevering opnemen van Toen was geluk nog heel gewoon. Terwijl velen van buiten nog nooit hadden gehoord van Vreeland, deze oase van geluk. Ja, waar ligt het eigenlijk? Tijdens de ceremonie van de opening klinkt het speciale lied van componist Helge Slikker uit de boxen, met het refrein:
Niemand in Nederland weet waar het ligt
Blijkbaar verscholen en net uit het zicht
Ik zal het u zeggen, dan weet u ervan
’t Is waar Utrecht de hand schudt van Amsterdam.
Poos is de aanjager van meer initiatieven, want aan geluk moet je dagelijks werken. De laatste winkel in het dorp dreigt te sluiten. Nu overleggen de burgers of ze samen een coöperatie kunnen beginnen. De voormalige sterrenkok Paul Fagel, inmiddels 84 jaar en inwoner van Vreeland: ‘Iedereen helpt elkaar hier.’
Als hij dan toch nog iets mag zeggen: hij mist een echte kroeg. Ja, er is een eetcafé, maar dat is toch anders. Zoals in veel dorpen, is het café uit het straatbeeld verdwenen. ‘Waar moeten we nu onze sterke verhalen vertellen?’ En het valt hem ook op dat hier Vreelanders zijn verzameld in sportkleding achter wie hij nooit een sportief leven had gezocht. ‘Maar als niemand iets begint, gebeurt er ook niets.’
En Arie van Wijhe, een schrijver van zeventien boeken, wijst op de twee werelden die min of meer langs elkaar leven. Zelfs hier, in Vreeland. Ultrarijken kopen de monumentale huizen langs de Vecht en zijn druk bezig hoe ze van pakweg 100 miljoen 200 miljoen kunnen maken. Ze hebben geen tijd voor al die vormen van samenzijn. Of geen zin.
Maar op deze ochtend, waarop de zon logischerwijs op het nippertje wint van de buien, zijn vooral de gelukszoekers afgekomen, zij die het geluk eigenlijk al hadden omarmd. De vrienden van Poos, ook van buiten het dorp, zijn van heinde en ver gekomen om te aanschouwen wat zich hier afspeelt.
Jan van Deinsen, een voormalige prof van Feyenoord en NEC, vertelt de ene na de andere anekdote. Poos komt oorspronkelijk uit Hillegom. Hij bezocht eens een wedstrijd van Telstar, begin jaren zeventig, en raakte gefascineerd door tegenstander NEC, vooral vanwege spits Cas Janssens, die nog een keer topschutter van de eredivisie is geweest. Van Deinsen weet wel hoe Janssens tot deze hoogte kon reiken: ‘Ik gaf hem tien voorzetten waar hij alleen tegenaan hoefde te lopen.’ Janssens kon van geluk spreken dat hij Van Deinsen tegenkwam. Samen waren ze goed.
Van Deinsen is een van de coaches tijdens het walkingfootball. De anderen zijn oud-Ajacied Dick Schoenaker, voormalig inwoner van Vreeland met louter dierbare herinneringen, en voormalig prof Kees Bregman uit Amsterdam. Hij is 79 jaar en nog steeds actief als kapper. ‘Ik heb de zaak vandaag moeten sluiten’, zegt Bregman. ‘Maar dat doe ik voor Herman, want Herman heeft de gunfactor. Hij begint iets, vraagt aanvankelijk niets aan niemand en dan pats, boem, zit je er middenin.’
Een paar keer op deze ochtend vraagt iemand uit Vreeland een applaus voor zichzelf. Wethouder Van Vliet: ‘Wat is een dorp zonder blije inwoners?’ Dirk Leeflang, de vroegere linksbuiten van VV Sperwer, geniet intens. Het scheelt weinig of hij laat een traan. Nog steeds dribbelt hij graag, maar dan in wandeltempo. ‘In het begin van de tweede helft kreeg ik last van mijn spieren’, beschouwt hij de wedstrijd na. ‘Ik kon niet meer goed aanzetten.’ Zijn gouden muiltjes schitteren in de ochtendzon.
Source: Volkskrant