Ronnie Wood loopt al 60 jaar mee: als gitarist naast Rod Stewart, en tussen Mick Jagger en Keith Richards bij The Rolling Stones. De eeuwige tweede man is inmiddels 79 en stond maandagavond in Paradiso dik twee uur zélf vooraan.
Het idee is natuurlijk geweldig: Ronnie Wood eens niet in een stadion, maar op een paar meter afstand in een intieme popzaal. Alleen had zijn prijskaartje ook best wat intiemer gemogen. Een ticket kost € 206,50, exclusief een verplicht lidmaatschap: het duurste concertkaartje uit de geschiedenis van Paradiso in Amsterdam. Al helemaal fors als je bedenkt dat Wood, hoe fantastisch hij ook bas en gitaar speelt, nooit een hele sterke zanger is geweest.
Dat weet Wood zelf gelukkig ook. Zijn eigen solowerk laat hij grotendeels met rust; liever kiest hij voor het bekende werk uit zijn muzikale stamboom en meezingers die de uitverkochte zaal allang kent van Rod Stewarts band Faces, Bob Dylan, The Stones, Chuck Berry, The Shangri-Las, Aretha Franklin en Willie Dixon. Nog slimmer: hij laat zangeressen Imelda May en Chanel Haynes de meeste en zwaarste zangpartijen voor hun rekening nemen; onder andere tijdens Flying (‘Dit was het eerste nummer dat ik voor Faces schreef!’) lijkt Wood soms bijna de gastgitarist in hún soulshow.
Seven Days van Bob Dylan zingt hij dan weer even zelf en daar werkt die schorre, versleten stem juist perfect: hij schuurt verrassend dicht tegen Dylan aan. Ook bij Ooh La La staat hij grotendeels alleen achter de microfoon. Een geweldig (het beste?) Faces-nummer, maar vanavond ook een goed argument voor Woods besluit om het zware zangwerk grotendeels aan anderen over te laten.
Zijn echte wapen blijft toch de gitaar. Hij strooit de hele avond met korte solo’s en speelt met een bijna achteloze nonchalance. Mystifies Me, een van de weinige eigen songs, begint nogal rommelig, maar eindigt fantastisch. Dat gebeurt trouwens wel vaker. Wood heeft zich slim omringd met topmuzikanten, onder wie bassist Willie Weeks en drummer Andy Newmark, die al op zijn solodebuut uit 1974 meespeelden. Dreigt een nummer even uit elkaar te vallen, dan trekken zij het weer recht.
Het hoogtepunt bewaart Wood tot vlak voor de toegift met Can’t You Hear Me Knocking. Eerst een mondharmonicasolo, dan een energieke gitaarsolo en uiteindelijk zelfs een knokig vreugdedansje. ‘Morgenavond kan ik dit allemaal nog eens doen, als je wilt’, grijnst Wood.
De toegift begint weer wat rommelig, met een improvisatie van Wood en Newmark die net niet lekker van de grond komt. Maar zodra de rest instapt, valt alles op zijn plek en ontploft de zaal met Stay With Me. Dat is de avond in het klein: soms gammel, voortdurend energiek en uiteindelijk onweerstaanbaar. Wood bewijst dat ook midden in de schijnwerpers hij nog altijd de ideale bandmuzikant is.
Rock
★★★★☆
7/9 Paradiso, Amsterdam; ook 8/9 in Paradiso.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant