Home

‘Lowlands, wat was je weer heerlijk’ – pas maar op, want straks gaat zo’n festival nog terugpraten ook

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Op de autoweg reed ik achter een bestelbus. Hij ging niet hard, reed net iets onder de maximaal toegestane snelheid. Op zijn kont was een sticker geplakt. ‘Sorry, ik ben begrensd’, stond er. Best een eigenaardige handreiking naar bumperklevers en andere rijdende proleten. Iemand heeft problemen met geduld en jij moet dan je excuses maken omdat je gewoon niet harder kunt.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

‘Sorry, ik ben begrensd’, klinkt ook een beetje alsof de bestelbus wel harder zou willen, maar iemand tegen zijn zin in anders heeft besloten. Het heeft iets weg van ‘Sorry, ik ben gecastreerd’, al zal dat wel weer aan mij liggen. Nog veel problematischer: bestelbusjes kunnen niet praten en ze kunnen ook niet schrijven. Dat is de aard van bestelbusjes. Die kunnen zich niet uiten omdat ze a. geen communicatieve vaardigheden hebben en b. bestelbusjes zijn en daarmee per definitie geen bewustzijn hebben.

Dat bestelbusjes dit nu toch doen, hebben we aan onszelf te wijten. En ik schrijf ‘we’, maar ik bedoel eigenlijk ‘jullie’. Dit krijg je er nu van als je jarenlang steden en festivals en landen en bergketens aanspreekt alsof het personen zijn. ‘Lowlands, wat was je weer heerlijk.’ ‘Into The Great Wide Open, wat ben je toch lief’, ‘Parijs, ik ben in je’ (bah), ‘Karpaten, ik beklim je’. Deze doorgeslagen vorm van antropomorfisme (het toekennen van menselijke eigenschappen aan niet-menselijke entiteiten) heeft er nu dus voor gezorgd dat de niet-menselijke entiteiten zelf ook van zich gaan laten horen.

Nu is dat nog allemaal lief en onschuldig met een beleefd bestelbusje. ‘Sorry!’, piept hij. Maar straks, als het bestelbusje zelfrijdend is en je plots afsnijdt op de weg en zijn raam opengaat en er een gigantische, opblaasbare middelvinger naar buiten floept met daarop de tekst: ‘deze voor je’ – kijken of het dan nog allemaal zo leuk is. En het blijft natuurlijk ook niet bij bestelbusjes. Was het maar zo’n feest.

Want wat gebeurt er als je festivals te lang en te massaal blijft aanspreken als personen? Dan gaan de dingen die op die festivals aanwezig zijn ook terugpraten. Eerder deze week fietste ik langs een bouwplaats. Aan de rand, tussen de bergen zand en afzetborden, stond een mobiel toilet. Het was zo’n groene Dixi die op festivals in rijen dik naast elkaar staan op platgetrapt, verdord gras. Op de deur, vlak onder dat schuifje waarop je kunt zien of het toilet bezet is, stond een tekst: ‘Ik besta gedeeltelijk uit oude visnetten.’ En het ergste is nog dat ik precies begreep hoe dit mobiele toilet zich voelde. Ik ook, Dixi, ik ook.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next