Vanuit de bezette gebieden van Oekraïne worden op grote schaal kinderen naar Rusland gedeporteerd. Het verschijnsel is niet nieuw: in 1954 werd de 2-jarige Jürgen Krüger naar de DDR ontvoerd. Als Jürgen Ciezki, onbekend met zijn eigen achtergrond, haalde hij voor dat land later meerdere WK-medailles als gewichtheffer.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Vanuit de bezette gebieden van Oekraïne worden op grote schaal kinderen naar Rusland gedeporteerd. Het verschijnsel is niet nieuw: in 1954 werd de 2-jarige Jürgen Krüger naar de DDR ontvoerd. Als Jürgen Ciezki, onbekend met zijn eigen achtergrond, haalde hij voor dat land later meerdere WK-medailles als gewichtheffer.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Begin 1955 schreef Susanne Krüger een wanhopige brief aan de vrouw die haar zoon Jürgen uit West-Berlijn naar de DDR had ontvoerd. ‘Vertel hem dat zijn moeder in gedachten altijd bij hem is en hem altijd in haar gebeden betrekt, zodat hij gezond blijft en ik hem heel snel weer bij me kan hebben.’
De kleine Jürgen zou de brief nooit te zien krijgen. Hij werd in een pleeghuis opgenomen en later geadopteerd door Kurt Ciezki, medewerker van het Openbaar Ministerie in Oost-Duitsland. Twee decennia later behoorde Jürgen Ciezki in trots DDR-tenue tot de wereldtop in het gewichtheffen, met zilver op het WK in 1974 en 1978 en een vierde plaats op de Olympische Spelen van Montréal. Dat hij als peuter was ontvoerd, hoorde hij pas in 2011, toen onderzoekers Angela Schmole en Jochen Staadt in de DDR-archieven op zijn verhaal stuitten en contact met Ciezki opnamen.
Het kinderbrein is kneedbaar en indoctrinatie van de jeugd is een veelgebruikt gereedschap in autoritaire landen. Rusland past het toe in de bezette Oekraïense gebieden. Ongeveer 1,6 miljoen kinderen zijn onderworpen aan een ‘alomvattend systeem van Russische staatsindoctrinatie en militarisering’, schreef de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) deze zomer. Daarbovenop komen nog de meer dan 20 duizend kinderen die volgens de Oekraïense overheid vanuit de door Rusland bezette regio’s zijn gedeporteerd. Een misdaad tegen de menselijkheid, oordeelde een VN-commissie in maart.
In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.
In de DDR werden kinderen regelmatig van hun ouders gescheiden als die niet voldeden aan socialistische opvoedingsidealen. Ontvoeringen vanuit het Westen waren minder talrijk. In totaal gebeurde dat bij zo'n vierhonderd mensen. Kinderen vormden daar een fractie van. Meestal ging het om anticommunisten, medewerkers van West-Duitse veiligheidsdiensten of gevluchte voormalige DDR-ambtenaren.
Dat laatste gold ook voor Bruno Krüger en diens vrouw Susanne. Beiden werkten voor het Ministerie van Staatsveiligheid. Bruno vluchtte in 1953 vanuit Schwerin naar West-Berlijn. Niet lang daarna volgde Susanne, die haar jonge zoon niet vaderloos wilde laten opgroeien.
In West-Berlijn leefden ze gescheiden: Susanne met zoon Jürgen, Bruno met zijn nieuwe vriendin Anneliese Schultz, die ook vanuit Schwerin was gevlucht. Schultz kreeg spijt en zocht een manier om terug te gaan. Medewerking aan Stasi-operatie ‘Aktion K’ was haar kans om zonder strafvervolging in de DDR terug te keren. Zij was het die Jürgen op 8 oktober ophaalde bij de buurvrouw en hem naar Oost-Duitsland liet verdwijnen.
Bruno werd diezelfde avond naar het Oosten ontvoerd, ‘opgerold in een tapijt’. Susanne bleef alleen achter en probeerde tevergeefs in contact te komen met haar zoon. Een West-Duits aanbod om naar een veiliger plaats, dieper in de Bondsrepubliek, te verkassen sloeg ze af. Ze wilde Berlijn niet verlaten zonder haar zoon.
Niet veel later liet ze zich inpalmen door een oud-collega die zich voordeed als een lotgenoot en werd ze, mogelijk onder invloed van verdovende middelen, naar Oost-Berlijn gebracht. Daar werd ze net als haar man op 14 september 1955 geëxecuteerd vanwege verraad. ‘Mijn lieve kind’, schreef ze in de afscheidsbrief die haar zoon in 2011 zou lezen, ‘wordt desondanks geen vijand van de arbeidersklasse, maar een strijder voor de vooruitgang der mensheid, want je bent een arbeiderskind. In gedachten ben ik bij je tot mijn laatste uur.’
In Oost-Berlijn groeide Jürgen Ciezki uit tot een talentvol gewichtheffer, die geen idee had van het lot van zijn ouders. Hij had een mooi leven gehad in de DDR, vertelde hij aan onderzoekers Schmole en Staadt. Door zijn topsportsucces had hij een auto, een driekamerappartement en kon hij heel de wereld over reizen.
Zijn sportleven kwam met een prijs. Ciezki was een radertje in het beruchte staatsdopingprogramma en hij vermoedde dat de kanker die hij later kreeg met het middelengebruik samenhing. Na zijn pensioen als sportdocent, het beroep dat hij na de val van de Muur uitoefende, wilde hij uitgebreider zijn verhaal doen, maar hij overleed in 2021 op 69-jarige leeftijd voordat hij daaraan toe was gekomen.
In de Frankfurter Allgemeine Zeitung concludeerden Schmole en Staadt dat de dictatuur van de DDR hem tot ‘wees, wereldkampioen en dopingslachtoffer’ maakte.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant