Seksuele intimidatie in het openbaar is sinds 1 juli 2024 verboden, maar lukt het om zo’n ‘sisverbod’ te handhaven? Er zijn verschillende knelpunten, staat in een nieuw evaluatierapport. ‘Boa’s vinden het lastig bewijs te verzamelen op straat.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
Zes reprimandes voor minderjarigen en 21 processen-verbaal voor volwassenen. Ja, erkent beleidsonderzoeker Jasmijn Groen (25), ‘als je kijkt naar de inzet en de uiteindelijke uitkomsten, kun je niet zeggen dat het veel is.’
Sinds 1 juli 2024 is seksuele intimidatie in het openbaar verboden. Maar hoe handhaaf je dit verbod op nafluiten, sissen en intimiderende taal? Om die vraag te beantwoorden, evalueerden onderzoekers van de Open Universiteit en Regioplan de inzet van boa’s en de politie. Dinsdag werd het rapport gepresenteerd, dat is gemaakt in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
Een van de opvallendste uitkomsten gaat over de inzet van bijzondere opsporingsambtenaren (boa’s) in burger. Tijdens zo’n honderd speciale actiedagen in zeven pilotgemeenten mengden de ‘undercoverboa’s’ zich zo onopvallend mogelijk tussen het winkelend of uitgaanspubliek. Hun doel: daders van seksuele intimidatie op heterdaad betrappen.
Maar in de praktijk bleek dit lastig. ‘Daar hebben we ook wel mee geworsteld’, zegt Groen, die verbonden is aan Regioplan. ‘21 processen-verbaal zijn niet veel.’
Heeft het zin om boa’s dit werk te laten doen?
‘Deze vraag hebben we aan alle betrokkenen voorgelegd. De reactie van boa’s en de politie is vaak dat ze het wél waardevol vinden. Ze zijn op straat om uit te dragen dat bepaald gedrag niet door de beugel kan, om potentiële daders af te schrikken. Je moet je dus afvragen: hoe meet je de impact? Kijk je alleen naar de processen-verbaal en de strafzaken die eruit voortkomen, of kan het resultaat ook in andere dingen zitten?’
Seksuele intimidatie op straat is velen al lang een doorn in het oog. Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 2022 bleek dat vooral veel vrouwen zich onveilig voelen, omdat ze worden nagefloten, -gesist of -geroepen.
‘Maar het is al veel langer een thema’, zegt Groen. ‘Kijk je terug, dan zie je dat de aanpak van straatintimidatie rond 2010 begon te borrelen bij lokale politici, met name in Amsterdam en Rotterdam.’
Om straatintimidatie tegen te gaan introduceerde Rotterdam bijvoorbeeld in 2018 een zogenoemd ‘sisverbod’, waarbij sissen, uitschelden of naroepen kon resulteren in een boete van maximaal 4.100 euro. Dit verbod was van korte duur. In 2019 floot de rechter de gemeente terug. ‘Zo’n lokaal verbod was in strijd met de vrijheid van meningsuiting. Wil je echt wat aan straatintimidatie doen, oordeelde de rechter, dan moet er landelijke wetgeving komen.’
Die kwam in juli 2024. Al waren er wel meteen haken en ogen aan. Want wanneer is dit gedrag strafbaar?
‘De definitie in het wetsartikel is vrij lang en in de praktijk soms lastig toe te passen. We hebben een juridische analyse gedaan. Rechters en medewerkers van het Openbaar Ministerie zeggen inmiddels: joh, het is toch duidelijk. Maar voor de uitvoerders, de boa’s op straat, blijft het soms ingewikkeld.
‘Kijk je nu naar de jurisprudentie, dan zie je dat één enkele seksueel intimiderende opmerking niet voldoende is. De uitspraken moeten een indringend of intimiderend karakter hebben, en samengaan met bijvoorbeeld een gebaar. Denk aan een verdachte die zichzelf streelt of iemand aanraakt.
‘En zelfs dan is het niet altijd eenduidig. We zagen in zaken waarbij iemand tijdens een ruzie een seksueel getinte opmerking schreeuwde en een gebaar maakte, dat de ene rechter zei: dit is seksueel intimiderend. Een andere rechter oordeelde dat het een belediging was in de context van een ruzie.’
Wat voor straffen zijn er tot nu toe uitgedeeld?
‘De rechter legde in vrijwel alle zaken die werden voorgelegd een straf op. Vooral boetes, gemiddeld 294 euro.’
De wet beperkt zich niet alleen tot intimidatie op straat, ook online is het strafbaar. Hoe gaat het met de handhaving daarvan?
‘Dat is een taak van de politie, niet van de boa’s. De politie is reactief; agenten handelen op basis van meldingen en aangiftes.
‘Voor zover wij weten, is er nog geen enkele onlinezaak door een rechter behandeld. Er zijn overigens ook relatief weinig meldingen binnengekomen bij de politie. Mogelijk weten mensen nog onvoldoende dat ook dit gedrag strafbaar is, terwijl de gevolgen van online seksuele intimidatie ingrijpend kunnen zijn. Je moet daar dus meer focus op leggen.’
Welke andere lessen kunnen er worden getrokken?
‘Tijdens ons onderzoek kwamen verschillende knelpunten naar voren. Een daarvan is dat boa’s zeggen dat het lastig is om bewijs te verzamelen op straat. Als boa in burger moet je iemand op heterdaad betrappen, maar dan moet je wel alles goed kunnen horen. Het blijkt lastig om onopvallend dichtbij te komen. Dat is een groot probleem dat zich niet makkelijk laat oplossen.
‘Daarnaast willen boa’s gerichter kunnen handhaven. In één gemeente mochten ze aanvankelijk alleen tijdens koopavond straatintimidatie-acties houden. Daarover zeiden de boa’s: we lopen er een beetje nutteloos bij, want er zijn vooral families en oudere mensen op straat. Ze wilden liever tijdens een uitgaansavond, op Koningsdag of tijdens de kermis zo’n actie houden.
‘Nu is overigens maar een kleine groep boa’s opgeleid om hierop te handhaven. Voordat je dit werk kunt doen, moet je eerst een vijfdaagse training volgen. Dit clubje handhaaft ook alleen tijdens speciale actiemomenten op straatintimidatie.
‘Hoe fijn zou het zijn als alle boa’s hiervoor worden opgeleid en hier ook tijdens hun dagelijkse werk scherp op kunnen zijn? Maar goed, dat kan alleen als er voldoende geld en capaciteit beschikbaar is bij gemeenten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant