Steeds meer Nederlandse universiteiten hanteren een politieke agenda. De bestudering van de wetenschap hoort juist vrij van belangen te zijn.
De opening van het academisch jaar vorige week maandag stond grotendeels in het teken van politieke en sociale actie. De keynote-speeches kwamen vaak niet van wetenschappers, maar van politici en industriëlen. Aan de Technische Universiteit Delft beschreef Wopke Hoekstra, Eurocommissaris voor Klimaat, Nettonul en Schone Groei, het als de ‘missie’ van de TU Delft ‘een betekenisvolle bijdrage te leveren aan een duurzame maatschappij’.
Mirjam Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, maande studenten aan de Universiteit Utrecht ‘de kennis en competenties aan te leren om nieuwe oplossingen te creëren voor de wereld om hen heen’. De boodschap was steeds dezelfde: de universiteit mag zich niet terugtrekken in zichzelf, maar moet bijdragen aan het verbeteren van de wereld.
Over de auteurs
Bas van Bommel is universitair docent literatuurgeschiedenis (Universiteit Utrecht). Jouke Dykstra is universitair hoofddocent technologie van de leefomgeving (Wageningen Universiteit). Sascha Kersten is hoogleraar duurzame procestechnologie (Universiteit Twente).
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Waar die betere wereld concreet in bestaat, lijkt aan de universiteiten nog amper onderwerp van debat. Zo werken bijna alle universiteiten al jaren actief mee aan het behalen van de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties, die overwegend op sociaaldemocratische en liberale waarden zijn geschoeid: sociale inclusie, gendergelijkheid, mensenrechten, ecologische duurzaamheid, enzovoorts.
De Radboud Universiteit in Nijmegen brengt voor studenten per faculteit precies in beeld welke vakken ‘duurzaam’ zijn en aan welke SDG’s ze bijdragen. De koepelorganisatie van alle universiteiten in Nederland monitort nauwgezet welke publicaties van Nederlandse onderzoekers de SDG’s bevorderen. Climate Centers, Dekolonisatie Labs, Diversity Taskforces en Green Offices zijn aan steeds meer universiteiten te vinden. Kortom: de verstrengeling van academie en politiek is in ons land een onmiskenbaar feit.
Critici van deze politisering hebben de schijn al gauw tegen: willen zij wetenschap dan vanuit een ivoren toren bedrijven, ongevoelig voor de schrijnende noden van onze tijd?
Toch is het volgen van een politieke agenda om twee redenen in strijd met wat een universiteit in wezen is en behoort te zijn. Een van de belangrijkste en oudste academische principes is de belangeloze bestudering van de werkelijkheid. Niet voor niets ontleent onze academie haar naam aan de gelijknamige school die Plato oprichtte in de vierde eeuw voor Christus. Plato’s school bood een polemisch alternatief voor het onderwijs van de geduchte sofisten, die hun onderwijs plachten af te stemmen op de sociale en politieke belangen van hun klandizie.
Op Plato’s school konden studenten daarentegen enkele jaren, vrij van welk sociaal of politiek belang dan ook, studie van het leven en van de werkelijkheid maken. De onderliggende gedachtegang was paradoxaal: alleen door je eerst een tijdlang terug te trekken uit de maatschappij kon je de geestelijke diepgang en onafhankelijkheid verwerven waarmee je de maatschappij later des te beter zou kunnen dienen. Een klassiek grondbeginsel van academisch onderwijs is dan ook: wil je een betere wereld, verbeter dan eerst jezelf.
Ook om een tweede reden is de politisering van de academie ongepast: zij is strijdig met de vrijheid van onderwijs en van onderzoek. We mogen nooit vergeten dat vooruitgang in de wetenschap vrijwel altijd het gevolg was van het kritisch in dialoog brengen van concurrerende theorieën of visies. Minderheidsstandpunten hebben het soms van meerderheidsstandpunten gewonnen.
En dus mag de universiteit als instituut nooit voorsorteren op wat waar is en wat goed is. Deze zoektocht hoort zeker thuis aan de universiteit, maar zij is aan wetenschappers en studenten zelf, niet aan het instituut als zodanig. Neemt de universiteit een collectieve positie in, of roept zij zelfs op tot actie, dan perkt zij per definitie de vrijheid van onderzoek en onderwijs in.
We concluderen dan ook dat de Nederlandse universiteiten door de vergaande politisering in hun kerntaak worden bedreigd. Dat is nu niet anders dan in de tijd van de sofisten, of in de jaren zestig, toen de hippies de universiteiten wilden overnemen. Steeds dreigt de universiteit in tijden van grote maatschappelijke onrust het zicht op haar eigen, unieke identiteit te verliezen.
En juist in deze periodes dient de universiteit zich weer op haar academische kerntaken te bezinnen: het doen van belangeloos onderzoek en het opleiden van werkelijk kritische burgers, die zich niet door politieke trends laten leiden, maar die autonoom navigeren te midden van een veelheid aan standpunten. Zo krijg je pas echt een betere wereld.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant