Viggo van Uden zag zijn grote passie door ziekte wegvallen, maar vond zijn weg naar het geloof. ‘In het begin snapte ik weinig van de Bijbel, maar ik merkte wel dat het lezen, bidden en mediteren me iets bracht: een soort innerlijke ruimte.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over cultuur, maatschappij en Suriname.
Viggo van Uden zag zijn grote passie door ziekte wegvallen, maar vond zijn weg naar het geloof. ‘In het begin snapte ik weinig van de Bijbel, maar ik merkte wel dat het lezen, bidden en mediteren me iets bracht: een soort innerlijke ruimte.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over cultuur, maatschappij en Suriname.
Waar ben jij opgegroeid?
‘In Breugel, bij Eindhoven. Met mijn vader, moeder en broer. Mijn broer is iets ouder, die woont in Eindhoven. Ik woon momenteel bij mijn ouders op zolder.’
Wat hebben je ouders je meegegeven?
‘Ze vonden het belangrijk dat we zelf konden uitvinden waar onze passie ligt en dat serieus te nemen. Ze gaven ons veel vrijheid en ruimte. Met als belangrijkste waarde: je inzetten ten goede van anderen.’
25 in 26
In de serie 25 in 26 vragen we jongeren die dit jaar 25 (zijn ge)worden hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in26@volkskrant.nl
Op wat voor school heb je gezeten?
‘Vanaf groep 6 op de vrije school. Ik weet nog dat we daar gingen kijken, omdat vrienden van mijn ouders er erg positief over waren. Mijn ouders vonden het een beetje houtje-touwtje, maar ik vond de sfeer meteen prettig.
‘Ik heb ook de middelbare vrije school gedaan. Het gaat op de vrije school niet alleen om het leren van vaardigheden, maar ook om het ontdekken wie je bent. Je doet allemaal dingen die je op andere scholen niet doet, en die je ook niet altijd wil doen als je 15 bent, zoals jongleren of bamboefluit spelen. Je wordt uitgedaagd om het dan toch te doen, om uit je comfortzone te komen, met bijvoorbeeld drama en optredens, dat heeft me veel gebracht.’
Wat voor kind was je?
‘Verlegen en gevoelig, maar ook onrustig, en ik kon heel boos worden. Achteraf zie ik dat het een soort onvermogen was om met emoties om te gaan, bijvoorbeeld met verdriet. Als kind had ik dat natuurlijk niet door.
‘Ik was heel actief: buiten spelen, met vrienden spelen en heel veel sporten, vijf dagen per week. Basketballen, voetballen, allerlei vechtsporten. Dat hield eigenlijk vrij abrupt op, rond m’n 15de.’
Wat gebeurde er toen?
‘Ik kreeg de ziekte van Crohn, een chronische darmziekte. Het was een tijd met veel ziekenhuisbezoeken en opnames. Ik had nul energie, en ben een hele tijd niet naar school geweest. Mijn grote passie, het sporten, viel weg. Dat was moeilijk. Ik heb me erg eenzaam gevoeld en dat heeft een soort zoektocht op gang gebracht en me geleid naar een geloofsweg.’
Geloofsweg?
‘Omdat ik veel thuis was en fysiek weinig kon, ging ik lezen. Daar was ik eerder te onrustig voor. Een van de boeken die ik las was geschreven door een man die rondtrok door Europa op zoek naar verlichting. In België kwam hij in een klooster waar hij het christendom ontdekte. Een totaal onbekend, zelf uitgegeven boek, maar mij sprak het aan. Ik ben meer van zulke boeken gaan lezen en uiteindelijk de Bijbel.
‘In het begin snapte ik weinig van de Bijbel, maar ik merkte wel dat het lezen, bidden en mediteren me iets bracht: een soort innerlijke ruimte, waar je als het ware in kunt afdalen.’
Ben je gelovig opgevoed?
‘Nee. Ik denk dat mijn ouders het aanvankelijk ook niet helemaal begrepen, maar ze lieten me vrij. Als puber ben je natuurlijk op zoek naar wie je bent. Heel lang was sporten mijn identiteit, dat was ik kwijt. Toen het met mijn gezondheid iets beter ging, ben ik voor het eerst naar de kerk gegaan.’
De meeste pubers zoeken zichzelf niet in de kerk.
Lachend: ‘Ik snap dat het uitzonderlijk is. Soms vragen mensen me: op welk moment werd je dan gelovig? Zo ging het niet, het was een geleidelijk proces. Geloof draait voor mij niet om een set regels. Het is een soort zoektocht, een grondhouding van vertrouwen van waaruit ik leef.
‘Ik vind het moeilijk te omschrijven hoe het precies werkt, maar ik voelde dat ik mijn leven niet alleen hoef te dragen, dat er in mij een dragende kracht is, en dat gaf troost, rust en vrijheid. Ik voelde me ook meer verbonden met anderen. Toen ben ik theologie gaan studeren in Ede.’
Hoe vond je de studie?
‘Inhoudelijk interessant, maar ik wist niet wat ik ermee wilde, terwijl dat juist centraal stond in de opleiding op het hbo. Toen heb ik een tussenjaar genomen in een klooster in België. Dat beviel goed. Het kloosterleven is een soort vertraging, het heeft een duidelijk ritme met vaste dagelijkse rituelen: vroeg opstaan, stilte, meditatie, bidden, zingen en lezen. Alleen, maar ook gezamenlijk. Het is een eenvoudig leven, je werkt ook op het land of in het bos: oogsten, zaaien, houthakken. En met twee andere jongeren zorgden we ervoor dat het gastenhuis liep.
‘Ik merkte hoe belangrijk stilte voor me is. Niet altijd maar geluid, oortjes in, afleiding. Tegelijkertijd hield ik van de ontmoetingen. Er kwamen veel bezoekers in het klooster. Ik ontdekte dat ik goed ben in aandachtig luisteren naar anderen. Zo kwam ik bij de opleiding tot geestelijk verzorger in Nijmegen terecht. Eerst heb ik de universitaire studie theologie gedaan in Utrecht, en toen een master tot geestelijk verzorger. Nu werk ik als geestelijk verzorger in de ouderenzorg in Eindhoven.’
Wat doet een geestelijk verzorger?
‘Je begeleidt mensen op het gebied van zingeving, levensbeschouwing en spiritualiteit. Ongeacht hun religieuze stroming, een collega van mij is bijvoorbeeld boeddhist. De mensen met wie ik werk hebben veel levensvragen, ze hebben moeite met het achteruitgaan van lichaam en geest, het verlies van autonomie.
‘Als iemand van 85 zegt: het hoeft van mij niet meer, dan is dat fijn om te kunnen bespreken zonder dat er meteen een arts of psycholoog wordt ingeschakeld. Het is een troost om het te kunnen zeggen. Mensen kunnen ook depressief en suïcidaal zijn, best veel ouderen met wie ik werk hebben een actieve doodswens, wat niet hetzelfde is als een direct gevaar dat ze uit het raam zullen springen.’
Viggo van Uden werd 25 op 10 maart
Woonplaats: Son en Breugel
‘Een 9. Ik ben al vrij jong verantwoordelijk en volwassen geworden, denk ik.’
Voel je je onderdeel van een generatie? ‘Wel vanwege het belang dat gen Z hecht aan mentale gezondheid en zingeving. Niet als het gaat om sociale media. Mijn schermtijd is amper 20 minuten per dag.’
Waar ben je over zeven jaar? ‘Dan woon ik in een open kloostergemeenschap, werk als geestelijk verzorger en schrijf af en toe wetenschappelijke artikelen.’
‘Hun kwaliteit van leven is enorm afgenomen. Ze liggen in bed, worden verzorgd en dat is het dan. Dan komen er vaak zingevingsvragen: waarom overkomt mij dit, hoe ga ik om met dit lijden, wat laat ik achter als ik er straks niet meer ben? Soms is zingeving concreet en alledaags, een mevrouw die verdrietig is omdat de kippen in haar tuin waar ze dagelijks voor zorgde dood zijn.’
Hoe komen mensen bij jou?
‘Ze vragen erom, of een verpleegkundige, psycholoog of arts vraagt mij of ik eens wil langskomen. De gesprekken zijn een volledige vrijplaats, echt alles is vertrouwelijk. Dat ervaren mensen als prettig. Het gaat veel over rouw, dood, ziekte en lijden. En soms over misstanden in de zorg. Ik kom geen problemen oplossen, al kan ik wel zeggen: vindt u het goed als ik dit met die of die bespreek. Mijn doel is vooral om naast iemand te staan, aanwezig te zijn in iemands zoektocht en in iemands lijden. Dat is voor mensen vaak al een hele troost.’
Wat doe je graag in je vrije tijd?
‘Ik lees en schrijf veel. Er zullen mensen zijn die mijn leven saai vinden, maar zo voelt het voor mij totaal niet. Soms spreek ik af met vrienden. De meeste van mijn vrienden zijn wat ouder dan ik. Kiezen voor een leven van stilte en terugtrekking is niet iets dat breed leeft onder mijn generatiegenoten. Al denk ik wel dat mensen er baat bij zouden kunnen hebben. Je ziet vaak dat mensen pas als ze in een crisissituatie komen, geconfronteerd worden met levensvragen. Het kan helpen als je al eerder met jezelf in gesprek bent, als je ruimte maakt voor stilte in je leven.
‘Experimenteren en uitgaan zijn aan mij voorbijgegaan. Ik ken het niet en mis het niet. Mijn leven heeft een vorm die me goed past. Ik zou graag in een woonvorm wonen met anderen die een vergelijkbaar leven leiden. In een kloosterritme, zonder echt in een klooster in te treden. Zulke projecten bestaan.
‘Een relatie heb ik nooit gehad. Ik denk dat het al snel te dichtbij zou komen. Ik heb een grote behoefte aan stilte, me terugtrekken en aan een eigen ruimte.
‘Het ligt natuurlijk in de maatschappelijke verwachting: huisje, boompje, beestje. Het is de norm, maar niet mijn norm. Ik ben heus weleens verliefd geweest, maar ik voel de vrijheid om daar niets mee te doen. Dat zie je vaker bij mensen die veel bezig zijn met spiritualiteit. Het voelt niet als iets wat ik mezelf opleg. Wellicht komt het ooit wel op mijn pad, maar op dit moment voel ik de behoefte niet.’
Heb je zorgen?
‘Vooral over de maatschappij en solidariteit. In de wereld en in Nederland met felle anti-AZC-demonstraties, mensen die denken dat alle problemen door vluchtelingen komen. Tegelijkertijd helpt mijn geloof me om te vertrouwen dat het goed kan komen, je hebt mensen die oorlog voeren, maar ook altijd vredestichters.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant