Home

Ik laat mijn telefoon soms op mijn slaapkamer. Het nadeel van dit concept is dat ik soms urenlang op bed lig te scrollen

is columnist voor de Volkskrant

‘Wist je’, zei een van de mensen die ik ‘mijn jonge vrienden van de sportschool’ noem, ‘wat heel handig is?’

We bespraken, zoals oude mensen en jonge mensen al jaren bespreken, hoe we van onze intense telefoonverslaving zouden kunnen afkomen. ‘Er bestaat dus een soort houdertje, en dat hang je in de gang’, vertelde de vriendin. ‘Als je je huis inloopt, doe je je telefoon in dat houdertje. En elke keer als je dan iets op je telefoon moet doen, moet je naar dat houdertje toe lopen, want hij mag er niet uit.’

Ik vertelde dat ik thuis ook zoiets deed: ik leg mijn telefoon soms op mijn slaapkamer, want dan moet ik de trap op om er iets op te doen. Het nadeel van dit concept is dat ik vervolgens soms urenlang op mijn bed lig te scrollen.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Een ander wist dan weer dat er een kaart bestond, een heel speciale kaart, en die hield je tegen je telefoon aan en dan wiste hij in één klap al je aandachtslurpende apps, zoals Instagram en TikTok. Je kon dan alleen nog bellen. Je kon die kaart bijvoorbeeld op je kantoor laten liggen, en aan het eind van elke werkdag wiste je dan al je apps, en dan ging je naar huis en dan kon je ’s avonds alleen nog bellen. Met je oma, stelde ik me voor, want die zou dat op prijs stellen en ook opnemen.

Een andere oplossing: dwang. Laatst was ik in een Berlijnse nachtclub waar je bij de garderobe je telefoon moest inleveren. Aan het begin van de avond graaide ik nog om de twee minuten in mijn tasje omdat ik een foto van iets wilde maken (er was een naakt strijkkwartet). Maar na verloop van tijd vergat ik het bestaan van mijn telefoon, en zag ik mensen met elkaar dansen en praten, wat met telefoons natuurlijk allemaal een stuk onmogelijker was geweest.

En dan had je nog de middeleeuwen, de tijd waarin ik opgroeide. Thuis stond beneden een vaste telefoon, en boven nog een vaste telefoon. Mijn vader, die boven op zolder werkte, nam altijd als eerste op. Als iemand voor mij belde, legde hij zonder iets te zeggen meteen weer de hoorn op de haak, want je had toen nog een hoorn (geen haak, dat was nog eerder in de geschiedenis). Ik kon dus via de telefoon geen enkele interactie met de buitenwereld hebben, en daarom stond ik na school altijd urenlang onder een boom voor de ingang met mijn beste vriendin te praten.

Zo’n dienst als die mijn vader toen gratis leverde, daarvoor zouden mensen nu veel geld neertellen.

Source: Volkskrant

Previous

Next