Home

FNV-voorman Hans Spekman geeft de stakers weer het gevoel dat ze ertoe doen: ‘Hans is er eentje... die staat tussen de mensen’

Het openbaar vervoer staakt 24 uur tegen de bezuinigingen van het kabinet op de sociale zekerheid. FNV-voorman Hans Spekman reist in de file die de stakers zelf hebben veroorzaakt mee van Den Bosch naar Tilburg. ‘Ik geloof in de collectieve strijd.’

Toine Heijmans is verslaggever van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver.

Het is zes uur ’s ochtends als Hans Spekman het stationsplein in Den Bosch betreedt zoals Hans Spekman dat kan: als was hij zelf buschauffeur. Pikt een broodje bij het kraampje waar de stakers zich registreren, schenkt een koffietje in, en staat dan met de andere chauffeurs te kijken en te doen.

‘Daar komt Spekman!’, klinkt het en daar komt-ie. Rood, boordloos overhemd over z’n ouwe spijkerbroek, stevig op sneakers.

‘Gewoon zoéén als ons’, ‘eentje die weet waar-ie voor staat’, ja, zeggen de stakers. Da’s wel wat anders dan de vorige FNV-voorzitter. ‘Toen was het mega-afstand tussen wat hij deed en wat wij doen.’ Antoine Gremmen, chauffeur en voorzitter van de ondernemingsraad van busbedrijf Arriva: ‘Hans is er eentje... die staat tussen de mensen.’

Collectieve strijd

De hele week stakingen, van sociale werkplaatsen en banken tot het busvervoer, tegen de bezuinigingen op de sociale zekerheid van het kabinet. Mee met de stakers, en met Spekman, van Den Bosch naar Tilburg in een oude stadsbus, met liefde gerestaureerd door chauffeur Tim. Uit 1982, de tijd dat staken nog ‘platleggen’ was.

Door de file die ze zelf hebben veroorzaakt met het platleggen van het openbaar vervoer. Geen staking voor onszelf maar voor ons allemaal, zegt Spekman steeds, met die wat schorre stem: ‘Laten zien wat vakbondsmacht is.’

Vakbondsmacht – lang geleden dat het woord te horen was. Dit is, zegt hij, een ‘collectieve strijd’ – ook die term is weer terug. Niet voor niets wordt Spekman vergeleken met Herman Bode, de iconische vakbondsman met z’n ‘willen we naar de Dam, dan gáán we naar de Dam’. Zo stijgt de geur op van de jaren tachtig, van een hete herfst, van de shag die de stakers rollen.

Niet zo zakelijk

De vakbond, die kortgeleden nog op sterven na dood leek, met toplui die elkaar shakespeareaans te lijf gingen, spreekt zich ondubbelzinnig uit. En Hans Spekman is overal. Serieus genomen van de chauffeurskantines tot de rechtse talkshows, geen blad voor de mond. De minister is een ‘flapdrol’ en het kabinet ‘maakt er een zooitje van’ – taal die, met de hele sociaal-economische agenda, allang leek verschoven naar Geert Wilders.

Het geeft de stakers moed, zeggen ze: eindelijk weer het gevoel ertoe te doen. Niet van dat zakelijke, of dat opdelen in links en rechts.

Wat stemmen ze? ‘Geertje natuurlijk’, zegt buschauffeur Rogier Marechal, ‘maar die krijgt weinig voor elkaar dus de volgende keer Forum.’ In elk geval: ‘Het is allemaal naar de klote gegaan en de PvdA bestaat allang niet meer.’

Hij kijkt naar Spekman en zegt: ‘Ik denk niet dat hij van Pro is, toch?’ Vraag het hemzelf, hij staat vlakbij, en Spekman zegt: ‘Ik ben nog steeds lid inderdaad’, ‘ik ben rood tot de dood’, maar wat maakt het eigenlijk uit voor welke partij je bent. ‘Het gaat erom dat we dit samen doen. De PVV staat aan onze kant, de BBB, ik geloof in de collectieve strijd.’

En Rogier knikt.

Tegenpool van het kabinet

In de bus naar Tilburg zegt Spekman dat het hem niet uitmaakt met wie hij wordt vergeleken – Herman Bode, Bernie Sanders, ‘de hoop van links’, het zal wat. Wat hij mooi vindt is ‘de strijdbaarheid’, ‘die is zo lang miskend’, ‘we zijn niet meer gewend te vechten voor sociale zekerheid’.

Zo is hij in alles de tegenpool van het kabinet, dat zichzelf de looks aanmeet van immer glimlachende consultants, met glimmende schoenen en glanzende taal en overal een oplossing voor. Ideale schoondochters en -zonen, die vooral bezig lijken met beeldregie. ‘Dat hebben de mensen echt wel door.’

Een dag eerder vertelden ‘goed ingevoerde bronnen’ aan De Telegraaf over ‘toenemende irritaties in de polder’: politici en werkgevers ‘ergeren zich’ aan de onbuigzaamheid van de vakbond. Beginzin: ‘Wat sommige hoofdrolspelers betreft, was Hans Spekman lekker op de camping in Frankrijk gebleven.’ Daarna: ‘De indruk bij het kabinet is dat er met Spekman geen land te bezeilen valt.’

Ja, zegt Spekman, en hij blijft bloedserieus, ‘zo proberen ze wigjes te slaan, dat is allemaal spel, allemaal gespin’. Is er geen land met hem te bezeilen? ‘Ha! Ik ben gekke Gerritje niet, moet ik dan op mijn knietjes gaan om ze te danken voor wat vage toezeggingen? We gaan echt niet meebewegen. Zeker niet.’

Zo werkt dat: collectieve strijd. ‘Ik voel alleen de verantwoordelijkheid dat mensen het vertrouwen krijgen dat ze er niet meer alleen voor staan.’

Te ver gegaan

Bij de busremise in Tilburg vertelt een chauffeur over collega’s die uitvallen, ‘pijn in de nek, pijn in de rug’, ‘het kan iedereen overkomen’. Spekman praat met een vrouw die het recht op mantelzorg werd ontzegd door het busbedrijf, krijgt het woord, een kring stakers om hem heen, en zegt: ‘ze zijn te ver gegaan’.

Nog geen tien jaar terug moest hij gedesillusioneerd aftreden als voorzitter van de PvdA, partij in duigen, volkspartij zonder volk. Nu doemt een hete herfst op aan de horizon. Dus heeft hij nog politieke aspiraties?

Bloedserieus: ‘Daar heb ik geen enkel verlangen naar.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next