De maatregelen die het kabinet tijdens de coronacrisis nam, waren ‘zwaar’ en kwamen ‘precies op het juiste moment’, zei Ernst Kuipers woensdag tegenover de enquêtecommissie corona. Een ‘code zwart-scenario’ in de zorg kon daardoor worden afgewend.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.
Ernst Kuipers verscheen woensdag voor de parlementaire enquêtecommissie corona vanwege de verschillende invloedrijke rollen die hij tijdens de crisis had. Zo was hij aan het begin van de crisis bestuurder van het Erasmus MC, voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg en werd hij tegen het einde van de pandemie minister van Volksgezondheid in het kabinet Rutte IV.
Maar het bekendst werd hij als de ‘beddenbaas’ bij het Landelijk Coördinatiecentrum Patiëntenspreiding (LCPS), dat hij tijdens de crisis oprichtte om de beschikbare ic-capaciteit zo goed mogelijk te benutten. In die rol gaf Kuipers soms dagelijks een persconferentie over de bezetting van de intensivecare-afdelingen.
Vanuit die ervaring vroeg de commissie Kuipers terug te blikken op de effectiviteit van de maatregelen en of die het gevreesde ‘code zwart-scenario’ hebben kunnen voorkomen. In die situatie is er niet meer genoeg capaciteit op de ic’s en moeten patiënten worden geweigerd.
Die vraag was relevant omdat de afgelopen tijd uit verschillende hoeken klonk dat er ondanks alle maatregelen wel degelijk zo’n situatie was ontstaan. Zo verklaarden artsen in Nieuwsuur dat het ‘feitelijk wel code zwart’ was en er in sommige situaties patiënten werden geweigerd die anders waren geholpen. Ook zouden artsen minder mensen hebben doorgestuurd uit vrees voor een beddentekort.
Toch is Kuipers resoluut in zijn antwoord woensdag. Van een ‘code zwart-scenario’ is in Nederland geen sprake geweest. Hij benadrukt wel dat van zo’n scenario pas echt sprake is als er ‘nergens in Nederland nog capaciteit is’. ‘Dat is echte crisiszorg, alsof je op het slagveld staat. (...) Daar zijn we niet geweest.’ Als LCPS-voorzitter zag Kuipers dat er altijd nog patiënten ergens op een ic terecht konden.
De oud-minister erkent wel dat de coronacrisis grote gevolgen in de zorg heeft gehad. Zo heeft hij het over uitgestelde behandelingen waardoor de kwaliteit van leven van mensen afnam. Ook geeft hij als voorbeeld het stopzetten van bevolkingsonderzoeken naar kanker waardoor de ziekte bij duizenden mensen pas later werd ontdekt.
Maar die impact was volgens Kuipers geen reden om eerder en steviger in te grijpen. Volgens hem heeft het toenmalig kabinet ‘op allerlei momenten zware en noodzakelijke beslissingen genomen’. Wel was Nederland met name tijdens de eerste coronagolf dicht bij een ‘fase 3’, waarmee Kuipers in vakjargon naar code zwart verwijst. ‘Het was echt op het randje. (...) Die lockdown had niet een paar dagen later moeten komen.’
De commissie vraagt Kuipers ook of een grotere ic-capaciteit in Nederland had geleid tot een ander verloop van de crisis. Dat had maar weinig uitgemaakt omdat het aantal coronabesmettingen, en daarmee het aantal opnames, exponentieel toenamen, zegt Kuipers. ‘Als je twee of drie keer zoveel capaciteit hebt, heb je maar een paar dagen extra. Je kunt maatregelen er uiteindelijk niet mee voorkomen.’
Wel wees hij op het nut van een ‘reservecapaciteit’. Die kan ook nodig zijn in het geval van een ‘cyber- of fysieke aanval’, waardoor een deel van de reguliere bedden ineens niet meer beschikbaar is. Volgens Kuipers is er een ‘aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ dat zich ooit weer een crisissituatie in de zorg zal voordoen.
In dat verband benadrukte Kuipers ook het belang van ‘pandemische paraatheid’. Als minister van Volksgezondheid trok hij 300 miljoen euro uit om beter voorbereid te zijn op een nieuwe crisis, maar het kabinet Schoof schrapte dat bedrag aanvankelijk. Het huidige kabinet heeft een deel van die investering wel weer hersteld.
Dat is volgens Kuipers een verstandig besluit omdat het Nederland beter voorbereidt op een volgende crisis. Was het geld er vóór de coronapandemie geweest, dan had dat ‘een hele hoop ellende kunnen voorkomen’. Zo was er waarschijnlijk eerder een grote voorraad beschermingsmiddelen opgebouwd waardoor zorgmedewerkers aan het begin van de crisis ‘veiliger hun werk’ hadden kunnen doen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant