De Europese Commissie kent Spanje een bedrag toe van 114,7 miljoen euro om de situatie in Ceuta te kunnen hanteren. Het geld is bedoeld voor grensbewaking, voor de opvang van de aanwezige migranten en voor terugkeer.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie.
De Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, José Manuel Albares, reisde deze week af naar Brussel om meer betrokkenheid van de EU af te smeken bij de Spaanse exclave. Daar zijn nog steeds duizenden migranten aanwezig, na de massale toeloop vanuit Marokko eind juli.
Woensdag bleek dat de Europese Commissie bereid is Ceuta op alle fronten te steunen. Om te beginnen steekt de Commissie geld in het opvoeren van de grensbewaking. De Europese miljoenen gaan ‘bijvoorbeeld naar warmtecamera’s, observatietechnologie, een systeem met drijvende boeien en onderwaterdrones’, meldt een persbericht. Ook komt er een ruimere inzet van Frontex-agenten.
Daarnaast betaalt Brussel mee aan het inrichten van opvangcentra voor zowel volwassenen als minderjarigen en aan voorzieningen voor de screening van de migranten. ‘De situatie in Ceuta is niet alleen een uitdaging voor Spanje, maar voor Europa als geheel’, aldus Dubravka Suica, Eurocommissaris voor het Middellandse Zeegebied. ‘Spanje kan rekenen op onze volledige solidariteit en steun.’
Hoewel de Europese Commissie inderdaad direct hulp aanbood nadat rond de 80 duizend migranten op 30 en 31 juli de grens met Ceuta overstaken, gold dat zeker niet voor het gros van de Europese regeringsleiders. Integendeel: zij overlaadden Spanje met kritiek. De Nederlandse premier Rob Jetten ondertekende, samen met 21 anderen, een brief waarin stond dat de Spaanse premier Pedro Sánchez de komst van de migranten over zichzelf had afgeroepen, vanwege een regularisatiecampagne afgelopen voorjaar.
Inmiddels zijn er steeds meer aanwijzingen dat er in werkelijkheid iets anders speelde. De Spaanse regering maakte woensdag documenten openbaar waaruit blijkt dat de Spaanse inlichtingendienst CNI een dag van tevoren (op 29 juli) een waarschuwing stuurde aan twee Marokkaanse inlichtingendiensten over een naderende stormloop op Ceuta. Daar lijkt Marokko weinig mee te hebben gedaan. Op 30 juli maakte de Spaanse militaire inlichtingendienst melding van ‘passiviteit’ bij de Marokkaanse autoriteiten aan de grens.
Sánchez wil de EU nu duidelijk maken dat Ceuta en Melilla een gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn, en niet alleen een Spaans probleem. Daartoe wil hij Ceuta en Melilla, een andere Spaanse exclave, ‘europeaniseren’.
Albares, de minister van Buitenlandse Zaken, kwam dus niet alleen naar Brussel om te praten over geld. De Spaanse regering wil onder meer dat beide exclaves in de Europese douane-unie worden opgenomen. Dat gebeurde eerder niet, om Marokko niet voor het hoofd te stoten. Het Noord-Afrikaanse koninkrijk ziet Ceuta en Melilla als door Spanje bezet gebied.
Ook een andere hoofdrolspeler in de Ceuta-crisis was deze week in Brussel: Juan Jesús Vivas, de conservatieve president van de exclave. Hij wil dat Ceuta en Melilla een ‘speciale status’ krijgen binnen het Europese migratiepact. Eerder pleitte hij ervoor om in de exclaves geen asiel meer te verlenen. Dat zou gerechtvaardigd zijn omdat hier de enige landsgrens tussen de EU en Afrika loopt.
Hoewel Sánchez nog steeds huiverig is om Marokko als schuldige aan te wijzen voor de komst van de tienduizenden migranten, kost dat Vivas geen moeite. Volgens hem probeert Marokko op deze manier de ‘territoriale integriteit’ van Ceuta – en dus van Europa – te ondergraven. ‘Als Ceuta ten onder gaat, dan gaat Spanje ten onder en dan gaat Europa ten onder’, zei hij.
De Spaanse koning Felipe VI kwam maandag bijeen met de minister en topambtenaren van Defensie om de situatie in Ceuta te bespreken. Op een foto die het Koninklijk Huis verspreidde is de koning te zien in zijn militaire uniform. Volgens Spaanse analisten wil Felipe VI hiermee laten zien, onder meer aan Marokko, dat hij zich persoonlijk om de verdediging van de landsgrenzen bekommert.
Na de migratiepiek in juli is de rust in Ceuta nog bepaald niet teruggekeerd. De Spaanse regering opent het ene na het andere opvangcentrum, maar toch slapen er nog honderden migranten op straat. Dat leidt tot onderlinge spanningen, en tot frustratie en agressie bij de inwoners van Ceuta.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant