Home

Opinie: Een kwart eeuw geleden wist Washington voor even wat leiderschap betekent

De terroristische aanslagen van 11 september 2001 verenigden de VS op een manier die nu bijna niet meer denkbaar is. Dat kwam mede omdat politieke leiders destijds beseften dat het ambt zelf altijd belangrijker is dan de persoon die het bekleedt.

Vijfentwintig jaar geleden, bij het ochtendgloren, nam ik een taxi vanaf het kantoor van pr-bureau Hill & Knowlton Watergate naar het Hart-gebouw van de Senaat. Het leek een perfecte septemberdag – het weer was fris en er was geen wolkje aan de azuurblauwe hemel van Washington D.C. Mijn missie die dag was om een verslag te doen van een belangrijke hoorzitting in het Congres voor een cliënt. Juist door heel vroeg ernaartoe te gaan, was ik verzekerd van een plekje bij die hoorzitting. Terwijl ik wachtte op de start van de hoorzitting, begon ik de Washington Post te lezen.

Plotseling stroomde het gebouw vol met politie van het Capitool. Ze schreeuwden tegen ons dat we het gebouw moesten verlaten. Ik verfrommelde de krant in mijn handtas. Met tegenzin liep ik naar buiten en kwam terecht op een plek waar ik precies kon zien wie de parkeerplaats voor senatoren verlieten. Een voor een raasden de senatoren met hoge snelheid voorbij. Mobiele telefoons deden het niet.

Mijn bezorgdheid sloeg om in paniek toen we in gesprek raakten met de bewakers. Moesten we bijvoorbeeld weer terug naar binnen? Nee, was het antwoord. Rijden er treinen? Opnieuw was het antwoord ontkennend. Zijn er taxi’s voorhanden? Nogmaals nee, want een groot deel van de stad werd afgesloten. Is dit een terroristische aanslag? ‘Mogelijk’, was het antwoord.

Over de auteur

Jennifer Smits-Kilgus werkte als topambtenaar in de regering-Bush en voerde campagne voor het team Biden-Harris.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Ik vroeg een andere omstander waar al die senatoren naartoe gingen. ‘Greenbriar’, zei hij, verwijzend naar de geheime bunker die leden van het Congres in oorlogstijd gebruikten. Op dat moment realiseerde ik mij dat er echt iets helemaal mis was. Seconden later hoorden we van verre een lange, oorverdovende knal die klonk als een sonische dreun. In de richting van het Lincoln Memorial zagen we wolken donkere, krullende rook. Later zou ik horen dat dit hét moment was waarop het vliegtuig van American Airlines vlucht 77 in het Pentagon crashte.

Capitol Hill

Op dat moment kon ik niet terug naar kantoor. Teruggaan naar mijn huis in Virginia leek ook uitgesloten. Ontsteld liep ik naar het huis van een vriend op Capitol Hill, waar zo’n dertig voormalige stafleden van senatoren bijeen waren gekomen. De stemming was somber en iedereen staarde naar het televisienieuws. Ik kon niet geloven wat ik zag met de vier aanvallen. Nu was het duidelijk: er werd oorlog tegen ons gevoerd.

Wat ik me het best herinner van die tijd – afgezien van het hamsteren van voedselvoorraden en de constante nieuwsgekte – was het leiderschap dat werd getoond door het Witte Huis en het Congres. Ondanks al zijn tekortkomingen leidde president George W. Bush ons er met waardigheid en standvastigheid doorheen. Hij was duidelijk, geruststellend en had de situatie onder controle.

Een van zijn belangrijkste principes gedurende het conflict was dat hij uitdrukkelijk niet wilde dat moslim-Amerikanen het doelwit zouden worden of discriminatie zouden ondervinden. Voor één keer legde het Congres de strijdbijl neer en stond het oog in oog met een gemeenschappelijke vijand. Politici zetten persoonlijke verschillen opzij en deden wat nodig was voor Amerika. Terugkijkend op die periode was dat de laatste keer dat het leiderschap in Amerika op zijn allersterkst was.

Andere sfeer

Er heerste in de VS een andere sfeer in de weken na de aanslagen. In een stad die normaal gesproken bitter verdeeld is langs partijpolitieke scheidslijnen, hielpen mensen elkaar oprecht en boden ze op allerlei manieren steun. Mensen lachten naar elkaar. Mensen vroegen ‘hoe gaat het?’ – en luisterden naar het antwoord. In onze collectieve schok vonden we elkaar. We vonden onze weg terug naar een gevoel van gemeenschap, vertrouwen in goed bestuur en genoten van onze Amerikaanse manier van leven, vol vrijheid, democratie en rechtsstaat. We ervoeren in veel opzichten het beste van wat het betekent om Amerikaan te zijn.

Een deel hiervan is te danken aan het feit dat veel politieke leiders destijds een andere visie hadden op openbare dienstverlening. Ze beseften dat het ambt zelf altijd belangrijker is dan de persoon die het bekleedt. Het presidentschap draait niet om de persoon achter de Resolute Desk, oftewel het bureau van de president, maar om de persoon die juist het land boven alles stelt.

Scheldpartijen

Senatoren en afgevaardigden horen het welzijn van hun kiezers boven alles te stellen. Geen scheldpartijen, geen dreigende rechtszaken, geen tirades op sociale media. Openbare dienstverlening betekent dat je altijd de dienaar bent, nooit de koning. Het komt neer op hard werken, een bereidheid tot compromissen en een oprechte toewijding aan het algemeen belang.

Na 11 september 2001 is er veel bereikt om de Amerikaanse nationale veiligheid te versterken en de gezamenlijke inspanningen van beide partijen hebben bijgedragen aan een veiliger Amerika. Ik hoop dat er geen nieuwe terroristische aanslag nodig is zoals op die fatale dag 25 jaar geleden voordat Amerikanen beseffen hoe goed het kan voelen om kleine politieke meningsverschillen opzij te zetten, en hoe fijn het is om Amerikaan te zijn.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next