schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
De 14-jarige zoon van een lezer wil liever niet naar het zwembad, omdat hij dan een zwembroek moet dragen. Hij is wat ‘aan de zware kant’ en voelt zich onzeker over zijn lichaam. Hoe geef je als ouder een positief lichaamsbeeld mee en zorg je tegelijk voor een gezonde leefstijl?
Uit onderzoek blijkt dat jongeren de afgelopen jaren ontevredener zijn geworden over hun lichaam. ‘Ouders denken vaak dat dit vooral iets is van meisjes, maar ook bij jongens is dit een toenemend probleem’, zegt Jessica Alleva, universitair hoofddocent en expert op het gebied van lichaamsbeeld (Universiteit Maastricht). Zo’n 30 tot 40 procent van de jongens is niet blij met het eigen lichaam.
In de adolescentie neemt het sociale vergelijken toe. In een studie beoordeelden 150 jongeren stellingen over zichzelf, zowel vanuit hun eigen perspectief (‘Ik ben mooi’) als dat van leeftijdsgenoten (‘Leeftijdsgenoten vinden mij mooi’). Er bleek weinig verschil. De onderzoekers vermoeden dat de ingebeelde mening van anderen een belangrijke bron is bij het creëren van het zelfbeeld.
Een bepalende factor is ook hoe ouders praten over hun eigen uiterlijk. ‘Als een moeder of vader als enige geen ijsje neemt en niet in badkleding durft, dan pikken kinderen dat op.’ Juist omdat kinderen dit aanvoelen, kunnen ouders best open zijn over hun eigen onzekerheden. Besmetten ze hun kind dan niet? Zo’n vaart loopt het niet, meent Alleva. ‘Gebruik zo'n moment om te bespreken waar die onzekerheden vandaan komen. Bijvoorbeeld door beelden op sociale media of reclames voor dieetproducten. Leer je kind kritisch te zijn over schoonheidsidealen.’
Het helpt om de focus te verleggen van het uiterlijk naar wat het lichaam allemaal kan. In een studie vroegen Alleva en collega’s 381 kinderen van 4 tot 6 jaar te beschrijven welke geweldige dingen hun lichaam allemaal kon doen. Ze noemden dingen als Spiderman spelen, springen en mama en papa knuffelen. Vervolgens werd aan de kinderen gevraagd of ze van hun lichaam houden.
Kinderen die meer eigenschappen noemden, rapporteerden een positiever lichaamsbeeld. In een overzichtsstudie werden vergelijkbare effecten gevonden. ‘In gesprekken met je kind kun je die dankbaarheid voor wat het lichaam kan centraal stellen, zoals rennen, schilderen, ruiken en zwemmen’, zegt Alleva.
Het zou zonde zijn als de jongen niet meer gaat zwemmen. ‘Misschien helpt het om een keer een T-shirt aan te trekken. Zo leert hij dat hij onzeker mag zijn, maar tóch gaat en plezier heeft.’
Moeten ouders de zwembroekweigering aangrijpen om te praten over gewicht? ‘Nee, want dat werkt averechts’, adviseert Alleva. ‘Het kan voelen als kritiek op het uiterlijk. Juist dan wordt de drempel hoger om naar het zwembad te gaan.’
Het is een misvatting dat zwaardere kinderen eerst op het probleem moeten worden gewezen voordat ze er iets aan gaan doen. ‘Onderzoek toont precies het tegenovergestelde: door lichaamsacceptatie en dankbaarheid gaan mensen beter voor hun lichaam zorgen en gezondere keuzes maken.’
Is het kind daadwerkelijk aan de zware kant, dan kan het hele gezin gezonder gaan leven. ‘Richt je dan niet alleen op de zoon’, tipt Alleva. ‘Zeg: ik merk dat we de laatste tijd te veel snoepen. We gaan gezonder eten zodat we meer energie hebben om leuke dingen te doen.’
Het kan interessant zijn om met onzekere jongeren het ‘spotlight effect’ te bespreken: de neiging om te overschatten hoezeer anderen met je bezig zijn. Dat valt namelijk vies tegen (we zijn allemaal de ster in onze eigen film). Vraag bijvoorbeeld of hij nog weet wat zijn vriendjes de vorige keer in het zwembad droegen. Waarschijnlijk niet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant