In amper twaalf maanden is AI veranderd van een zichtbaar gebrekkige code-assistent in gereedschap dat Dylan Beattie daadwerkelijk bij echte projecten gebruikt. Die snelle ontwikkeling maakt hem enthousiast, maar roept ook een ongemakkelijke vraag op: als AI steeds meer code schrijft, wie begrijpt dan nog de systemen onder die code? Tijdens de Tweakers Developers Summit 2026 kijkt 'vriend van de show' Beattie voorbij de AI-hype. Hij duikt in een van de belangrijkste, meest onderschatte en verrassende politieke fundamenten van het internet: DNS.
In amper twaalf maanden is AI veranderd van een zichtbaar gebrekkige code-assistent in gereedschap dat Dylan Beattie daadwerkelijk bij echte projecten gebruikt. Die snelle ontwikkeling maakt hem enthousiast, maar roept ook een ongemakkelijke vraag op: als AI steeds meer code schrijft, wie begrijpt dan nog de systemen onder die code? Tijdens de Tweakers Developers Summit 2026 kijkt 'vriend van de show' Beattie voorbij de AI-hype. Hij duikt in een van de belangrijkste, meest onderschatte en verrassende politieke fundamenten van het internet: DNS.Toen we ongeveer een jaar geleden met Dylan Beattie spraken, was generatieve AI al niet meer te negeren. De zwakke punten waren alleen net zo duidelijk. Beattie probeerde GitHub Copilot regelmatig uit, maar het controleren van de code kostte veel tijd. Hij moest fouten zoeken en uitvinden wat de software nu precies deed. Daardoor verdween een groot deel van de beloofde tijdwinst. Rond november of december 2025 veranderde dat. De tools werden niet plotseling foutloos, maar gingen wel een belangrijke grens over. "Toen kwam er ineens een moment waarop ik dacht: o, wacht eens, dit is nu echt goed genoeg."
Inmiddels gebruikt Beattie onder meer Claude en Claude Code bij projecten. Hij beweert dan ook zeker niet dat AI nutteloos is. Zijn zorg is dat er iets verloren kan gaan wanneer developers software maken zonder nog diep bij het proces betrokken te zijn. Programmeren is meer dan een opdracht omzetten in regels code. Het is ook een vak dat iemand leert door bugs op te lossen, mislukte deployments te herstellen en te ontdekken waarom een logisch ogende keuze toch onverwachte gevolgen heeft.
Dat is vooral belangrijk voor beginnende developers. Ervaren engineers hebben al een 'mentaal model' waarmee ze antwoorden van AI kunnen beoordelen. Beginners bouwden dit model traditioneel op via kleinere klussen en een geleidelijke kennismaking met echte productiesystemen. Volgens Beattie dreigt AI juist die leerroute te doorbreken. "In zekere zin hebben we de route doorbroken waarlangs mensen stap voor stap kennismaken met productiesystemen en zo ervaring opdoen."
Vibecoding past in deze trend. Beattie is vooral kritisch wanneer vibecoding tegenwoordig als een prestatie op zichzelf wordt gepresenteerd. Met een paar opdrachten in gewone taal een kleine persoonlijke app bouwen, kan geweldig zijn. De drempel is laag, de gevolgen van een fout zijn beperkt en een tool die het probleem van zijn maker oplost, heeft iets nuttigs gedaan. Maar wat als het echt serieus wordt? "Ik wil geen verhaal horen over een jaar vibecoding. Wat heb je eigenlijk gemaakt?" Daarna komen de vragen die voor Beattie echt tellen. Zijn er klanten? Welk probleem is opgelost? Hoe wordt succes gemeten? En welke lessen kwamen voort uit fouten, beveiligingsincidenten of andere problemen waar ook andere teams iets aan hebben?
Zijn houding is niet anti-AI, maar anti-vaagheid. Dat een programma op de laptop van de maker opent, zegt weinig over de veiligheid, het onderhoud of de geschiktheid voor een productieomgeving. Bovendien gaat de discussie niet alleen over productiviteit. AI heeft ook gevolgen voor onderwijs, verantwoordelijkheid, energieverbruik en de groeiende hoeveelheid door AI gemaakte misinformatie. "Er zijn veel meer vragen over hoe wij als sector AI-tools omarmen en gebruiken dan alleen: maakt dit mij een snellere programmeur?"
Daarmee ontstaat een logische brug naar zijn keynote. Op een developersconferentie in 2026 zal onvermijdelijk veel over AI worden gesproken. Beattie kiest juist voor een open standaard die onder bijna alles ligt wat developers bouwen. Hoe meer code automatisch wordt gegenereerd, hoe belangrijker het wordt dat iemand de fundamenten nog begrijpt.
De titel van Beatties talk, Knowing .me, Knowing .yu: The World According To DNS, is zowel een knipoog naar ABBA als een grap met landendomeinen. Want .me hoort bij Montenegro en .yu was het domein van Joegoslavië. Daarmee raakt de titel direct de kern van zijn verhaal. DNS lijkt misschien een droge technische dienst, maar het systeem weerspiegelt ook landen, bedrijven, geschiedenis, geld en politieke macht.
DNS staat voor Domain Name System en wordt vaak het telefoonboek van het internet genoemd. Het vertaalt leesbare domeinnamen naar de netwerkadressen waarmee computers elkaar kunnen vinden. In werkelijkheid is DNS een enorme, wereldwijd verspreide en hiërarchisch opgebouwde database. Websites, e-mail, streamingdiensten, kaartverkoop en digitale overheidsdiensten zijn er allemaal van afhankelijk. "Zonder DNS zouden computers nog steeds berichten naar elkaar kunnen sturen, maar dat zou heel erg lastig zijn. Je moet dan precies het netwerkadres weten van de machine waarnaar je iets stuurt."
De meeste developers denken nauwelijks over die database na totdat er iets kapot gaat. Dan duikt de bekende uitspraak weer op: it's always DNS. Tijdens zijn keynote legt Beattie uit waarom DNS zo is opgebouwd, waarom fouten soms lastig te vinden zijn en hoe een systeem voor internetadressen verstrengeld raakte met veranderingen in de echte wereld.
Een land kan een eigen top-level domain krijgen, maar landen zijn niet voor eeuwig. Ze vallen uiteen, veranderen van naam, worden onafhankelijk of houden helemaal op te bestaan. Het internet krijgt dan vragen die deels technisch en deels politiek zijn. Wat gebeurt er met alle websites en e-mailadressen die de oude uitgang gebruiken? Wie bepaalt hoelang die actief blijft? Kan het verkeer worden doorgestuurd en waar moeten organisaties naartoe verhuizen?
Het voormalige Joegoslavië is een van de interessantste voorbeelden. Het land gebruikte .yu. Na het uiteenvallen van Joegoslavië moesten internetbeheerders bepalen hoe dat digitale gebied kon worden opgeheven, terwijl de fysieke en politieke werkelijkheid al was veranderd. Beattie ontdekte achter die overgang een bijzonder verhaal, maar stopt tijdens ons interview vlak voor de beste wending. "Wil je het hele verhaal? Dan moet je naar de talk komen."
Ook recente ontwikkelingen rond het Britse gebied dat bij .io hoort, riepen zulke vragen op. De extensie is diep verweven geraakt met de technologiesector. Googles ontwikkelaarsconferentie heet nog altijd Google i/o, maar de website gebruikt inmiddels io.google. Dat is mogelijk doordat Google een eigen top-level domain beheert. Duizenden andere bedrijven zijn wel afhankelijk van adressen die echt op .io eindigen.
"Wat gebeurt er met het domein? Wat gebeurt er met alle websites? Wat gebeurt er met alle e-mail?" Die vragen klinken theoretisch totdat een grens, land of gebied daadwerkelijk verandert. DNS moet een rommelige politieke werkelijkheid dan vertalen naar regels die computers kunnen uitvoeren.
Landendomeinen kunnen bovendien waardevolle nationale bezittingen worden. De extensie .tv van Tuvalu is aantrekkelijk voor televisie- en videobedrijven, terwijl .ai van Anguilla door de AI-boom enorm populair is geworden. Developers gebruiken landcodes ook voor speelse 'domain hacks', waarbij een extensie zoals het Ierse .ie een naam of woord afmaakt. Zo verandert technische infrastructuur al snel in identiteit, marketing en economie.
DNS behoort tot een technische laag die developers niet zomaar kunnen vervangen. Een team kan kiezen tussen React, Angular, Vue en Next.js. Het kan overstappen naar een andere cloudprovider of een populair framework helemaal links laten liggen. Voor de standaarden onder al die keuzes geldt dat niet. "Aan DNS valt niet te ontsnappen. Aan TCP evenmin."
Niet iedere developer hoeft een DNS-specialist te worden. Een paar gerichte uren kunnen al veel verschil maken: bekijk een aantal records, ontdek hoe een DNS-verzoek wordt verwerkt en leer wat veelgebruikte onderdelen zoals MX- en TXT-records doen. Die kennis wordt vooral waardevol tijdens migraties en storingen.
Beattie leerde dat op de traditionele manier: door fouten te maken. Als junior developer liet hij ooit een websitemigratie mislopen. Toen ontdekte hij dat het herstellen van een DNS-record niet betekent dat iedereen de oplossing direct ziet. Bij een time-to-live, of TTL, van 24 uur kan oude informatie nog lang in caches blijven staan. Wie die waarde vooraf verlaagt, kan een wachttijd van een dag terugbrengen tot enkele minuten. Zulke fouten vormen precies het mentale model dat nodig is wanneer een geautomatiseerde tool vol zelfvertrouwen een diagnose geeft.
AI kan DNS onderzoeken, maar kun jij het antwoord controleren?Beattie erkent zonder moeite dat AI een nuttige assistent kan zijn bij DNS-problemen. Geef een goed model toegang tot de juiste gegevens en het kan een domein onderzoeken, records opsommen en uitleggen wat die waarschijnlijk betekenen. Meestal zal die uitleg zelfs kloppen.
Het gevaar zit in de andere gevallen. "Het probleem is dat je zonder eigen ervaring het verschil niet ziet tussen een correcte uitleg en een verzonnen uitleg." Een model kan met precies hetzelfde zelfvertrouwen melden dat alles in orde is als waarmee het een technische verklaring verzint. Genoeg kennis hebben om het antwoord te controleren, is daarom geen achterhaalde expertise. Het is juist de voorwaarde om AI veilig en nuttig te kunnen inzetten.
Daarmee is Beatties verhaal weer terug bij het begin. AI is inmiddels goed genoeg om de manier waarop software wordt gemaakt ingrijpend te veranderen. Die ontwikkeling negeren is geen serieuze strategie. Maar hoe meer van het vakwerk wordt uitbesteed, hoe waardevoller kennis van de onderliggende systemen wordt. Iemand moet nog altijd het vreemde record, de gevaarlijke aanname of de overtuigend gebrachte hallucinatie kunnen herkennen voordat een kleine configuratiefout uitgroeit tot een storing van elf uur.
Beattie belooft in zijn keynote volop momenten waarop bezoekers denken: wacht even, zit het echt zo? Hij combineert verdwenen landen en de Koude Oorlog met waardevolle domeinnamen en rechtszaken over ogenschijnlijk onbenullige stukjes digitaal vastgoed. Het doel is niet alleen uitleggen hoe DNS-records werken. Hij wil vooral laten zien hoeveel technologie, geschiedenis en menselijk gedrag verborgen kunnen zitten achter enkele tekens aan het einde van een webadres.
Wil je de talk van Beattie (en die van anderen) niet missen? Koop dan hier een kaartje nu de tickets nog beschikbaar zijn (de verkoop gaat hard). Meer informatie over het programma, workshops en sprekers vind je op de aparte Dev Summit-website. We zien je heel graag op woensdag 28 oktober in DeFabrique, in Utrecht!
Source: Tweakers.net