Home

Eén dag op de plek – 25 jaar later: ‘Ik loop hier elke dag. En weet je? Het went nooit’

25 jaar na de aanslagen van 11 september 2001 is ‘Ground Zero’ de drukstbezochte gedenkplaats op aarde. Miljoenen bezoekers, uit New York en tot ver daarbuiten, vinden hier berusting, inspiratie of nog altijd rauw verdriet. De Volkskrant was er van zonsopkomst tot -ondergang.

is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Hij doet verslag vanaf Manhattan in New York.

De zon vreet door de ochtendmist. Stralen kaatsen al van de hoogbouw, tussen de boomblaadjes danst waterig licht. Toch oogt New York juist even donkerder. Terwijl de ochtend doorbreekt, dooft in het Financial District ook de nachtverlichting in de wolkenkrabbers. Tienduizenden ramen op zwart. De stad die nooit slaapt, ontwaakt in het duister.

Het werk van de 48-jarige Elvis zit er nu bijna op. Met rode stofdoeken glijdt hij langs de borstwering van het 9/11 Memorial, twee diepe waterbekkens tussen de kantoorgebouwen waar – tot exact een kwarteeuw geleden – de ‘Twin Towers’ stonden. Uit de bronzen omheining zijn 2.983 namen gestanst. De slachtoffers.

Elvis raakt ze allemaal aan. Elke dag.

Dit artikel is onderdeel van een serie over de aanslagen van 11 september 2001 en de levens die erdoor een andere wending namen.

‘Mijn werk is om de platen op te poetsen’, zegt de schoonmaker, die tien jaar geleden vanuit Ecuador naar de VS emigreerde. ‘Ik doe dit al vijf jaar lang. Het kost me drie kwartier per toren.’ Elvis glimlacht. ‘Totdat ze allemaal blinken.’

Zo gaat het hier elke zonsopkomst. Terwijl Elvis zijn karretje met koperpoets opbergt, knippen de lantaarns van de gedenkplaats uit. De hemel gloeit nu helblauw. Enkele wolkjes drijven op de spiegel aan gebouwen. Een nieuwe dag van herdenken begint.

Heel de wereld

Het 9/11 Memorial is de drukstbezochte gedenkplaats op aarde. Jaarlijks trekken ruim 11 miljoen mensen naar deze zeldzame open plek in het gekrioel van downtown Manhattan, waar naast de twee bassins ook een museum, park en winkelcentrum zijn verrezen. Bezoekers komen van over heel de wereld – zoals ook de aanslagen van 11 september 2001, en de gevolgen, door heel de wereld voelbaar waren.

Twee vliegtuigen, gekaapt door terreurgroep Al Qaida, boorden zich hier in de torens van het World Trade Center. Een derde vliegtuig trof het Pentagon in Washington. Een vierde, op drift na een interventie door passagiers, stortte neer in een veld in Pennsylvania. Elk slachtoffer wordt in New York herdacht.

‘Deze plek raakt me diep’, zegt de Britse toerist Karen Dobson (55), die haar dochter Sophie in alle vroegte heeft meegesleurd. ‘De laatste keer dat ik hier was, vlak na de aanslagen, was het nog één grote puinhoop. En nu...’ Sophie: ‘Nu voelt het bijna vredig.’

Dobson knikt. ‘Zij was pas 3 toen het gebeurde, maar ook haar wereld is erdoor veranderd. Alles is veranderd. Ik vond dat ze dit moest zien, voordat we andere dingen doen.’ Sophie gaapt. Het is 6.30 uur ’s ochtends. ‘Voordat de andere toeristen wakker zijn.’

Het went nooit

De zon spiekt al tussen de wolkenkrabbers. Uit het waterbekken wasemt een veelkleurige damp. Met het daglicht neemt hier ook de drukte toe. Het geluid van vallend water, net alomtegenwoordig, wedijvert nu met kwetterende toeristen en getoeter in de verte – de soundtrack van Manhattan.

Vroege joggers sprinten al langs de monumenten. Ze slalommen tussen de eerste zakenlui die zich haasten naar hun kantoren in de hoogbouw. Even lijkt het dit een normale plek. Tot je doorvraagt.

‘Ik werkte destijds in midtown, een paar kilometer verderop’, hijgt verzekeraar Gary (59), in draf op weg naar werk. Een gouden ketting rinkelt onder zijn strak gestreepte hemd. ‘We zagen de rookpluimen opstijgen boven de stad. Mijn tante werkte in het World Trade Center. Maar wat bleek? Haar vriend had net een nieuwe auto gekocht en haar overgehaald om een dagje te spijbelen.’

Met stevige tred bereikt Gary de doorgang tot zijn kantoorpand. Een blik over zijn schouder. Nu valt hij toch even stil. ‘Ik loop hier elke dag’, zegt Gary. ‘En weet je? Het went nooit. Elke dag denk ik aan wat hier toen is gebeurd.’

Dit exacte moment

Het was precies zo’n ochtend als deze. Strak nazomerblauw, typisch New Yorks. Een koele nacht die rap wijkt voor een verhitte dag. Maar op 11 september 2001, om 8.46 uur ’s ochtends, veranderde de wereld. Toen boorde het eerste vliegtuig zich in de North Tower van het World Trade Center.

17 minuten later volgde de zuidtoren. Om 9.37 uur werd het Pentagon getroffen. En om 10.03 uur crashte United Airlines 93 buiten Shanksville, Pennsylvania. Het beoogde doelwit was, vermoedelijk, het Capitool of het Witte Huis.

‘Dus het eerste vliegtuig sloeg nú in?’ Bezoeker Colleen Schwab (64) uit Californië tuurt naar de tijd: 8.46 uur. ‘Wat een bizar idee.’ Als vanzelf glijdt haar blik omhoog. Ze volgt de kolossale romp van het nieuwe One World Trade Center, nog altijd het hoogste gebouw op het westelijk halfrond.

Dan deinst ze terug: ‘O mijn God!’

Langs het blauwe spiegelglas – uitgerekend nu – trekt de reflectie van een overvliegend passagiersvliegtuig. Schwab grijpt de hand van haar moeder Kristin Quinn (86). ‘Dat voelde veel te echt!’

Moeder en dochter waren die dag beiden in Californië. Toch kwam de aanval ook voor hen dichtbij. Schwab had haar zoontje die ochtend voor het eerst naar de kleuterschool gebracht. Die werd ontruimd. ‘De school zat pal naast het Jet Propulsion Lab van de ruimtevaartorganisatie Nasa’, zegt Schwab. ‘Een doelwit voor Al Qaida, vreesden ze. We wisten niets!’

Nu zijn ze samen in New York voor een bruiloft. Schwab had haar hoogbejaarde moeder gevraagd of zij nog puf had om de stad te bezoeken. ‘Ik hoefde alleen hierheen’, zegt Quinn. ‘Ik was 68 jaar geleden voor het laatst in Manhattan. Toen waren de Twin Towers nog niet gebouwd. En nu staan we op de resten.’

Niet zomaar herbouwd

Het was de South Tower, als tweede getroffen, die als eerste neerging. Een half uur later stortte ook de noordtoren in. Binnen krap twee uur tijd was het hart van het Financial District, de drukste buurt van een van ’s werelds drukste steden, verdwenen in een wolk van stof en as.

Lang niet alle lichamen konden worden geborgen. Van sommige slachtoffers ontbreekt nog altijd elk spoor. Dit stukje New York, stelde burgemeester Rudy Giuliani destijds, zou voor altijd een massagraf blijven. Een sacrale plek dus.

Besloten werd om Ground Zero, de voetafdruk van de torens, niet zomaar te herbebouwen. In juli 2002 organiseerde het stadsbestuur een publiek forum, Listening to the City, om mogelijke ontwerpen te toetsen. Daar werden alle ideeën verworpen: te gewoontjes, grauw of ronduit gierig, met te veel oog voor commercie.

Een internationale wedstrijd bood uitkomst. Uit 13.683 inzendingen, een record, werd het ontwerp van de onbekende architect Michael Arad gekozen. De titel: Reflecting Absence. Van boven zie je waarom.

Vanaf de hoogste verdieping van One World Trade, 386 meter boven de grond, schitteren de bassins als sterrenhemelen. Lege universa in een anders overvolle stad.

Brandweerkadetten

‘Gééf acht!’ De brul echoot tussen de gebouwen. Aan de rand van het zuidelijke bassin deelt een commandant bevelen uit. Daar hebben zich tientallen brandweerkadetten verzameld in donkerblauwe uniforms. Ze salueren naar de omgekomen hulpverleners – 412 namen – die daar in het brons staan gegraveerd.

Brandmeester Tnai Blades (43) kijkt toe vanaf de zijlijn. ‘Dit is de laatste dag van hun training’, zegt ze. ‘Als laatste onderdeel komen ze hier. Zo doen we dat elk jaar. Vanaf nu zijn ze officieel hulpverlener.’

Zelf doorliep Blades ook zo’n programma. Het waren de aanslagen van 11 september, en de heroïek die zij op televisie zag, die haar deden besluiten om brandweervrouw te worden. ‘Telkens als ik hier ben’, zegt Blades met een blik op haar kadetten, ‘welt dat oude gevoel weer op.’

Nooit meer hetzelfde

De zon staat nu hoog aan de hemel. One World Trade Center spiegelt zo fel dat je er nauwelijks naar kunt kijken. Het verbogen licht valt als een mozaïek tussen het bladerdek van tientallen eiken. Eén boom valt uit de toon, een verwrongen mormel behangen met honderden felgekleurde kaartjes: de Survivor Tree.

Niet alles werd verzwolgen in de vlammen.

Een maand na de aanvallen troffen brandweerlieden tussen het puin een perenboompje aan: geknakt, verschroeid, maar in leven. Een wonder, klonk het. New York bracht het stompje onder in een arboretum voor herstel. Daar sloeg weer het noodlot toe. Een storm ontwortelde het boompje volledig. Opnieuw overleefde het.

In 2010 werd de Survivor Tree teruggeplant op zijn oude stek. Nu doet hij dienst als altaar. Dagelijks behangen tientallen de boom met boodschappen.

Na grote tragedies elders in het land, zoals de massale schietpartijen in Las Vegas en op een school in Texas, knippen medewerkers van het 9/11 Memorial stekjes af voor de achterblijvers – een levende keten van Amerikaanse tragedies.

Wachten naast de telefoon

‘Ik vind het zo moeilijk om hier te komen’, zegt Suzanne (60), die net namens haar broer een boodschap in de Survivor Tree hing. ‘Hij was net naar buiten gevlucht toen de eerste toren neerkwam. Op het nippertje wist hij een lobby in te vluchten.’

Suzanne wachtte die dag naast de telefoon, urenlang, voordat ze hoorde dat haar broer nog leefde. ‘Hij heeft veel geluk gehad, maar zo voelt het niet altijd. Mijn broer is nooit meer de oude geworden. Behalve de allereerste dagen heeft hij er niet meer over kunnen praten.’

Suzanne knijpt in haar kartonnen koffiebeker. ‘Toen vertelde hij hoe mensen om hem heen op het trottoir te pletter sloegen. Hij zei dat sommigen hun koffers nog in hun armen hadden geklemd, alsof ze dachten dat ze het misschien zouden overleven.’

Bedwelmende rust

Namiddag. De wind, een plotse vlaag, huilt tussen de hoogbouw. De eerste herfstblaadjes laten zich al van de takken trekken. Sommigen raken gevangen in het vallende water. Traag drijven ze richting het donkere hart van de bassins, om daar voor altijd te verdwijnen.

Ondanks de tragedie, door de monumenten onmiskenbaar, hangt er op Ground Zero een bedwelmende rust. Zakenlieden eten hun broodjes op de bankjes. Studenten lezen of dutten in het gras. Eekhoorns dartelen met honderd sterk tussen de eiken.

Therapeut Rebecca Herman (45) vertrok vandaag in een opwelling van haar werk. Ze is vanaf haar praktijk komen lopen en noteert nu, benen gekruist, haar gedachten in een zwart notitieblok. ‘Gek, hè? Dit is feitelijk een massagraf. Toch is dit een van de zeldzame plekken in New York waar ik mezelf hoor denken.’

Verderop probeert scholier Rana Alraghili (13) een doortastende eekhoorn van zich af te schudden: ‘Sorry, ik heb geen eten voor je.’ Haar witte hoofddoek straalt in de late zon.

Moeder Maysa Saleh slaat het schouwspel met een glimlach gade. Veertien jaar geleden emigreerde zij naar de Verenigde Staten vanuit Jemen, een land verscheurd door eindeloze conflicten die – zoals alles in het Midden-Oosten – nooit helemaal losstaan van wat zich hier voltrok. Rana werd daarna geboren. Die noemt zichzelf ‘zo New Yorks als maar kan’.

Het was Rana’s idee om vandaag naar de gedenkplaats te komen. Deze week besteden New Yorkse scholen aandacht aan de aanslagen. Rana’s klas luisterde naar voicemails die slachtoffers achterlieten voor hun dood. ‘Ik kreeg tranen in mijn ogen’, zegt ze. ‘Daarna heb ik een Amerikaanse vlag getekend.’

De lichten springen aan

Het blauw van de middag wijkt rap voor de rode avondzon. De schemering komt schijnbaar uit het niets. Toeristen rond de waterbekkens, tot nu een onwrikbaar blok, stuiven als op commando uiteen. De eerste lichten springen aan in het park.

Bij verschillende namen in de borstwering zijn bloemen achtergelaten. Witte rozen vooral. Elke dag zoeken medewerkers uit wie er jarig was geweest, en plaatsen daar een bloem.

Vicky Demos (67) heeft haar eigen bloemen meegenomen. Eentje voor haar kennis Robert Parks, die op de 93ste verdieping werkte bij investeerder Cantor Fitzgerald. De ander voor haar boezemvriendin Debbie Kobus, verdieping 83, die net was verloofd. Die krijgt ook een vlaggetje.

‘Ik werkte destijds in het ziekenhuis’, zegt Demos. ‘Ik zag de brandweerlieden binnenkomen, verbrand en bebloed. Maar ik dacht alleen maar aan háár. Ik vreesde toen al het ergste.’

De zon verdwijnt achter de wolkenkrabbers. Rondom springen de kantoorlichten weer aan. ‘Ik blijf hier nog even hangen’, zegt Demos. ‘Vijfentwintig jaar geleden... Het voelt nog als de dag van gisteren.’

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next