De Syrische autoriteiten werken voor het eerst samen met VN-organisaties om de programma’s van oud-dictator Bashar al-Assad voor chemische en mogelijk ook nucleaire wapens te onderzoeken. De gifgaswapens die duizenden Syrische burgers de dood injoegen, worden nu vernietigd.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant.
Baraa Obeid was 14 jaar oud toen meerdere plaatsen in Ghouta, net buiten de Syrische hoofdstad Damascus, op 21 augustus 2013 midden in de nacht werden aangevallen met raketten gevuld met het gifgas sarin. De raketten landden op zo’n 5 kilometer van zijn huis. ‘Mijn vader stuurde me met de buurman naar de medische post om dekens te brengen. Toen we daar aankwamen, zag ik mensen bij wie schuim uit hun mond kwam.’
Zijn familie had geluk, maar naar schatting 1.500 anderen overleefden de aanvallen niet. De meesten stierven in bed, binnen enkele minuten nadat ze het zenuwgas hadden ingeademd. Het was een van de dodelijkste aanvallen met chemische wapens ooit en veroorzaakte grote internationale ophef.
Tijdens de Syrische burgeroorlog zouden nog meer dan honderd aanvallen met gifgas volgen, veelal op bolwerken van de rebellen die tegen de toenmalige president Bashar al-Assad vochten. Hoewel hij altijd heeft ontkend, leggen internationale onderzoeken de verantwoordelijkheid voor de aanval op Ghouta en vele andere bij Assad, die eind 2024 werd verdreven door opstandelingen onder leiding van de huidige president Ahmed al-Sharaa.
De nieuwe Syrische regering wil de status van internationale paria afschudden. In samenwerking met internationale organen onderzoeken en ontmantelen de Syrische autoriteiten de geheime wapenprogramma’s van Assad. Daarmee zet de regering van Sharaa belangrijke stappen om aan internationale verdragen te voldoen en komt langzaamaan aan het licht wat Assad voor de wereld verborgen wilde houden.
Afgelopen maanden ontving Damascus de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) en het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA). De nucleaire waakhond maakte deze week bekend dat Assad dicht bij de ontwikkeling van kernwapens is geweest. Volgens IAEA-hoofd Rafael Grossi bouwde Assad een nucleaire reactor die ‘zeer efficiënt is in de productie van splijtbaar materiaal dat direct zou kunnen worden gebruikt voor de vervaardiging van kernwapens’.
Er bestonden al veel langer vermoedens dat Assad een nucleair programma nastreefde. In 2007 bombardeerde Israël een locatie in Oost-Syrië. Een jaar later onthulden de VS dat Syrië daar met Noord-Koreaanse hulp een nucleaire reactor bouwde die ‘niet bedoeld was voor vreedzame doeleinden’. De regering van Assad ontkende dat.
De Syrische autoriteiten hebben onlangs een tweede locatie ontdekt, waar volgens IAEA-chef Grossi ‘73 ton aan natuurlijk uraniummetaal’ is gevonden. Wat er precies met de vondsten gaat gebeuren, is nog niet bekend. Volgens Grossi is de keuze aan de Syrische regering en is het belangrijkste dat de nucleaire materialen nu onder toezicht staan, onder meer doordat er camera’s zijn geïnstalleerd.
Damascus is al wel begonnen met de vernietiging van chemische wapens. VN-vertegenwoordiger voor Ontwapeningszaken Izumi Nakamitsu rapporteerde vorige week aan de Veiligheidsraad van de VN dat 42 vliegtuigbommen die dienden als munitie voor het verspreiden van gifgassen ‘onherstelbaar zijn vernietigd’. De bommen zijn vergelijkbaar met de wapens die in Ghouta werden ingezet.
Het is de eerste keer sinds 2014 dat er onder toezicht van internationale organisaties chemische wapens in Syrië zijn vernietigd. Toen stond Assad onder grote internationale druk, de VS dreigden zelfs met militair ingrijpen. De dictator onthulde 27 locaties met 1.300 ton aan chemische wapens. Officieel was het zijn hele voorraad, maar er waren sterke vermoedens dat hij informatie achterhield.
Uit onderzoek van de Syrische overheid en Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) blijkt dat Assads programma voor chemische wapens nog veel groter is dan gedacht. Er zijn meerdere productiefaciliteiten en opslagplaatsen met voorraden aan grondstoffen en munitie gevonden. Ook zijn er aanwijzingen dat er nog tientallen onontdekte locaties moeten zijn.
VN-vertegenwoordiger Nakamitsu uitte zich positief over de samenwerking met Syrië, maar zei dat er nog een lange weg te gaan is. Meerdere sprekers waarschuwden de VN-Veiligheidsraad dat de voortdurende Israëlische luchtaanvallen in Zuid-Syrië het werk bemoeilijken en riskeren dat gevaarlijke stoffen vrijkomen. Volgens het OPCW hebben Israëlische aanvallen al militaire bases getroffen waar mogelijk chemische wapens opgeslagen liggen.
Hoewel de wapenprogramma’s op het hoogste internationale toneel worden besproken, is er in Syrië zelf weinig aandacht voor. Ook niet voor de vernietiging van de chemische wapens. ‘Ik had verwacht dat het zou worden gevierd, maar Syrië is de gifgasaanvallen aan het vergeten’, zegt Baraa Obeid, die jarenlang in Idlib woonde en na de val van Assad naar Ghouta terugkeerde. ‘Mensen die in door Assad gecontroleerde gebieden woonden, hebben de beelden van de aanvallen nooit gezien.’
Volgens Obeid gaan ook slachtoffers van de gifgasaanvallen verder met hun leven. ‘Ze hebben geen hoop meer op gerechtigheid’, zegt hij. ‘Het gaat niet om de wapens zelf, maar om de mensen die ze hebben ingezet.’
De autoriteiten hebben achttien mensen in verband met het programma voor chemische wapens gearresteerd, waaronder hoge militairen, politici en technici. ‘Maar andere criminelen lopen vrij rond of mogen zelfs voor de regering werken’, zegt Obeid.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant