Home

Na 51 verhoren over het coronabeleid is het slotwoord aan de commissie – hoe ver durft die te gaan?

De enquêtecommissie naar het coronabeleid trekt zich de komende maanden terug om haar eindrapport te schrijven. Na 51 verhoren dringen enkele thema’s zich nadrukkelijk op. Maar harde conclusies zijn in veel gevallen nog niet zo makkelijk te trekken.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.

Tasten in het duister

De coronacrisis was ‘varen in de mist’ en ‘lopen op een koord’. Met ‘50 procent van de kennis moest 100 procent van de besluiten’ worden genomen. Oud-premier Mark Rutte en oud-minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge gebruikten de woorden letterlijk tijdens hun verhoren.

Met name in het begin van de crisis was er veel onduidelijk over het virus. Ook de wetenschap tastte goeddeels in het duister. Over die eerste periode zal de commissie niet al te stevig oordelen. Bij vrijwel alle getuigen was er begrip voor de maatregelen die toen werden genomen.

Naarmate de crisis vorderde en er meer duidelijk werd over de impact van de maatregelen, nam het begrip bij getuigen voor de onwetendheid van het kabinet af. Zo klonk er stevige kritiek op de tweede en de derde scholensluiting. Dat de gevolgen voor kinderen, zoals mentale problemen en leerachterstanden, groot waren, was toen immers al bekend.

Meer aandacht voor de impact

Toch bleef het kabinet lange tijd vooral varen op de medisch-epidemiologische adviezen van het Outbreak Management Team (OMT). Tijdens de verhoren kwam naar voren dat de maatschappelijke gevolgen van de maatregelen, zoals eenzaamheid en polarisatie, vaak op de tweede plek kwamen in de besluitvorming.

Om dat in de toekomst te verbeteren, opperden meerdere getuigen om al vanaf dag 1 experts sneller te betrekken, advies te vragen aan planbureaus of met een maatschappelijke tegenhanger van het OMT te komen.

Het is de vraag in hoeverre dat in de praktijk iets verandert aan de uitkomst van het beleid. In zijn laatste verhoor zei Rutte dat hij zeker openstaat voor meer perspectieven, maar hij kwam meteen met een waarschuwing: de maatregelen zou hij toch wel hebben genomen. Uiteindelijk wilde hij ‘code zwart’ in de ziekenhuizen voorkomen en dat kon alleen door hard in te grijpen.

De avondklok en de scholensluiting

Datzelfde probleem speelt bij twee van de zwaarste maatregelen: de invoering van de avondklok en de scholensluiting. Het oordeel van getuigen over die maatregelen was eveneens hard.

Volgens voormalig kinderarts en OMT-lid Károly Illy werden kinderen ‘nauwelijks ziek van het virus, maar wel van de maatregelen’. ‘De scholen mogen nooit meer sluiten’, concludeerde Paul Rosenmöller, de oud-voorzitter van de koepel voor voortgezet onderwijs. De Amsterdamse burgemeester Femke Halsema sprak over de avondklok als een ‘kantelpunt’ en ‘de treurigste periode’, waarin de overheid burgers kwijtraakte.

Dat geeft de commissie munitie om met een vergelijkbare aanbeveling te komen, maar het is de vraag of ze zo ver durft te gaan. Want hoe erg de gevolgen ook waren, de commissie moet ook rekening houden met de aanleiding: het beperken van de besmettingen en het tegengaan van sterfte.

Uiteindelijk woog dat laatste steeds het zwaarst, benadrukte De Jonge meermaals. ‘Het gaat toch om vraagstukken over leven en dood.’ Dat ging ook op voor de avondklok. Oud-minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie werd tijdens zijn verhoor emotioneel toen hij over de vergaande maatregel sprak. Tegelijk verklaarde hij dat hij er nog altijd achter stond.

Het moet transparanter

Een onderwerp dat ongetwijfeld het eindrapport haalt, is de manier waarop het kabinet besluiten nam. In vrijwel ieder verhoor ging het daarover. In de vraagstelling van de commissie klonk al een conclusie: het mag wel transparanter.

Tijdens de crisis werd een groot deel van de coronamaatregelen eerst besproken in informele sessies waarvan geen notulen werden bijgehouden. Dat gebeurde tijdens de zogenoemde zondagse Catshuisoverleggen, waarin experts en ministers bij elkaar kwamen. Volgens meerdere getuigen werd een groot deel van wat daar werd besproken uiteindelijk ook in persconferenties gepresenteerd als nieuw beleid.

Dat leverde voor de Tweede Kamer een probleem op. Die kon zich pas na de persconferenties over de maatregelen buigen. Bovendien moesten Kamerleden in korte tijd een grote hoeveelheid informatie verwerken, wat ondoenlijk was. (Oud-)Kamerleden vonden dat ze hun controlerende taak niet goed konden vervullen.

Meer ruimte voor tegenspraak, ook binnen het kabinet

En dan waren er nog de appjes. In de laatste weken van de enquête kwam de commissie met een reeks berichten die oud-bewindspersonen, met name Grapperhaus en De Jonge, naar elkaar stuurden. Die waren ronduit beledigend voor collega’s en andere betrokkenen.

Grapperhaus omschreef ze als het ‘afreageren van frustraties’ en ook Rutte vond dat de berichten ‘helemaal niets’ zeiden. ‘Het is onvermijdelijk dat je af en toe stoom afblaast.’

Maar volgens de commissie zeggen de appjes wel degelijk iets over hoe werd omgegaan met tegenspraak. Daarbij speelt mee dat uit de verhoren een beeld opdoemt van een klein kernteam dat wel heel erg naar elkaar toetrok. ‘Samen met Ferd tegen de rest, heerlijk’, appte Rutte bijvoorbeeld naar De Jonge.

Het is wel de vraag wat de commissie er precies over kan concluderen. De andere bewindslieden verklaarden immers dat zij wel degelijk hun mening kwijt konden binnen het kabinet.

Een betere voorbereiding betekent ook meer geld

Vrijwel alle getuigen waren het erover eens dat de pandemische voorbereiding te wensen overliet. Denk aan de tekorten aan beschermingsmiddelen in de zorg, waardoor zorgpersoneel soms onveilig aan het werk moest.

Dat moet bij een volgende pandemie beter: dat was ook al het oordeel van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. De commissie zal zich daar grotendeels bij aansluiten, vermoedelijk met de aanbeveling dat er dan stelselmatig geld moet worden vrijgemaakt voor wat ‘pandemische paraatheid’ is gaan heten.

Het is waarschijnlijk een van de meest concrete aanbevelingen die de commissie kan doen. Het zou potentieel ook de meeste impact hebben. De afgelopen jaren bleek namelijk dat de pandemie in het Haagse geheugen opvallend snel naar de achtergrond verdween. De 300 miljoen euro die kabinet Rutte IV voor pandemische paraatheid reserveerde, werd door het kabinet Schoof goeddeels wegbezuinigd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next