Hoewel Peter Bosz voor het vierde seizoen op rij de eerste wedstrijd in de Champions League niet wist te winnen met PSV, kon de trainer na afloop leven met het gelijkspel (1-1) tegen Sjachtar Donetsk. ‘Meer zat er niet in.’
Vanaf de zijlijn zag Bosz dat PSV een moeizame eerste helft speelde en pas na rust wat beter in de wedstrijd kwam, zonder dat het tot heel grote kansen leidde. ‘In de eerste helft was Sjachtar beter, na de rust waren wij de bovenliggende partij’, zei hij. ‘Maar uiteindelijk waren we niet goed genoeg om aanspraak te maken op de overwinning.’
Zo bleef het gewenste resultaat uit voor PSV, dat in de voorgaande drie seizoenen onder Bosz met een nederlaag aan het hoogste Europese clubtoernooi begon. ‘We waren niet goed genoeg in balbezit. Ik meende bij een aantal jongens zenuwen te zien, al vind ik dat niet gek. Het is wel de Champions League.’
Het publiek probeerde het nog wel en schreeuwde PSV richting het einde van de wedstrijd naar voren. Maar een echt slotoffensief bleef uit. Bosz had Ricardo Pepi op dat moment net gewisseld. De Amerikaanse spits was grotendeels onzichtbaar maar bleef lang staan, omdat hij een neusje voor het doel heeft.
Wat niet hielp: op de bank zat geen andere spits. Zowel Alassane Pléa als de van FC Twente overgekomen Sam Lammers ontbrak vanwege een blessure, waardoor Bosz beperkt was in zijn opties in de spits. De coach gooide het de laatste tien minuten over een andere boeg en bracht middenvelder Sven Mijnans in, die afwisselend met Guus Til in de spitspositie moest opduiken.
‘We hebben vorig seizoen goed gespeeld in een systeem met twee aanvallende middenvelders’, refereerde Bosz aan het veelgeprezen koppel Til en de vertrokken Ismael Saibari. ‘We hebben het vanavond 83 minuten met een echte spits geprobeerd, maar bijna geen kans gecreëerd. Dan is het moment aangebroken om het op een andere manier te doen.’
PSV bleef het voetballend over de grond proberen, al wist het geen bres meer te slaan in de defensie van Sjachtar. Bosz weigerde om alles op alles te zetten voor de overwinning door bijvoorbeeld in de persoon van Armando Obispo een extra verdediger mee naar voren te sturen en de ballen hoog voor het doel in te brengen.
‘Dat is niet ons type spel’, zei Bosz. ‘En we hebben ook niemand op de bank zitten die dat goed zou kunnen’, waarmee hij doelde op een kopsterke spits. Een type Luuk de Jong, zeg maar. De spits wist op Europese avonden met een rake kopbal nog weleens de ban te breken voor PSV.
Hoewel PSV in de tweede helft beter was, bleef Bosz op zijn hoede voor Sjachtar. De kampioen van Oekraïne toonde vooral voor rust over een ploeg met veel vaardige spelers te beschikken. ‘Sjachtar is niet zomaar een elftal’, zei hij. ‘Het is echt een goede ploeg. Ze voetbalden in de eerste helft knap onder onze druk uit.’
Sjachtar kwam vlak voor rust op voorsprong, na balverlies op het middenveld van Sergiño Dest. In de tweede helft maakte de rechtsback zijn fout al snel goed door de gelijkmaker binnen te werken. Maar verder kwam PSV niet. Zo lukte het Bosz ook in zijn vierde seizoen bij PSV niet om de eerste wedstrijd in de Champions League te winnen.
‘Terugkijkend is een gelijkspel terecht’, concludeerde Bosz. Dat was de juiste conclusie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant